Monster House




Er zijn maar heel weinig mensen ooit filmfan geworden nadat ze naar
‘Citizen Kane’ of ‘Pantserkruiser
Potemkin’ hadden gekeken, hoe goed die klassiekers ook mogen zijn.
Over het algemeen zijn de films die ons, vaak op jonge leeftijd,
ons enthousiasme voor het medium bijbrengen heel wat minder
hoogdravend. Ik herinner me duizend woensdagnamiddagen in de jaren
tachtig, in het gezelschap van ‘ET’,
‘Indiana Jones’, ‘Back to the Future’, ‘Gremlins’ en
aanverwanten. In die tijd leek de Steven Spielberg-fabriek van
eindeloos inventief en opwindend amusement voor kinderen en tieners
op volle toeren te draaien, en die droomfabriek leerde mij om graag
naar films te kijken. ‘Citizen Kane’
kwam veel later. M’n liefde voor dat superieur Hollywood
entertainment ben ik echter nooit kwijtgespeeld – achter elke
cinefiel schuilt immers een jonge filmkijker die ongelooflijk in de
ban is van de simpele fantasieën die worden aangeboden door
actiefilms, westerns, James Bond-avonturen en noem maar op. Zo af
en toe komt er nog eens een film uit die dat gevoel opnieuw tot
leven kan wekken – de animatiefilm ‘Monster House’ was er
bijvoorbeeld eentje die dat klaarspeelde, hoewel ik er naartoe was
getrokken met absoluut geen enkele verwachting. Kun je nagaan hoe
leuk die verrassing was.

Het verhaaltje draait rond DJ (Mitchel Musso), een jongetje van een
jaar of twaalf dat de hele dag zijn griezelige, eenzame buurman
Nebbercracker (Steve Buscemi) bespioneert. Nebbercracker maakt er
een punt van iedereen uit z’n voortuin weg te jagen en zijn huis
ziet eruit alsof de Manson familie er regelmatig een feestje houdt.
Dan, op een dag, belandt Nebbercracker in het ziekenhuis en begint
DJ eigenaardige dingen op te merken aan het huis zelf. Samen met
zijn vriend Chowder (Sam Lerner) en love interest Jenny
(Spencer Locke) gaat hij op onderzoek uit. Blijkt natuurlijk dat
het in dat huis op de één of andere manier spookt en dat aangezien
geen enkele volwassene hen wil geloven, DJ, Chowder en Jenny
helemaal alleen staan.

‘Monster House’ is een film die werkelijk knéttert van de
eighties nostalgia. Het sfeertje van de prent lijkt
rechtreeks weggelopen uit een aantal van die Steven
Spielberg-producties uit de jaren tachtig, zoals ‘The Goonies’,
‘Poltergeist’ en ‘Gremlins’. Dit is een kiddie scary movie
zoals ze die al lang niet meer gemaakt hebben – een mix van humor
en horror, die nét griezelig genoeg is om de jongere kinderen in
het publiek onder hun stoeltje te doen duiken, en grappig genoeg om
de volwassenen te laten begrijpen dat het allemaal erg tongue in
cheek
bedoeld is. Spielberg en Robert Zemeckis staan op de
aftiteling vermeld als producenten, en hun invloed is continu
voelbaar. ‘Monster House’ ligt helemaal in de lijn van hun eigen
tienerfilms uit de eighties, en speelt zich ook tijdens die
periode af, wat de sfeer nog versterkt.

Het gebeurt niet zo vaak dat een Amerikaanse animatiefilm wordt
gebruikt in een ander genre dan de typische, Disney-achtige
familiefilm. We krijgen hier geen zoetsappige levenslesjes, geen
sullige subtext over de waarde van het gezin of weet ik veel wat
allemaal, maar gewoon een spannend, komisch kinderavontuur dat tot
voor enkele jaren alleen maar in live action gemaakt zou
zijn. Na de talloze CGI-animatiefilms van het voorbije jaar, die
als het er op aankomt allemaal op elkaar leken (‘Ice Age 2’, ‘Cars’, ‘Over
the Hedge’
, you name it), is dit een film die aantoont
dat het animatiemedium best nog voor andere dingen gebruikt kan
worden. ‘Monster House’ heeft een zeer sterk concept: een genre dat
sinds het begin van de jaren negentig zo dood als een pier was,
wordt hier uitstekend uitgevoerd, mét het gebruik van de visuele
vrijheden die animatie nu eenmaal biedt.

‘Monster House’ werd gemaakt met dezelfde motion capture
technieken die Zemeckis eerder al gebruikte voor zijn vreselijke
‘Polar Express’, maar regisseur Gil
Kenan maakt de zeer intelligente keuze om niet voor fotorealisme te
kiezen. Hij maakt van zijn personages eerder karikaturen van de
echte acteurs, en het feit dat er een zekere afstand van de
realiteit wordt bewaard, helpt ons om de gebeurtenissen in de film
te aanvaarden. In ‘The Polar
Express’
kregen we een Tom Hanks die er bijna echt
uitzag… Bijna, maar niet helemaal, en het resultaat was ronduit
creepy. Hier aanvaarden we de personages als geanimeerde
figuren en kunnen we gewoon verder met het verhaal. De motion
capture
zorgt er echter wel voor dat de bewegingen van de
personages ongelooflijk realistisch zijn. Meestal wordt er in
geanimeerde films geen beweging teveel gebruikt – elke kleinste
beweging moet gecreëerd worden door de animatoren, dus lijken de
figuren vaak ongeloofwaardig efficiënt in alles wat ze doen. Geen
beweging teveel, alles aan hun lichaam is erg gericht. Hier heb je
dat niet: de personages maken ongerichte kleine bewegingen, ze
maken gebaren niet helemaal af, ze doen eigenlijk tevéél, net zoals
echte mensen dat doen. Knap gedaan. De visuele stijl wordt nog
versterkt door een prachtige, gelige belichting die perfect het
daglicht van de late herfst suggereert waarin de film zich
afspeelt.

Dat verhindert allemaal echter niet dat Gil Kenan soms moeite heeft
om een evenwicht te vinden tussen de humor en het griezelige spul
in zijn film. Omdat hij bang is om over de top te gaan in zijn
kinderhorror, voegt hij soms personages of scènes toe die eigenlijk
te kluchtig zijn voor de toon van de prent. Zo is er bijvoorbeeld
een oliedomme deputy van de sheriff die meer irritant dan grappig
is. Met zeer dankbare, hilarische personages zoals de cynische
babysit Zee (Maggie Gyllenhaal) en haar etterige vriendje Bones
(Jason Lee), doet hij dan weer te weinig. Het kan inderdaad niet
eenvoudig zijn om te beslissen wanneer je te duister wordt in dit
soort film en wanneer het allemaal wel wat serieuzer mag. Kenan
weet die balanceeract over het algemeen goed vol te houden, maar af
en toe maakt hij toch verkeerde keuzes. Dit is nog het
allerduidelijkst aan het einde – de regisseur begint met het einde
van z’n film en houdt maar niet op, met een finale die véél te lang
duurt.

Maar toch, het goede overtreft ruimschoots het slechte in ‘Monster
House’: de spirit van de jaren tachtig kiddie scary movies
is levend en wel, een flink aantal van de grappen en enge situaties
werken wél en de visuele stijl is soms adembenemend. De laatste
tijd zijn er zoveel animatiefilms uitgekomen, allemaal met dezelfde
sfeer, dezelfde stijl, dezelfde intentie, dat ‘Monster House’ haast
een verademing is. Eindelijk wordt er nog eens iets anders gedaan
met dat medium. Wij danken Gil Kenan – zijn poging is niet altijd
perfect, maar ze is onderhoudend en op z’n beste momenten waande ik
me weer op een woensdagnamiddag voor de video.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × 3 =