Agora




Niets verdient zoveel respect als een filmmaker die blijft
proberen om zichzelf heruit te vinden. Alejandro Amenábar begon
zijn carrière met een trio uitstekende thrillers (‘Tesis’, ‘Abre
Los Ojos’ en ‘The Others’), om daarna drastisch een andere weg in
te slaan met het euthanasiedrama ‘Mar Adentro’, en nu smijt hij
zich zelfs in de historische epossen. Yup, aan ambitie
ontbreekt het hem niet. ‘Agora’ is een ouderwetse sandalenfilm (zij
het er dan wel één met moderne thema’s), waarin de decors zichtbaar
geld staan te verslinden en de acteurs zich allemaal uitdrukken in
de ietwat plechtstatige volzinnen die we ons nog herinneren uit de
gouden dagen van de peplum. Voornaamste conclusie: Amenábar is
ongetwijfeld een getalenteerde kerel, maar een David Lean he
ain’t.
We zouden zelfs al tevreden zijn geweest met een Ridley
Scott.

Het verhaal speelt zich af in Alexandrië, circa 390. Het
Romeinse Rijk, waarvan Egypte op dat moment deel uitmaakt, heeft
het Christendom nog niet zo lang geleden legaal gemaakt, met als
indirect gevolg dat de stad op de rand van een godsdienstoorlog
balanceert. De Christenen, die jarenlang vervolgd en
gemarginaliseerd werden, zijn behoorlijk wraaklustig tegenover de
“heidense” polytheïsten, en nu ze toch bezig zijn, willen ze ook
meteen met de joden afrekenen. Tegen die achtergrond van broeiend
religieus conflict ontmoeten we Hypatia (Rachel Weisz), een
atheïstische filosofe en wiskundige, die les geeft in de grote
bibliotheek van Alexandrië. Hypatia leidt een intellectueel
bestaan, waarin geen plaats is voor romantiek. Wanneer haar
leerling Orestes (Oscar Isaac) avances maakt, geeft ze hem een
doekje met haar menstruatiebloed bij wijze van afwijzing (yummie!),
en ook de geile ogen van de christelijke slaaf Davus (Max
Minghella) pretendeert ze niet op te merken.

Amenábar doet zichtbaar zijn best om dat eeuwenoude verhaal
relevant te maken voor een hedendaags publiek, door voor de hand
liggende parallellen te trekken met de godsdienstconflicten van
tegenwoordig. De christenen worden hier afgebeeld als een bende
fundamentalisten bij elkaar, die na jarenlange onderdrukking hun
toevlucht nemen tot bruut geweld tegen al wie hun religie niet
deelt. In wezen voeren ze een jihad, eerst tegen de
polytheïsten en daarna tegen de joden. Een heilige oorlog die
voortkomt uit frustraties en onrechtvaardigheden die veel
gelijkenissen vertonen met die van de moslimfundamentalisten van
nu. Aan het begin van de film zien we hoe de christenen brood
uitdelen aan de allerarmsten van Alexandrië – mensen die in de kou
werden gelaten door de “heidense” autoriteiten. Daar halen ze hun
kanonnenvoer, net zoals hedendaagse jihad-strijders hun
zelfmoordenaars rekruteren onder degenen die financieel en sociaal
zwakker staan – de mensen die niets te verliezen hebben.

De boodschap is duidelijk: religieuze fundamentalisten worden
gemaakt, niet geboren. En wie dacht dat de islam de enige
godsdienst was die ooit misbruikt is geworden om oorlogen te
rechtvaardigen: think again. Zo lang de film zich
concentreert op die politieke verhaallijnen, werkt ‘Agora’ dus nog
wel. Het gekonkel achter de schermen, de tactische bekeringen tot
het Christendom en zelfs enkele knap in elkaar gestoken actiescènes
(die bestorming van de bibliotheek!), zijn fascinerend om te volgen
en sporadisch zelfs écht spannend.

Het gaat echter mis wanneer de regisseur probeert om dat
historische verhaal te verzoenen met de persoonlijke plotlijnen
rond Hypatia zelf. De romantische intriges weten nooit echt te
overtuigen, en verzinken soms zelfs naar het niveau van een
goedkope soap: Davus die snel een blik werpt op zijn meesteres
terwijl ze uit bad stapt, kinky! Of Orestes die zijn
liefde wil bewijzen door tijdens de pauze tussen een toneelstuk het
podium op te springen en een liedje te spelen, auch… Je
ziet wel waar Amenábar naartoe wou: een driehoeksverhouding, waarin
er continu van alles niét wordt uitgesproken, maar er wel
voortdurend een seksuele spanning tussen de hoofdpersonages hangt.
Maar dat is niet waar hij mee eindigt. In de praktijk krijgen we
een nogal flauw melodrama over een vrouw die haar wetenschap boven
haar emoties zet. Wat nu niet bepaald de keuze is die het meeste
sympathie opwekt.

De wetenschap vormt ook een struikelblok. Ongeveer om de tien
minuten last de regisseur plichtbewust een scène in, waarin we
kunnen zien hoe briljant Hypatia wel was – volgens deze versie van
de feiten was ze zelfs de eerste persoon die er achter kwam dat de
aarde rond de zon draait in een ellips. Die scènes zijn nodig, daar
niet van – ten eerste is Hypatia nu eenmaal een filosofe en
wetenschapster, dus moet je dat ook tonen, en ten tweede draagt
haar obsessie met wetenschap bij aan het religieuze thema van de
film: astrologie en wiskunde werden immers door de vroegste
kerkvaders gezien als heiligschennis, omdat je de schepping van God
simpelweg diende te aanvaarden zoals ze was. Dus ja, die scènes
hebben hun nut. Maar jeetje, wat liggen ze plompverloren in het
midden van die film. Telkens wanneer Rachel Weisz een naarstig van
buiten geblokte monoloog begint af te steken over the
wanderers
en wat een perfecte geometrische vorm de cirkel wel
niet is, voél je de film in elkaar zakken, plotseling ontdaan van
alle energie en drijfkracht.

Weisz doet wat ze kan met haar rol, en het blijft natuurlijk een
genoegen om eens een actrice aan het werk te zien die niet stijf
staat van de Botox of aan anorexia lijdt (ja, Nicole Kidman, ik heb
het tegen jou!). Maar we krijgen nooit toegang tot de echte emoties
van haar personage, wat het moeilijk maakt om een extra dimensie
aan de vertolking toe te voegen. In de overige rollen zien we veel
degelijk, zij het zelden uitzonderlijk werk, met speciale
vermelding voor Ashraf Barhom, die de christelijke fundamentalist
Ammonius speelt, met een opvallende en verleidelijke charme.

Amenábar probeert iets nieuws te doen met één van de oudste
genres ter wereld, en faalt. Een eervolle mislukking, dat wel, maar
toch een film die er niet in slaagt om het persoonlijke drama van
de personages te verzoenen met het geschiedenislesje dat op de
achtergrond pruttelt. In ieder geval: we weten nu waarom de aarde
rond de zon draait. Min of meer dan toch. Onze oude leerkracht
aardrijkskunde had het nog moeten meemaken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + zes =