Octopussy

De prijs voor de beste, meest ongegeneerd schunnige titel uit de
gehele Bondreeks komt ‘Octopussy’ in ieder geval moeiteloos toe,
dàt moet je de film alvast nageven. Alleen in het tijdperk van
Roger Moore zouden de makers er ooit aan gedacht hebben om een
filmtitel te gebruiken die ongeveer het Engelse equivalent is van
‘Octopusflamoes’. Dat de film zelf niet zo memorabel is, hoeft dan
weer minder te verbazen. Na een korte heropleving met het opvallend
geloofwaardige ‘For
Your Eyes Only’
(hoewel dat bij Bond natuurlijk altijd een zeer
relatief begrip is), evolueert de actie in ‘Octopussy’ opnieuw
stilletjesaan in de richting van de absurditeit die ‘Moonraker’ zo
ondraaglijk maakte. De prent heeft zo z’n momenten, en zeker een
aantal scènes aan het einde zorgen ervoor dat het allemaal nog wel
redelijk amusant blijft, maar dit is toch maar matige
Bond-kost.

De plot begint wanneer agent 009 stervend, met een mes in zijn
rug, de Britse ambassade in Oost-Berlijn komt binnengestrompeld. In
zijn handen heeft hij een nagenoeg perfecte kopie van een
Fabergé-ei (een immens kostbaar sierstuk van goud en diamanten dat
ooit werd gemaakt voor de Russische tsaar). James Bond moet de zaak
onderzoeken en komt zo een diamantensmokkel op het spoor in India,
geleid door de sinistere Kamal Khan (Louis Jourdan) en zijn bazin
Octopussy (Maud Adams, de enige Bondgirl die in twee films
meedraaide: deze en ‘The Man With The Golden
Gun’
). Die smokkel blijkt op zijn beurt dan weer samen te
hangen met het plan van de geschifte Russische generaal Orlov
(Steven Berkoff) om de West-Europese defensiesystemen plat te
leggen.

‘Octopussy’ heeft heel wat problemen, maar de overgecompliceerde
plot is zonder meer het ergste daarvan. Tijdens het hele eerste uur
hebben we maar een vaag idee van wat Bond precies aan het doen is
en waarom. We weten dat het iets te maken heeft met valse
Fabergé-eieren, en we weten héél zeker dat Kamal Khan de slechte is
(dat merk je aan zijn dodelijke blik en de gluiperige manier waarop
hij “Missssster Bond” zegt). Maar verder blijft het allemaal nogal
vaag en rommelig, een plot die maar niet in focus wil komen en maar
geen vaste richting wil vinden. Pas eens de actie zich van India
naar Berlijn verplaatst, worden de plotelementen samen gehaald, en
het is dan ook op dat moment dat de film heel wat genietbaarder
wordt. Het is tenminste duidelijk nu wat er op het spel staat.

De actiescènes verlopen volgens een gelijkaardig patroon. Zolang
de intrige zich in India afspeelt, lijken de makers vastbesloten om
in elke achtervolging en in elk gevecht zoveel grappen en grollen
te verwerken dat het op geen enkele manier nog opwindend weet te
zijn. Tongue in cheek, oké, zelfrelativerende humor,
prima, maar op een bepaald moment kun je daar ook gewoon te ver in
gaan. Bond die in de jungle op de vlucht is en van liaan naar liaan
zwengelt terwijl er een klassieke Tarzan-kreet weerklinkt op de
soundtrack – dàt is dus te ver gaan. Op zo’n moment verval je in
het soort van zelfparodie dat geen enkele actiefilm overleeft. En
zo zijn er nog wel wat op te sommen, inclusief Bond die een degen
uit het strottenhoofd van een zwaardenslikker trekt en (mijn
favoriet) 007 die zijn vijanden ongemerkt weet te benaderen door
zich te vermommen als een krokodil. Ja, hallo. Maar dan gaan we
naar Berlijn, en opeens wordt de humor weer wat teruggeschroefd,
tot een aanvaardbaar niveau. Een lange actiesequens in, op en onder
een trein is goed in elkaar gestoken en ook de finale bovenop een
vliegtuig is de moeite. Het is het laatste half uur dat ‘Octopussy’
van de totale mislukking redt.

Roger Moore speelt hier z’n zesde avontuur als James Bond, en
het begint stilaan pijnlijk duidelijk te worden dat de tijd niet
heeft stilgestaan. In principe was ‘For Your Eyes Only’ de
laatste film uit zijn contract, maar de producenten stonden
tegenover de concurrentie van ‘Never Say Never Again’, en wilden
die confrontatie niet aangaan zonder een gevestigde waarde als
James Bond. ‘Never Say Never Again’ was een remake van ‘Thunderball’, gemaakt
buiten de officiële Bondreeks, waarvoor Sean Connery eenmalig
terugkeerde naar de rol die hem beroemd had gemaakt. 1983 was het
jaar van “Bond versus Bond”, zoals de pers het noemde, en om die
strijd te winnen hadden Albert R. Broccoli en co Roger Moore nodig.
‘Octopussy’ won die strijd aan de box office, maar het was ook wel
duidelijk dat Moore met z’n 56 jaar te oud aan het worden was om de
rol nog geloofwaardig te kunnen dragen. Hij redt het nog nét, maar
de actiescènes zijn veel vaker dan vroeger in wide shots gefilmd,
om de stuntmannen voor hem te kunnen laten doorgaan, en de
close-ups die dan toch van hem gemaakt werden, lijken daar steeds
minder bij te passen.

Wat we wél krijgen, zijn excellente schurken. Louis Jourdan weet
op een gepaste wijze sluw en sluiperig te zijn als Kamal Khan, een
man die zijn woorden uitspreekt alsof hij ze eerst zachtjes laat
smelten op zijn tong en ze vervolgens genietend tussen z’n lippen
laat ontsnappen. Zijn handlanger Gobinda, gespeeld door Indiase
reus Kabir Bedi, is wellicht de beste slechterik van zijn type
sinds Jaws in ‘The
Spy Who Loved Me’
– iedereen die dobbelstenen in één vuist kan
verpulveren, verdient respect. Zelfs zij zijn niet voldoende om de
onnozelheden in de actiescènes te verdoezelen, maar ze helpen
wel.

‘Octopussy’ lijdt zwaar onder een scenario dat nog niet half
samenhangend genoeg is en actiescènes die pas tegen het einde wat
zwier krijgen. Maar er valt naar te kijken en het gaat allemaal
goed vooruit. Veel meer valt er uiteindelijk niet over te
zeggen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − 17 =