Arthur and the Minimoys




Zeggen dat Luc Besson een veelfilmer is, zou een
understatement zijn van het kaliber: “Stephen Hawking is
niet zo goed te been”. Er dwaalt nauwelijks een script door Europa
zonder dat Besson er een scheve dialoog aan heeft toegevoegd, er
wordt geen Europudding gemaakt of hij heeft wel in de sabayon
geklopt. Als schrijver en producer is de man een
éénpersoonsfilmstudio geworden, waarvan de output niet
altijd even kwalitatief is – of het moest zijn dat ‘Taxi’ en
‘Michel Vaillant’ uw lievelingsfilms zijn. Als regisseur doet hij
het beter, hoewel ik erbij blijf dat ‘Leon’ een overschatte (zij
het degelijke) prent is. Maar Besson had op voorhand aangekondigd
dat hij maar tien films zelf zou draaien, waarmee zijn vorige, het
snel verdwenen en vergeten ‘Angel-A’, de laatste had moeten zijn.
Nu ja, je kunt niemand nog op z’n woord vertrouwen tegenwoordig.
Nauwelijks een jaar later staat de drukke Fransman er weer met
‘Arthur and the Minimoys’, een avonturenfilm voor kinderen die
deels in CGI, deels live action werd gemaakt. Het
resultaat is een sporadisch amusante, maar onevenwichtige bedoening
die het volwassen publiek dreigt achter te laten in z’n pogingen
kinderhartjes te veroveren.

Freddie Highmore, een kindsterretje dat zich best laat
omschrijven als de nieuwe Haley Joel Osment (het is nu enkel nog
wachten op z’n drunk driving arrestatie), speelt Arthur,
een tienjarig jongetje dat tijdens de zomer bij z’n oma (Mia
Farrow) logeert. Haar huisje dreigt aangeslagen te worden door de
belastingen indien ze niet binnen de twee dagen een enorme schuld
kan aflossen en Arthur besluit de oplossing voor het probleem te
zoeken in de verhalen die zijn verdwenen grootvader vertelde over
de Minimoys, piepkleine wezentjes die onder het gras leven. Arthur
laat zich op magische wijze verkleinen om de Minimoys op te zoeken
en vervolgens op zoek te gaan naar de schat van zijn opa.

Echt bijster origineel is dat verhaaltje niet – we krijgen vette
knipogen naar ‘Lord of the Rings’, ‘The Wizard of Oz’, ‘Alice In
Wonderland’ en de Arthurlegende, en ook daarbuiten krijg je continu
de indruk dat Besson gretig gebruik maakt van verhaalconventies die
al jaar en dag bestaan. Het lieve omaatje dat financieel ten onder
dreigt te gaan, de ondernemende jonge knaap die op avontuur trekt,
de boze bankbedienden en ga zo maar door. Kinderverhalen maken in
principe altijd gebruik van dezelfde contrasterende visie op
volwassenen: de goeie volwassenen die innerlijk zelf nog kind zijn
(dat zijn meestal vrouwen, zoals de oma of de lieve mama), en de
slechte volwassenen die de autoriteit vertegenwoordigen en tot in
hun diepste binnenste ijskoud volwassen zijn (meestal mannen): de
strenge vader, de kolerieke schoolmeester. Die archetypen zijn
zodanig universeel geworden dat ze automatisch een gevoel van
herkenning losmaken. Soms kan dat in het voordeel van een film
spelen, omdat het je wel toelaat om snel connectie te maken met je
publiek, maar in dit geval kon ik me niet van een nogal sterk
“been there, done that”-gevoel losmaken. Ik kende dit
verhaal, ook al had ik het dan niet in deze specifieke vorm eerder
gezien. Ik wist wat er ging komen, het wees zichzelf teveel uit.
Voor kinderen zal dat allicht weinig uitmaken, maar het is wel dat
voorspelbare verhaaltje dat ervoor zorgt dat volwassenen het na een
uurtje wel gehad zullen hebben met dit soms mierzoete sprookje.

De visuele stijl is op zichzelf bekeken best indrukwekkend, maar
heeft ook een distantiërend effect. Het eerste deel van het
verhaal, bij oma thuis, is gewoon live action gefilmd.
Daarna, eens Arthur het land van de Minimoys binnentreedt, schakelt
Besson over naar motion capture animatie (enigszins
gelijkaardig aan het recente ‘Monster House’). Tot zover geen
probleem, maar de regisseur maakt daarna de fout om over en weer te
cutten tussen die twee werelden. En elke keer wanneer hij dat doet,
haalt hij zijn publiek uit de film. Je wordt je weer bewust van het
artificiële ervan en dan duurt het weer even voordat je terug in
het verhaal kunt raken.

Een verhaal dat, conventioneel als het is, wel goed vooruit
gaat. Besson heeft hier een erg kleurrijke film van gemaakt, met
een esthetiek die zo uit de jaren vijftig komt weggelopen (let op
de kleren, de wagens en het set design) en een continu bewegende
camera. Je kunt veel zeggen van Besson, maar je zult je nooit
vervelen en ook hier ligt het tempo voortdurend erg hoog. Een
eerste actiescène, waarin Arthur het opneemt tegen een paar lastige
muggen, is nog vrij chaotisch, maar latere episoden, zoals een wild
ritje op een woeste rivier en een gevecht in een Jamaicaans getinte
nachtclub, zijn wél erg sterk. ‘Arthur and the Minimoys’ is een
film met zeer goeie individuele scènes, die echter een beetje
verloren gaan in een verhaal dat te netjes de aloude regeltjes
volgt.

Freddie Highmore was een ontdekking van Johnny Depp in ‘Finding
Neverland’, en trad opnieuw met hem op in ‘Charlie and the
Chocolate Factory’. In die twee films wist het kereltje een zekere
onbevangenheid uit te stralen die erg geloofwaardig overkwam, maar
hier schijnt Besson hem opgedragen te hebben om zich vooral zoveel
mogelijk te laten gaan. Hij schreeuwt, gilt en rent zonder dat er
al te veel rustpunten in zijn vertolking zitten. Het is moeilijk om
te bepalen in welke mate dat aan de acteur ligt of aan de regisseur
– Highmore’s vorige rollen geven in ieder geval aan dat hij niet
van nature zo over de top gaat. Mia Farrow is oké als oma (hoewel
ze hiervoor nu ook weer niet herinnerd zal worden), Madonna spreekt
de stem van de love interest Selenia in teneinde haar
kindvriendelijke imago nog wat bij te schaven (naar verluidt zou ze
ook al geprobeerd hebben Highmore te adopteren) en de ster van de
show is David Bowie, die de stem van slechterik Maltazard voor zijn
rekening neemt. Ben ik de enige die nog steeds koude rillingen
krijgt telkens wanneer Bowie zijn magnifieke geluid de ether
instuurt?

Een aantal leuke scènes en een paar goede ideetjes zijn niet
genoeg om van ‘Arthur and the Minimoys’ iets te maken om over naar
huis te schrijven. Kinderen zullen het waarschijnlijk allemaal wel
leuk vinden, ouders zullen zich dan weer niet zozeer vervelen, als
wel de hele tijd met een onaangenaam déjà-vu gevoel blijven zitten.
Onaangenaam déjà-vu gevoel blijven zitten.

Ziet u, lastig is dat hè?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =