Drunk (Druk)

Deze recensie verscheen eerder helemaal aan het eind van oktober, toen Drunk hier en daar een eenmalige avondvertoning had net voor de zalen voor zeven maand dicht gingen. Onder andere de Sphinx cinema in Gent, heropent met deze titel, dus plaatsen we de tekst even opnieuw in de kijker.

Na het schier onbekijkbare debacle Kursk (met onder andere Matthias Schoenaerts en Josse De Pauw), lijkt Thomas Vinterberg zichzelf terug te vinden met deze eigenhandig geschreven tragikomedie waarin alcohol centraal staat. De film mocht vorig jaar het 47e Film Fest Gent openen en bracht regisseur Thomas Vinterberg ook terug naar de stad voor een openingsavond die erin slaagde de heersende coronamaatregelen te respecteren maar het ironisch genoeg – gezien titel en onderwerp – uiteraard moest stellen zonder de traditionele openingsreceptie achteraf. Drunk komt nu ook in de reguliere zalen op een moment dat die opnieuw onder zware druk staan door de steeds sterker wordende nieuwe opmars van het virus (noot: Drunk werd de film die de zalen weer sloot en moest dus maaden wachten op een echte première).

De premisse van Drunk, lijkt in eerste instantie opgezet voor een reeks voor de hand liggende flauwe grappen: vier uitgebluste leraars besluiten om een theorie te testen die stelt dat de mens beter af zou zijn met een voortdurende aanwezigheid van 0.05 promille alcohol in het bloed. Ze halen de mosterd bij een wat vaag proefschrift en besluiten zelf een onderzoek in te stellen naar de haalbaarheid van het idee. Heel snel lijkt het met de levens van de mannen de goede kant op te gaan: zowel professioneel als relationeel vinden ze zichzelf terug en blijken ze meer open en sociaal te zijn. Uiteraard laat alcohol zich echter niet bedwingen en wordt er een hoge prijs betaald voor een aantal schijnbare voordelen.

Het spreekt voor Vinterberg dat hij zich nergens laat verleiden tot het intrappen van open deuren: Drunk is niet geïnteresseerd in het eindeloos tonen van roes of uitbundigheid en slaagt erin bijzonder subtiel te blijven. Wat makkelijk had kunnen uitmonden in een excuus voor allerlei dankbare excessen blijft dan ook verrassend sober en terughoudend. Alles wordt gevat in elegante camerabewegingen die een gevoel van harmonie en verrijking moeten suggereren, maar onderhuids niet maskeren dat het viertal het experiment enkel aangaat om hun chronische onzekerheid te maskeren. Uiteindelijk willen de mannen niet meer dan voor zichzelf verbergen dat ze eigenhandig hun levens tot het punt gebracht hebben waarop teleurstelling en twijfel overheersen en dat de alcohol niet meer doet dan wat remmingen wegnemen.  Het hele opzet steekt dan ook de draak met het idee dat ze hun grijze bestaan weer onder eigen controle hebben. Ergens sluimeren idealen, liefde en toewijding nog steeds, maar het geloof dat de drank hen zal bevrijden is uiteraard een complete illusie.

Het laatste half uur neigt de film iets te veel naar goedkoop melodrama, maar slaagt het script er wel in om op pijnlijke wijze duidelijk te maken hoe genormaliseerd alcohol is in onze maatschappij en hoe alle onderdelen van een sociaal leven toegespitst zijn op het gebruik ervan. Al die ideeën zitten vervat in een film die bedrieglijk evenwichtig en perfect oogt maar wel voortbouwt op een indringend observerende traditie waarmee de regisseur al eerder schijnwerelden ontmaskerde (Jagten of Festen). Drunk drijft eveneens op een uitstekende vertolking van Madd Mikkelsen en de hem omringende hoofdrolspelers die erin slagen om geen karikaturen neer te zetten, maar personages waar we ondanks een beperkte karakterisering, toch de nodige betrokkenheid bij voelen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − zeven =