Miami Vice




Ik herinner me het nog goed. Het was eind jaren tachtig en ik was
een hummel van nog geen tien jaar oud. Pa zat onderuitgezakt in de
zetel en na m’n wekelijks Merlina-avontuur zat ik hem, zoals
gewoonlijk, fameus op de zenuwen te werken met mijn
Parafix-manoeuvres. En toen gebeurde het: Als een bronstige stier
sprong hij recht en deed hij zijn sokken uit om vervolgens een
soort zachtlederen schoeisel aan te trekken. Hij liep naar moeder
en riep ‘m’n hemd, het gaat beginnen!’, en ma kwam met een
versgestreken zalmkleurig hemdje aangehold. De tv ging aan en een
puffende synthesizer-beat overviel de huiskamer. Ik zag twee mannen
in witte broeken rondhossen en rondrijden in een al even
maagdelijke Ferrari Testarossa. Aangezien mijn referentiekader van
alles wat cool was in die tijd zich beperkte tot Mik, Mak en Mon
vroeg ik m’n pa om uitleg. ‘Dat zijn de mannen van Miami Vice’ zei
hij. Toen wist ik het: ooit word ik even stoer als Sonny Crockett
en nog geen dag later kocht ik een hamster en noemde ‘m
Elvis.

Maar iedereen die zat te wachten op één grote parade bestaande uit
flamingo’s, Phil Collins en Art Deco-straatbeelden zal zijn
mocassins met het nekmatje tussen de benen terug op zolder mogen
zetten. Mann ontdoet zijn eighties-creatie van alles wat het ooit
zo genietbaar/fout maakte, om er een grauwe politiefilm van te
kneden die qua sfeer aanleunt bij zijn misdaadepos ‘Heat’, en qua
stijl (digicam ahoy!) doet denken aan zijn vorige, ‘filosofie met
Jamie en Tom’ ofte ‘Collateral’. Op de hilarische pornosnor van
Colin Farrell na, valt er dus bitter weinig te lachen met dit
sombere relaas van twee flikken in het zonnige (excuseer,
donkergrijze) Miami.

Mann verspilt zelfs geen tijd aan opening credits, want de lichten
in de bioscoopzaal zijn nog maar net uit of de stroboscopen in de
openingsscéne draaien al op volle toeren. We maken kennis met
flikken Sonny Crockett (Colin Farrell) en Ricardo Tubbs (Jamie
Foxx) terwijl ze volop bezig zijn aan een undercoveroperatie in een
nachtclub. Geen gezellige ‘Bad Boys’-fratsen, maar twee
professionele agenten die als luipaarden op de loer liggen om
pooiers en drugsbaronnen bij het nekvel te grijpen. Het is een
opwindende sequens, die op de bonkende beats van Goldfrapp
onmiddellijk de toon zet, wat verdomd lekker klinkt.

Maar dan komt Mann met zijn plot op de proppen – het eigenlijke
verhaal, dat als spelbreker die uiterst genietbare openingssequens
komt onderbreken. Crockett en Tubbs raken namelijk verzeild in een
gevaarlijke operatie die fout afliep voor een verklikker waar Tubbs
mee bevriend was. De Vice-boys worden zwaar undercover gestuurd om
contact te maken met een belangrijke wapen- en drughandelaar (Luis
Tosar) om zo het netwerk van binnenuit te ontmantelen. Het wordt
pas echt gevaarlijk en persoonlijk wanneer Sonny een affaire begint
met Isabella (Gong Li), de madam van de grote baas. De heren raken
zo diep meegesleurd in die onderbuik van drugs, geweld en verraad
dat elke misstap fataal kan zijn, niet alleen voor hen, maar ook
voor hun geliefden…

Eerst en vooral: Michael Mann is een straffe pee. Akkoord, de man
laat zich makkelijk verleiden om van de stijl de inhoud te maken en
heeft een iets te enthousiaste obsessie met blauwe kleurenfilters,
maar toch dragen zijn films stuk voor stuk een persoonlijke
auteursstempel. Wanneer hij op z’n best is, dan krijg je dingen
zoals ‘The Insider’ en ‘Heat’, wanneer hij op halve krachten werkt,
dan moeten we het stellen met verdienstelijke tussendoortjes zoals
‘Ali’ en ‘Collateral’ en wanneer hij carte blanche krijgt om zijn
eigen cultserie te restylen, wel, dan krijgen we een teleurstellend
knoeiboeltje. ‘Miami Vice’ is een misser waar je af en toe het
potentieel doorheen ziet schemeren, wat het allemaal nog
frusterender maakt.

De ambras zit ‘m vooral bij het verhaal. We krijgen een by the
numbers
-standaardplot die op een uur verteld kan worden,
terwijl Mann er twee uur en een kwartier voor gebruikt. Dat is een
dik uur overschot dat gevuld moet worden met mooie beelden,
montages op niet altijd even passende muziek en een fataal vals
klinkende romance-subplot. Die eenvoudige infiltratie-verhaallijn
wordt trouwens heel technisch en afstandelijk behandeld (probeer
maar eens te volgen als ze hun vakjargon bovenhalen), zodat je
nooit echt volledig betrokken kan geraken bij wat er allemaal
gebeurt. Je weet wie de goede en de slechte zijn, maar geen enkel
karakter springt eruit als volwaardig personage. Gelukkig weet Mann
hoe hij plaatjes moet filmen…

Want daar kunnen we niet over klagen: het visuele aspect. Samen met
zijn cinematograaf Dion Beebe gaat Mann verder waar hij bij
‘Collateral’ stopte. De camera zoeft op onnavolgbare wijze ter
land, ter zee en in de lucht en brengt het nachtleven van Miami op
sublieme wijze tot leven. Zo straf dat ik bij momenten
gehypnotiseerd zat te staren naar wat er allemaal op het canvas
werd geprojecteerd. De beelden komen zowel realistisch als
gestileerd over en bewijzen nog maar eens de kracht van Mann. De
actiescènes, ook al zijn het er met moeite drie, knallen dan weer
onverwacht en brutaal los en laten meer indruk achter dan een
dozijn ‘knal-boem-pataat’-actiefilmpjes uit Hollywood. Een
shoot-out mocht natuurlijk niet ontbreken en ook al is die niet zo
overdonderend als die uit ‘Heat’, de trommelvliezen zullen nog lang
nazinderen.

Veel rust op de schouders van de hoofdrolspelers, in dit geval
Colin ‘pas op of ik haal m’n piemel uit’ Farrel en Jamie ‘moet ik
die van mij eens op tafel leggen?’ Foxx. De vuilgebekte Ier kan
acteren, dat heeft hij al bewezen (‘Tigerland’ blijft zijn grootste
krachttoer), maar hier mist de charismatische bad boy toch wat,
euhm, charisma om te overtuigen. Farrell loopt twee uur aan stuk
rond met een doorleefde smoel en perst zijn stroeve dialogen zo
geforceerd uit zijn bek dat het wel lijkt alsof hij aan een
Wolverine-imitatiewedstrijd meedoet. Jamie Foxx is dan weer
verrassend sterk bezig als zijn partner, Tubbs. Foxx speelt
ingetogen, cool en on the edge. Kijk maar eens hoe zijn ogen
blinken wanneer hij tijdens een undercover-operatie een pooier
opmerkt die een hoertje in elkaar mept. Foxx heeft de kop en het
charisma en speelt zijn buddy moeiteloos van het scherm. Ik kan
niet zeggen dat ik blij was toen hij tijdens die overbodige
romance-pauze met Farrell en Gong Li (die het wel erg moeilijk
heeft met haar Engels) meer dan een half uur in de coulissen moest
verdwijnen. Feit is, als Foxx in beeld loopt, wordt ‘Miami Vice’
een stuk beter en cooler om naar te kijken.

‘Miami Vice’ is all style, zero substance. Een afstandelijk
en vlak verhaal werd met veel flair in een aantrekkelijke
verpakking gestoken maar het is en blijft een lege luxe-doos. Voor
Mann zal het wel allemaal persoonlijk zijn, maar voor zijn volgende
komt hij toch maar beter op de proppen met iets meer brein en iets
minder pornosnor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + elf =