Adam’s Apples

Iedereen maakt fouten, alleen hebben sommige fouten wat grotere
gevolgen dan andere. Neem nu ons Eva. Had ze nu braafjes haar
handen afgehouden van die vervloekte appel uit de boom der
wijsheid, dan hadden wij nu nog allemaal gezellig in pais en vree
in de Tuin der Lusten gewoond. Maar is het wel echt zo gegaan? De
Deense cineast Anders Thomas Jensen doet me twijfelen. Met ‘Adams
Aebler’ geeft hij zijn eigen versie van deze oergebeurtenis: blijkt
dat het Adam was en niet Eva, die op die appels uit was, omdat hij
zo graag een appeltaart wou bakken… Soms kan het al van bij de
opzet gewoon niet meer misgaan, de Bijbel was nog nooit zoveel
fun!

Adam is natuurlijk niet de échte Adam (als we daar allemaal van
afstammen, dan zal 01-10 niet veel uitgehaald hebben): de Adam
(Ulrich Thomsen) uit de titel is namelijk een neonazistische
skinhead, die een alternatieve straf van drie maanden moet
uitzitten in een pittoresk boerendorpje. Hij komt er onder hoede
van priester Ivan (Mads Mikkelsen) te staan, die alleen het goede
zoniet het beste in elke persoon en elke situatie ziet. De
zwijgzame, gewelddadige Adam wordt bloednerveus van de naïve Ivan
en zijn predikend gelul. Om Adam wat te verstrooien, stelt priester
Ivan voor om een doel in zijn leven te zoeken. Spottend zegt Adam
dat hij een appeltaart wil bakken, Ivan is laaiend enthousiast en
stelt Adam meteen verantwoordelijk voor het ‘bewaken van de
appelboom’. Een makkie, zou je denken. Alleen gaan bovenaardse
krachten zich ermee bemoeien: de boom wordt gepest door gulzige
kraaien en hongerige wormen en de oven in de keuken wordt meermaals
op mysterieuze wijze geboycot. Is het de duivel, die Adam ervan wil
weerhouden zijn taart te bakken (want dat lijkt toch wel veel op
een goede daad) of is het God, die Ivan de Verschrikkelijke
Positivo op de proef stelt? Ondertussen is ook de strijd tussen
Ivan en Adam aan het ontsporen: terwijl Ivan voor elk leed in de
wereld een schoon verbloemende verklaring heeft (‘Mijn vrouw heeft
gewoon die gele pilletjes verward met M&M’s, het was een
ongeluk’), probeert Adam Ivan’s oogkleppen af te rukken door hem
staalhard met de werkelijkheid te confronteren (‘Uw vrouw pleegde
zelfmoord! Uw zoon is invalide!’). Goed of kwaad, het is maar hoe
je het bekijkt zeker? Is Ivan’s obsessieve ontkenning van het kwade
niet even gevaarlijk als de agressieve manier waarop Adam eraan
toegeeft?

Ik heb eventjes getwijfeld over mijn scorebord, maar er valt
gewoon niets slechts over ‘Adam’s Apples’ te verzinnen. De film
wipt over het scherm in één absurde vloeiende beweging zonder ooit
zijn spontaniteit te verliezen. Wie ‘Wilbur Wants To Kill
Himself’
(naar een scenario van Jensen) heeft gezien, weet dat
de man graag provoceert en maar al te graag zijn tanden zet in
‘gevaarlijke thema’s op de rand van een taboe’. Dankzij het
komische aspect is hij in staat om alles heel open op tafel te
smijten; net als het personage van de dokter uit de film zegt hij
de dingen vlakaf zoals ze zijn: misbruik, geweld, racisme,
invaliditeit, you name it, hij durft het er vlakaf over te
hebben. Jensen tast de grenzen van de komedie af en gaat hierin
heel ver, maar houdt het tegelijk ook weer bevreemdend luchtig. En
wie bang is te verstikken in een overdosis levenslessen over het
onoverwinnelijke goede, geen nood: wars van alle discretie, kiest
hij er liever voor om volledig over the top te gaan dan om
vast te blijven zitten in brave voorspelbaarheid.

Hij weet daarnaast ook alle clichés om te knutselen tot prettige
cinema. Zo vertrekt hij van karikaturale personages die bijna op
het F.C. De Kampioenen af eenvoudig zijn en zet ze dan op
rolletjes. Ze zijn excentriek, maar hun woorden en daden zijn dan
weer zo ernstig, zo vanzelfsprekend, dat het ongelooflijk grappige
en absurde situaties oplevert. Als heethoofd Adam Ivan weer eens
tot appelmoes heeft geschopt, komt Ivan bijvoorbeeld naderhand de
keuken binnengestrompeld met de doodserieuze mededeling “ik ga naar
het ziekenhuis, moet ik voor iemand iets meebrengen?” Het schijnt
typisch Deense (of toch Scandinavische) humor te zijn en het werkt
aanstekelijk. Ik zie ze in België zoiets alleszins niet maken.

Zo’n perfecte balanceeroefening is natuurlijk alleen mogelijk
met steengoede acteurs en met deze cast kan je wel al eens
uitpakken. Naast het geslaagde protagonistenduo Ulrich Thomsen
(meneer ‘Festen’ met kale kop en een buikje) versus Ivan (Mads
Mikkelsen, even fantastisch mét als zonder scheve neus), komen er
ons nog meer geestige en diepzinnige dialogen ter ore uit de mond
van Denemarkens steracteurs. Zo zet viking Nicolas Bro (in ‘Dark Horse’ nog in
scheidsrechtersoutfit, nu in een strak wit tennispakje) een
hilarische alcoholist neer, terwijl hij het met Paprika Steen
(‘Festen’), hier een zwangere vrouw in dilemma, heeft over ‘de
tijger’ en iets vaags van plan is met een courgette. En ook Nikolaj
Kaas van het appelblauwzeegroene ‘Reconstruction’ laat
zijn kop weer zien.

Het wonderlijkste van allemaal, is dat het nog eens visueel
sterk in beeld gebracht is ook. Soms neigt het zelfs naar een
sprookje, maar dat heeft misschien vooral te maken met de
soundtrack, die je als een peperkoekenhuisje meelokt in het
verhaal. Het contrast met het themalied ‘How deep is your love?’
van boysband Take That bewijst nog maar eens dat we hier met een
unieke kruising te maken hebben: een zware thematiek die toch licht
verteerbaar is, een geslaagd evenwicht tussen een Bijbelse parabel
overvol religieuze verwijzigen en een zwarte komedie. Opvallen doet
‘Adam’s Apples’ alleszins: een film waarin Hitler omschreven wordt
als een ‘knappe jongeman’ kan geen doorsneecinema zijn: dit is
prettig gestoord.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in