The Mountain Goats :: Get Lonely

Laat u niets wijsmaken: er zijn nog zekerheden in de muziekwereld. Het downloaden neemt toe, de nieuwe Guns N’ Roses zal ook dit jaar niet verschijnen, daar zal opnieuw niemand om rouwen, en tot slot zal er ook in 2006 een nieuwe Mountain Goats in de platenwinkel liggen. Get Lonely is, grofweg geschat, John Darnielles twaalfde album, en het is ook z’n stilste.

Echt opvallen heeft spilfiguur Darnielle met zijn muziek nooit gedaan, maar een beetje opzoekwerk levert een verrassend portret op: zo bevat zijn songbook al meer dan 450 songs, heeft hij iets in de pap te brokken bij genoeg nevenprojecten om de concurrentie aan te gaan met de Gentse scene, en kan hij terugvallen op een hardcore fanbase die voor hem door het vuur zou gaan. Je zou voor minder, want de lo-fi songsmid, die vanaf het machtige Tallahassee (2003) niet enkel voor een breder geluid, maar ook voor een reeks uitmuntende albums tekende, is tevens een fan van de bokssport (zie ook het hoesje) en heavy metal, liefdes die hij bezingt op het net, waar hij alomtegenwoordig lijkt met een muziekmagazine en een eigen site met observaties over de edele klopsport.

Het vorige werkstuk, The Sunset Tree (2005), leidde niet enkel tot een bredere coverage maar zelfs tot lofbetuigingen uit onverwachte hoek: het gezaghebbende magazine The New Yorker ging zo ver Darnielle "America’s best non-hip-hop lyricist" te noemen. Het verschil met het oude werk en met het nieuwe album is dat The Sunset Tree een toegankelijk album was, dat door z’n variatie bijna onder "pop" te klasseren viel. Op Get Lonely klinkt hij tekstueel én muzikaal introspectiever dan ooit, wat leidt tot een handvol songs dat amper van elkaar te onderscheiden valt als het een eerste introductie is. Het album lijkt zelfs zozeer in z’n eigen wereld te vertoeven dat Darnielle lijkt te suggereren dat al die aandacht voor hem niet hoeft.

Gelukkige mensen komen nog steeds niet aan hun trekken: het album bulkt van de variaties op het eenzaamheidsthema. Darnielle drinkt koffie (alleen) en blijft achter met zijn gedachten, heeft er net een breuk opzitten of kiest vrijwillig voor een solitair bestaan. Toch leidt het niet tot zelfbeklag. In plaats daarvan tekent Darnielle fijne portretten die als vluchtige vignetten doen denken aan de kortverhalen van Raymond Carver: simpele natuurmetaforen, verwarrende momentopnames en elliptische zinsnedes suggereren een rijkere emotionele wereld waarvan de luisteraar slechts in beperkte mate deelgenoot gemaakt wordt. Naar Get Lonely luister je het best alleen, de teksten maken minstens zeventig procent van de luisterervaring uit. Dit is geen achtergrondmuziek.

Muzikaal blijft ook alles beperkt tot het hoogstnodige: een zacht bespeelde akoestische gitaar, spaarzame pianopatronen en vlagen cellogestreel. Af en toe heeft het iets van de voorstadsmelancholie van Damien Jurado, maar vooral: Darnielle ontbeend tot op het bot. Nu en dan wordt het ingetogen minimalisme onderbroken door wat prominentere percussie ("New Monster Avenue") of een zeldzame popsong ("Half Dead", "If You See The Light"), maar het blijft uiteindelijk een puzzel die de geconcentreerde luisteraar zelf in elkaar moet steken, om ten slotte vast te stellen dat er enkele stukjes ontbreken. Sommige songs doen de aandacht wat verslappen, maar als de man op z’n best is (zoals in "Half Dead", het ongemakkelijke "Maybe Sprout Wings", of afsluitend afscheid "In Corolla") maakt hij duidelijk hoe hij aan z’n status geraakt is.

Naar Darnielles normen, én ook die van ons (we zijn rotverwend de laatste tijd), is Get Lonely niet opzienbarend, al zullen de tot de tanden met poëziebundels en snoeischaren gewapende fans dat ten stelligste ontkennen. En dat mogen ze, want als de bladeren beginnen te vallen, is het album waarschijnlijk al aan een herwaardering toe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 11 =