The Black Keys :: Magic Potion

Toen Two Gallants eerder dit jaar het fijne What The Toll Tells uitbracht, voelden een paar recensenten zich geroepen om hen de titel van The Blacker Keys toe te schrijven. Een grote vergissing echter, want met Magic Potion leveren The Black Keys het ultieme bewijsmateriaal dat zij wel degelijk de zwartste van alle witte negers zijn.

Laat ons maar meteen een open deur intrappen: waar wij het bij Two Gallants nog wel eens waagden om ons af te vragen hoe geloofwaardig witte negers wel zijn, daar geven The Black Keys ons met Magic Potion alvast geen kans om te twijfelen. Magic Potion is The Black Keys op volle toeren en de plaat bevat genoeg straf materiaal om dat veertig minuten lang tentoon te spreiden.

Dat blijkt al meteen uit "Just Got To Be", waarin u zanger Dan Auberbach zich een weg doorheen zijn alledaagse miserie hoort banen. Wat daarbij direct opvalt, is dat The Black Keys een mooi midden hebben gevonden tussen de simpele, maar zeer soulvolle songs van de beginperiode (The Big Come Up) en het eerder ingenieuze, maar tevens meer oppervlakkige materiaal van de latere periode (Rubber Factory, Thickfreakness).

Dat alles leidt tot een aantal onovertroffen hoogtepunten waarvan "Your Touch" zeker niet te missen valt. Daarin verheft Auberbach de soul in zijn stem naar een niveau vergelijkbaar met dat van Mick Collins (The Dirtbombs), terwijl een Ram Jamachtige riff een lekkere, hapklare brok van het nummer maakt. Dat The Black Keys met de opvolger en ballade "You’re The One" zelfs een brug naar het zachte, maar al even zwarte genre van de R&B slaat, toont dat Magic Potion een plaat met meerdere invalshoeken is.

Met "Strange Desire" lukt het The Black Keys zelfs heel even om commercieel te zijn. De openingsriff ligt schaamteloos in het verlengde van een paar grote hits van The White Stripes, en op de van zeer veel blues doordrongen stem van Auberbach na, wordt er zelfs geen moeite gedaan om dat te verbergen. Uiteindelijk zou het maar zonde zijn, want "Strange Desire" is één van de onmiskenbare vuurwerkmomenten op de plaat.

Dat Auberbach een zanger is die zijn klinkers overdreven lang aanhoudt — en er op die manier in slaagt om een zin als "Misery I Need" te laten klinken als "Miseeeeryyy I Neeeeeeeeed"— komt The Black Keys alleen maar ten goede. Het heeft een vettig effect en het maakt de muziek— waarin smerigheid toch nog altijd een belangrijke rol speelt — een stuk krachtiger. Het zorgt er in "Goodbye Babylon" zelfs even voor dat Auberbach een in zichzelf gekeerde rockpriester lijkt, die iedere dag opnieuw een verplichte portie Jimi Hendrix tot zich neemt.

Het is bijgevolg niet mogelijk om naast de verdienste van The Black Keys te kijken. De band bevindt zich op het stormachtige kruispunt tussen de zwarte en de blanke wereld van de muziek, en is vanuit die positie tot nog toe op geen enkele plaat écht in herhaling moeten vallen. The Black Keys zijn met Magic Potion weliswaar nog altijd The Black Keys, maar toch net dat tikkeltje anders, en eigenlijk zelfs nog een tikkeltje meer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 20 =