Ozark Henry :: The Soft Machine

En zo zuchtte de Ontgoochelde Fan nog maar eens achter zijn computer. Zijn Held had hem verlaten voor een breder publiek waar hij zich met de beste wil van de wereld geen deel van kon voelen. Want de Nieuwe Plaat klonk wel erg ongeïnspireerd, ondanks alle grootspraak in de interviews voor de release.

En nochtans was het allemaal zo mooi begonnen tussen onze fan en Ozark Henry. Op een mooie nacht zag hij op één of andere muziekzender de videoclip van "Radio (7.1.23.19.11.5.13.31)" passeren en hij was op slag verkocht. Een paar weken later schafte hij zich This Last Warm Solitude aan. Weken gedraaid. Aan alle vrienden laten horen: "Dit is gewèldig". Eindelijk had hij iets Belgisch ontdekt dat in zijn ogen iets voorstelde.

Er werd dus nog geen klein beetje uitgekeken naar de release van Birthmarks twee jaar later. "Rescue" beloofde veel goeds, maar wat was hij snel klaar met die nieuwe plaat. Weg was de complexiteit waarin het muzikaal verdwalen was. Een gladde soulvolle toets kwam in de plaats, maar zorgde geenszins voor compensatie. De ontgoocheling was groot.

Gelukkig dus maar dat The Sailor, Not The Sea drie jaar later opnieuw wat van de betovering wist op te wekken. Er mochten opnieuw meer laagjes in de muziek, en zelfs ballads als "Give Yourself A Chance With Me" konden ermee door. Jammer alleen van die ene single waarop Piet Goddaer in het zog van vriend Joost Zweegers plots "Clocks" van Coldplay achterna ging. Het zou helaas de richting aangeven voor opvolger The Soft Machine.

Want daar zit hij dan. Met de luxueus uitgegeven editie van die nieuwe plaat in handen. "Wat hij ervan vindt", vraagt een kameraad hem na een paar beluisteringen. Met een donker gemoed wordt het negatieve oordeel overgemaakt. En het antwoord is al even gezwind: "Ik dacht het al. Single "These Days" was al platte kak". "En dan te bedenken dat die song nog een van de betere is op The Soft Machine", klinkt het grimmig aan de andere kant.

Neen, dit kan hem niet bekoren. De nieuwe plaat van zijn held klinkt alsof Goddaer de computer gewoon in de stand "Ozark Henry" zette, en het ding vervolgens twaalf nieuwe nummers liet schrijven. Gevolg: alle herkenbare bouwstenen — de lichte dubtoets, die drumsound, de gitaartjes … — zijn aanwezig, maar geen van de songs ademt een beetje leven uit. "Dof" en "mat" zijn de adjectieven die zich in het hoofd van onze fan opdringen.

"You gotta dance!" is het motto van Haruki Murakami dat The Soft Machine vergezelt. Er zijn tangen die beter op een varken hebben gepast, dan dit citaat. Behalve een beetje beweging in het in deze context nog puike "Play Politics" overheerst een lethargische sfeer die het onze fan moeilijk maakt de plaat in één zit uit te luisteren. "Weekenders" sjokt maar door op het tempo van een kudde verveelde runderen en zelfs het nog geen drie minuten durende instrumentaaltje "Echo As A Methaphore" lijkt eindeloos door te dreinen.

De fan buigt kreunend het hoofd. Wat hij hoort zijn fletse, kleurloze songs als "We Were Never Alone" die enkel aan de buitenkant een beetje soul lijken te bezitten. In interviews maakte zijn Held er een punt van dat hij niet naar zijn platenfirma luistert, maar dat klinkt bij beluistering van zijn nieuwe plaat erg ongeloofwaardig. The Soft Machine lijkt immers op het lijf van marketinglui geschreven: gladgepolijst en zonder diepgang.

Piet Goddaer lijkt op zijn vijfde plaat definitief voor de weg van de minste weerstand gekozen te hebben. Het zal hem ongetwijfeld weer een goeie verkoop opleveren, maar ook als hij vijf miljoen keer over de toonbank gaat, blijft een kutplaat een kutplaat. Ozark Henry heeft een cd afgeleverd die klinkt als goedkoop design. Hij past dus uitstekend op een Ikea-salontafeltje.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + twaalf =