Moonraker

De logica achter ‘Moonraker’ valt geen ogenblik te betwijfelen,
zoveel is zeker. De James Bond-serie was zelden zo populair als na
‘The Spy Who Loved
Me’
, en in dat zelfde jaar kwam George Lucas’ ‘Star Wars’ uit,
die een ongeziene heropleving van het science fiction genre teweeg
bracht. Resultaat? De Bond-makers besloten een graantje van die
nieuwe hype mee te pikken en ze stuurden hun held de ruimte in. Met
tamelijk lachwekkende resultaten: ‘Moonraker’ is één van de
onnozelste afleveringen uit de reeks, waarin de silliness
zo zwaar doorweegt dat je na een tijdje gewoon je geduld met de
film verliest. Dat evenwicht ligt sowieso al erg moeilijk: ‘The Spy Who Loved Me’
was bijna evenzeer over de top, maar toch wisten de makers daar nog
nét genoeg een pokerface te houden om het allemaal plezierig te
maken. Hier is de overdrijving enkel dat: overdrijving, die van
tijd tot tijd zelfs vervalt in groteskerieën. Wat is het grote
verschil tussen de twee films? Moeilijk te zeggen – het is een
kwestie van toon en van de timing van de gags.

Het verhaal is in principe hetzelfde als dat van ‘The Spy Who Loved Me’,
met die nuance dat de ruimte het moet overnemen van water. Middenin
een vlucht wordt de Moonraker gestolen, een ruimtetuig gebouwd door
de Franse miljonair Hugo Drax (Michael Lonsdale). Bond moet de zaak
onderzoeken, begint bij Drax en wordt vervolgens het slachtoffer
van de ene slecht overwogen moordaanslag na de andere. Uiteindelijk
blijkt dat Drax van plan is om met behulp van enkele Moonrakers en
een shitload aan gifgas de gehele mensheid te vernietigen
en in de ruimte opnieuw te beginnen om een superras van perfecte
mensen op gang te brengen.

En zo gaat dat dan, in een verhaal dat naar goede gewoonte weer
alle logica tart. Nog buiten de vraag waarom iemand ooit de
mensheid zou willen vernietigen als hij zodanig rijk is dat hij
zich van alles en iedereen kan afzonderen, blijven daar
interessante praktische problemen met de plot, zoals daar zijn: hoe
bouw je een gigantisch ruimtestation zonder dat iemand dat in de
gaten heeft? Waarom baseer je elk onderdeel van je operatie in een
ander land, dikwijls zelfs op een ander werelddeel (erg
kostefficiënt kan dat niet zijn)? Waar laten die schurken die
belachelijke uniformpjes voor hun handlangers maken? En vooral:
waarom vermoorden de slechteriken Bond niet gewoon met een enkel
pistoolschot voor het hoofd wanneer ze de kans krijgen?

Yup, alle clichés zijn weer aanwezig, inclusief de
baddie die op pakweg tien verschillende gelegenheden de
kans krijgt om Bond simpel en snel uit de weg te ruimen, maar in
plaats daarvan begint te emmeren over z’n geniale plannetjes en
vervolgens een spectaculaire, maar weinig afdoende moordmethode
verzint. Hugo Drax wil Bond achtereenvolgens zich laten doodzwieren
in een vluchtsimulator, hem laten opvreten door een enorme python,
hem cremeren onder de steekvlam van een ruimteschip en hem door een
portier de ruimte in laten stappen. Op een bepaald moment zegt Drax
het zelf: “Mr. Bond, you persist in defying my efforts to
provide an amusing death for you”.
In zijn plaats zou ik dat
als een hint nemen dat het tijd wordt voor een simpel nekschot.

Kijk, ik klaag over die clichés en ongeloofwaardigheden, niet
omdat ze me op zichzelf storen (als dat het geval zou zijn, mag je
naar negentig procent van de Bondfilms gewoon niet meer kijken),
maar wél omdat het verhaal niet sterk genoeg is om die clichés te
verdoezelen. ‘The
Spy Who Loved Me’
was net even absurd, maar daar pik je die
onnozelheden, omdat het scenario samenhangend en tongue in
cheek
is. ‘Moonraker’ daarentegen is frustrerend
fragmentarisch en slecht opgebouwd: Drax is één van de minst
efficiënte evil geniuses in de Bondgeschiedenis, en dat
wil al wat zeggen. Hij is gevestigd in Los Angeles, laat glas maken
in Venetië, heeft zijn evil hoofdkwartier in Brazilië, om
uiteindelijk de ruimte in te vliegen. Op kosten voor
vliegtuigtickets wordt schijnbaar niet bespaard. De reden hiervoor
is dat bij het schrijven van een Bondfilm de makers eerst beslissen
op welke fotogenieke locaties ze nu weer willen gaan filmen, en dàn
pas een scenario in elkaar beginnen te puzzelen waar al die
plaatsen in passen. In sommige gevallen valt dat nauwelijks op,
hier is het overduidelijk. Bond huppelt van land naar land zonder
dat het altijd duidelijk is waarom.

De actiescènes zijn al even willekeurig in het verhaal gesmeten.
Bond bezoekt Drax voor het eerst in zijn chateau, waar ze
over de verdwenen Moonraker babbelen en Bond vervolgens tot de
conclusie komt dat Drax achter het hele plan zit. Waar baseert hij
zich op? Op niets speciaals, behalve dan het feit dat Drax zich
gedraagt als iemand die net het woord “onheilspellend” heeft
opgezocht in het woordenboek en het nu eens wil uitproberen. Het
gevolg daarvan zijn scènes waarin de slechteriken plots vanuit het
niets opduiken om Bond achterna te zitten (let op de
speedboatachtervolging op de rivier in Brazilië – waar komen die
kerels ineens vandaan?). Dit is zo slordig geschreven, dat al die
goofy wendingen die je normaal gezien zou aanvaarden als
onderdeel van de reeks, erg storend gaan werken.

Tegen de tijd dat Bond zich effectief in de ruimte bevindt en er
een nogal statisch lasergevecht uitbarst, heb je er definitief
genoeg van gehad. Humor en zelfrelativering, akkoord, maar dit is
simpelweg potsierlijk.

Enig lichtpuntje: Lois Chiles speelt de Bondfirl van dienst
onder de naam Holly Goodhead, één van de beste namen in de reeks
sinds Pussy Galore. Maar ja, één goed gekozen naam maakt al de rest
nog niet goed. Bekijk van deze enkel de knappe openingsscène en
laat de rest maar rustig links liggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × vier =