Mastodon :: Blood Mountain

We winden er geen doekjes om: we zijn fan van Mastodon, en beschouwen hun vorige album (Leviathan, uit 2004) als het beste dat metal het voorbije decennium overkomen is. Geef ons een kwartier en ook u gaat voor de bijl. Het was angstig uitkijken naar ’de moeilijke derde’ voor het grote Warner, maar om het kort te houden: er wordt metalgeschiedenis geschreven met Blood Mountain.

Een kenmerkende roffel, een gejaagde riff en heftig gebrul; met "The Wolf Is Loose" gaat het album verpulverend van start. Het wordt echter al snel duidelijk dat het kwartet niet doet aan herhalingsoefeningen. Er werd opgenomen in dezelfde studio en met dezelfde producer (Matt Bayles), maar de band verlegt nog maara eens zijn grenzen: ondanks een verwijzing naar de walvis van Leviathan geven ze meteen te kennen in de breedte te willen gaan: meer variatie in de zang (waarbij een glansrol is weggelegd voor het lichtere stemgeluid van gitarist Brent Hinds) en meer toegankelijkheid, zonder plots als een lichtgewicht metalbandje te gaan klinken. Het is de perfecte, zelfs catchy opener van een plaat die haar genialiteit bij mondjesmaat vrijgeeft.

Blood Mountain bezit niet de onmenselijke bruutheid van debuut Remission en kan het best beschouwd worden als een verfijnder Leviathan, met zo mogelijk nog meer aandacht voor structuur, complexiteit en een toename van prog-elementen. Het gebeurt wel met behoud van kracht, wat meteen wordt bewezen door het met tribaal drumwerk aangekondigde "Crystal Skull". De vuist gaat de lucht in, de riffs worden op mekaar gestapeld en er wordt meteen ook gewerkt aan een nieuwe moderne mythologie (de titels alleen al), verpakt in elementen uit dertig jaar metalgeschiedenis: de gitaartandem, vurige solo’s en het verbluffende drumwerk van Brann Dailor, die nog maar eens zijn drukke stempel op het geheel drukt.

Het album toont alleszins het best de veelzijdigheid van de band: "Sleeping Giant" bevat lyrische weemoed en botte kracht zoals die gekend is bij Isis, maar Mastodon gaat er verder mee, weet achteloos de conventies te omzeilen, en zelfs als het er even op lijkt dat ze gaan voor het alledaagse, wordt dat idee meteen ondergraven, en is het weer die typische hypercomplexiteit die de luisteraar onderuit haalt. "Capillarian Crest" is tegelijkertijd tegendraads, in your face en ridicuul complex. Vanaf dit nummer steken nog enkele onverwachte experimentjes de kop op: zo wordt er gerotzooid met iets dat op een vocoder lijkt in "Circle Cysquatch", terwijl "Bladecatcher" een overgang heeft van fris gepingel naar totaal waanzinnig ketellawijt met grotesk vervormde vocalen (?).

Het mag duidelijk zijn dat de band meer dan ooit de grenzen van het genre en zijn mogelijkheden aftast, en toch wordt niet alleman vervreemd: op "Colony Of Birchmen" (met opnieuw een geweldige Hinds, en gastvocalen van Josh Homme), "Hunters Of The Sky" en "Hand Of Stone" wordt teruggegrepen naar makkelijker of bekender klinkend beukwerk. De tweede albumhelft is al bij al niet opgewassen tegen de magistrale eerste, maar de band verliest nergens zijn focus, en als je uiteindelijk aanbelandt bij "Pendulous Skin", dan is diep inademen en beginnen aan een tweede luisterbeurt de enige oplossing om van dat ongeloof af te raken.

Ondanks de overstap naar een groot label — voor zoveel bands een aanleiding om in te boeten aan experimenteerdrift en rauwheid — is de band erin geslaagd zijn muzikale exploratie veilig te stellen. Op Blood Mountain is een band op de top van zijn kunnen aan het werk, een band die risico’s neemt, zonder zijn afkomst of de metaltraditie te verloochenen. Meer nog: Mastodon slaagt er als geen ander in om verworvenheden te koppelen aan innovatie, en gedrevenheid aan techniciteit. Het resultaat, ook al is het niet perfect, is dan ook een album dat bewijst dat het genre in veilige handen is. En wij maar denken dat met de laatste Slayer alles gezegd was. Mastodon is de naam, Blood Mountain de plaat. Welkom in de toekomst.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + negentien =