Lamb Of God :: Sacrament

Sinds ik, nu bijna twee jaar geleden, Ashes of the Wake van Lamb Of God
besproken heb, is de plaat in mijn persoonlijke top-3
binnengeslopen om daar nooit meer weg te gaan. In mijn ogen is het
dan ook één van de beste metalplaten die in de nog prille 21ste
eeuw het daglicht heeft gezien. Groot was dan ook mijn
nieuwsgierigheid toen ik een aantal maanden geleden vernam dat
Richmond’s finest druk bezig was nieuw materiaal te
schrijven voor een schijfje dat ze ‘Sacrament’ zouden dopen. Nog
groter was mijn verbazing toen ik ‘Redneck’, de eerste single van
‘Sacrament’, te horen kreeg. “Pantera!”, was het eerste dat door
mijn hoofd flitste. Het logge ritme van de song en vooral de vocals
van brulboei Randy Blythe brachten me meteen terug naar nineties,
de hoogdagen van een van de populairste thrashbands tot op heden.
Natuurlijk zijn er slechtere referenties, maar van Lamb of God had
ik nooit verwacht dat ze een – al dan niet goedkope –
rip-off zouden worden. Nuchter als ik ben, besloot ik te
wachten tot het album effectief in mijn bus zat vooraleer mijn
definitieve mening te vormen. Kwestie van vooral niet té hard van
stapel te lopen …

Na ettelijke luistersessies en tot grote ergernis van mijn eega
(zij is namelijk géén fan van Lamb of God) kan ik alleen maar
concluderen dat ‘Sacrament’ een méér dan behoorlijk album is, dat
echter het splinterbomeffect van Ashes of the Wake ontbeert. Begrijp me
niet verkeerd : speltechnisch valt er op Lamb of God hoegenaamd nog
steeds niets aan te merken. Het handen – en voetenwerk van
duizendpoot Chris Adler is voor would-be-drummers als
ondergetekende nog steeds een genot om te beluisteren en te
analyseren (eat your heart out, Dave Lombardo) en ook de
Adler/Norton gitaartandem soleert er lustig op los. Het probleem
ligt ‘m echter bij Randy Blythe, die zich, vaker dan mij lief is,
de nieuwe Phil Anselmo waant, waardoor er bij een deel van de songs
een tweeledig gevoel blijft hangen. Blythe kán nog grommen en
krijsen, hij wordt er echter steeds zuiniger op en dat is
jammer.

Mocht ‘Laid To Rest’ (dé ultieme LoG-song, die Ashes of the Wake op gang trok) niet
bestaan hebben, zou ik ‘Walk With Me In Hell’ een meer dan
uitstekende opener genoemd hebben: Blythe growlt en screamt alsof
zijn leven ervan afhangt terwijl ook zijn compagnons zich meer dan
aardig van hun taak kwijten. Na een veelbelovend startschot is het
echter tijd voor een eerste dipje, want door resoluut de kaart van
de thrash te trekken, klinken zowel ‘Again We Rise’ en vooral
‘Redneck’ ongevaarlijk en, wat erger is, volstrekt inspiratieloos.
Met ‘Pathetic’ zit de band bijna weer op het goede spoor, ware het
niet dat ze een compleet overbodige outro aan de song breien, die
het geheel net niet verpest. Gelukkig voor ons vindt het
Amerikaanse vijftal daarna net op tijd zijn zesde versnelling.
Tijdens ‘Foot To The Throat’ gaat het tempo resoluut de hoogte in
en kunnen we zelfs genieten van een heuse blastbeat van Adler.
‘Descending’ gaat op dat elan verder en ook ‘Blacken The Cursed
Sun’, ‘Forgotten (Lost Angels)’ zijn gewoon fucking great,
zoals we dat in ons meest progressieve Nederlands wel eens durven
zeggen. ‘Requiem’ en ‘More Time To Kill’ laten het tempo misschien
weer een beetje zakken, het materiaal is echter zo sterk dat we –
afgezien van de goddamn-passage tijdens laatstgenoemde song
– amper van stinkers kunnen spreken. Ook afsluiter ‘Beating On
Death’s Door’ geeft er for old times’ sake een stevige lap
op.

Alles bij elkaar genomen, is ‘Sacrament’ een héél degelijk album
geworden. In vergelijking met Ashes
of the Wake
zet Lamb of God slechts een klein stapje achteruit
(lees: richting commercie) waardoor de plaat de maximumscore niet
haalt, maar zelfs op halve kracht speelt het vijftal het gros van
de nieuwe lichting metalbands moeiteloos naar huis!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 + 17 =