Dan Auerbach :: Waiting On A Song

De grote vernieuwer zal Dan Auerbach, naast de helft van The Black Keys ook de stuwende kracht achter The Arcs, nooit worden. Maar de seventiesklanken die op zijn nieuwe album te horen zijn, laten vooral horen dat zulks eerder een troef dan een nadeel is. Waiting On A Song is een heerlijk luchtige zomerplaat geworden.

We hebben er lang op moeten wachten, op een tweede soloplaat van Dan Auerbach. Met de eerste, Keep It Hid, kwam de man in 2009 onverwacht aanzetten, tussen twee kleppers van The Black Keys door. Gezien Auerbachs andere bezigheden met tweede band The Arcs en zijn werkzaamheden als producer van andermans werk, verbaast het bijna dat die parel alsnog een opvolger heeft gekregen. Ware het niet dat Auerbach het in interviews niet onder stoelen of banken steekt dat hij grààg werkt. Grappig genoeg blijkt uit diezelfde interviews dat Auerbach een groot liefhebber – en dito consument – is van het soort rookgerief waarvan anderen eerder gezapig worden.

Als die drugconsumptie al een effect heeft op de muziek, dan uit zich dat eerder in de seventies look en feel die Waiting On A Song uitstraalt. Kijk naar dat lettertype, dat niet meer gebruikt is sinds Neil Youngs Decade, maar nu opnieuw door zowel Auerbach als The War On Drugs opnieuw opgevist wordt. En kijk naar de gastenlijst van dit album: neem John Prine, een musician’s musician die het gros van de songs mee schreef en daarbij de aanpak huldigde dat je de dingen best niet te complex maakt.

Mogelijk de meest opmerkelijke gast is Mark Knopfler. De voormalige Dire Straits-frontman leverde een gitaarpartij voor de rotaanstekelijke single “Shine On Me”, zonder dat het nummer veranderde in een hypersteriel product. Integendeel: elke keer dat “Shine On Me” langskomt, wordt het zomergevoel een beetje sterker.

Dan zijn er nog namen als Bobby Wood, Gene Chrisman en Dave Roe, geen onbekenden voor wie de voorbije decennia de hoesnota’s van rock-‘n-rollplaten naspeurde. Net zo min als Duane Eddy, een naam die, mocht hij onbekend zijn, onmiddellijk in Spotify ingevoerd dient te worden.

Deze heren leveren bijdragen die, hoewel ze soms subtiel zijn, het curiositeitsgehalte van Waiting On A Song enigszins opdrijven. “Livin’ in Sin” is bijvoorbeeld een misschien iets te kig popnummer, zeker gezien de verwachtingen die zo’n titel oproepen, maar dan duikt er toch plots een gitaarriedel op die een en ander onweerstaanbaar maakt.

Helemaal fraai wordt het op het ogenblik dat Auerbach de voet van het gaspedaal haalt en een orgel laat aanrukken voor het prachtige “King Of A One Horse Town”, dat een brug slaat tussen het eerder intimistische karakter van Keep It Hid en het vrije vogelgevoel dat overheerst op Waiting On A Song.

Behoort het album daarmee tot het betere werk van Auerbach? Nah. Maar evenmin is dit een plaat om links te laten liggen. Auerbach heeft een complexloos werkstuk in elkaar getimmerd, tien songs verzameld waarop het speelplezier hoorbaar voorop staat en die samen voor een zorgeloos half uurtje zorgen. Als muzikale begeleiding voor een fraaie zomeravond voldoet dat ruimschoots aan de verwachtingen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × 2 =