Meer dan tweehonderd jaar oud is het oeuvre van Jane Austen en toch vormen haar romans nog steeds een bron van inspiratie voor menig audiovisueel werk. Nog bijna jaarlijks verschijnen er zowel redelijk getrouwe adaptaties als eerder losjes geïnspireerde werken. Sense and Sensibility werd zo in 1995 al eens verfilmd door Ang Lee, naar een scenario van Emma Thompson die ook zelf een van de hoofdrollen vertolkt. Tot op vandaag is deze gelauwerde filmbewerking nog steeds erg geliefd, waardoor je je kan afvragen of er wel nood is aan een zoveelste adaptatie. Met deze verfilming lijkt regisseur Georgia Oakley, die hiermee nog maar haar tweede langspeeldebuut aflevert, vooral een nieuwe generatie te willen aanspreken.
Het verhaal blijft hetzelfde: nadat hun vader overlijdt, zijn de zusjes Dashwood en hun moeder gedwongen om hun riante villa en thuis te verlaten. Hun halfbroer John trekt namelijk in samen met zijn vrouw Fanny die de aanwezigheid van de zusjes niet echt waardeert. En dan vooral omdat de oudste zus Elinor (Daisy Edgar-Jones) het wel erg goed lijkt te kunnen vinden met haar broer Edward (George MacKay), een match die Fanny niet goedkeurt. Eens in Devonshire ontmoet de passievolle Marianne Dashwood (Esmé Creed-Miles) Mr. Willoughby (Frank Dillane), tot wie ze zich onmiddellijk aangetrokken voelt. Tegelijkertijd koestert de gereserveerde Colonel Brandon (Herbert Nordrum) gevoelens tegenover Marianne, die de oudere man maar eerder saai vindt.
Ondanks dat dit drama een getrouwe adaptatie is die niets verandert aan de tijdsperiode of locatie, voelt deze bewerking toch enigszins moderner aan. Vooral qua woordenschat en in de manier van spreken lijken de stijfheid en het decorum die we associëren met Britse kostuumdrama’s minder prominent aanwezig. De prent speelt bij momenten ook met de gedateerde gebruiken van het Regency-tijdperk en werpt zo een eigentijdse blik op een oud verhaal dat desondanks blijft resoneren. Dit zorgt er mede voor dat de verfilming ongekunsteld aanvoelt, op misschien de toch wel ongebruikelijke danschoreografieën na. Ook de keuze om voornamelijk met natuurlijk licht te werken draagt bij aan de naturalistische uitstraling. Daarnaast worden de personages ook vaak geplaatst in ongetemde natuur, met wilde haren, modder en sappige bessen (wat eerder doet denken aan Emily Brönte dan Jane Austen). Bijgevolg is de esthetiek van de film minder gepolijst en krijgt de film een iets zwaarmoediger kantje, versterkt door de herfstige tinten. Al is de humor nooit ver weg, want geen Austen-bewerking zonder minstens één karikaturaal personage dat zowel op onze zenuwen als onze lachspieren werkt.
Op narratief vlak struikelt de film soms wel door die voorliefde voor het landschap. Sommige scènes voelen zo wat onnodig aan en komen noch de chronologie noch het tempo ten goede. Het drama is dan ook op zijn best wanneer het focust op het stilzwijgend verlangen van de verschillende personages en de band tussen de twee oudste zussen, wat uiteindelijk nog steeds het hart vormt van Sense and Sensibility. En ondanks het feit dat de hunkering niet van het scherm spat, is de chemie tussen Edgar-Jones en Creed-Miles wel sterk genoeg om de film te dragen.
De verfilming vergelijken met de bewerking van Ang Lee uit 1995 heeft uiteindelijk ook niet veel nut, want beide zijn een product van een compleet andere tijd. Met haar versie levert Georgia Oakley een iets of wat gemoderniseerde adaptatie af die met veel kennis en respect voor het origineel er misschien wel in slaagt een nieuwe generatie voor zich te winnen.



