Cat Power :: The Greatest

Zelfkennis is het begin van alles: het is een waarheid die Griekse
wijsgeren als Plato en Socrates al aan iedereen verkondigden die
het horen wilde. Cat Power is ook doordrongen van het besef dat ze
vanwege haar breekbare en wispelturige karakter de wereld niet
altijd de baas kan. Tijdens concerten breekt ze al eens in tranen
uit en na een aantal whiskeys raakt haar geest soms vertroebeld
door donkere wolken waarin het water zich al klaar houdt om in
weemoedige buien naar beneden te plenzen. Om een plaat af te
krijgen, omringt Chan Marshall zich dan ook vaak met artiesten en
muzikanten die haar frêle schouders en tengere songs moeten
ondersteunen. Op ‘You Are Free’ waren grungerockers als Eddie
Vedder en Dave Grohl nog te gast en op haar nieuwe plaat heeft Cat
Power de crème de la crème van de Memphis-scène uitgenodigd. Met
gitarist Mabon “Teenie” Hodges en bassist Leroy Hodges haalde ze
twee muzikanten van soullegende Al Green in huis en drummer Steve
Potts beroerde nog de vellen bij Booker T and the MG’s. Deze
rasmuzikanten vormen met hun prachtige soulinjectie een ideaal
tegengewicht voor de onzekere, breekbare country van Marshall. De
twee muziekstijlen ontmoeten elkaar op een desolaat kruispunt van
dorre zandwegen om een geheel te vormen dat veel meer is dan de som
der delen. ‘The Greatest’ blinkt namelijk uit in vertederende,
intimistische countrysoul die de twijfelende ziel van Cat Power
laat baden in een waas van zelfverzekerdheid.

Once I wanted to be the greatest / No wind or waterfall could
stall me
“. De titelsong van ‘The Greatest’ puurt haar
genialiteit uit contrastwerking. Je zou dergelijke verzen
verwachten uit de nietszeggende strotten van pseudo-rockers als
Chad Kroeger van Nickelback of
Fred Durst van Limp Bizkit,
losers die teren op stoere praat om hun schromelijk gebrek aan
testosteron te verbergen. Cat Power zingt deze woorden echter met
een twijfel en een breekbaarheid in de stem, die een verloren
geloof in een leven vol geluk verraadt. Slechts enkele naakte
piano-aanslagen en zachte strijkers begeleiden haar intieme verhaal
van kapotgeslagen dromen en fatalistische berusting. ‘Lived in
Bars’ gaat op een gelijkaardige manier van start, maar Cat Power
kondigt zelf een gemoedswisseling aan: “Send in the trumpets /
The marching wheelchairs / Open the blankets and give them some
air
“. De song mondt dan ook uit in een opgewekt klinkende coda
waarin de dekens van haar melancholie worden opengeslagen om
trompetten en backing vocals als zonnestralen op haar huid te laten
schijnen. Het dromerige ‘Could We’ gaat verder op het ingeslagen
pad met schitterende, korte gitaarlijntjes van Hodges en
aanstekelijke blazers, die haar fictieve vertelseltje van liefde
een schijn van realiteit proberen mee te geven.

Wie viel voor de minimale, rafelige en licht tegendraadse indie van
‘What >ould The Community Think’, zal even moeten wennen aan het
iets cleanere geluid van ‘The Greatest’. Gitaren en drums worden
slechts zachtjes beroerd en de stem van Marshall klinkt iets meer
ingehouden. Toch slaagt Cat Power er nog steeds moeiteloos in om
zowel tekstueel als muzikaal krassen op onze ziel te zetten. In de
laatste twee songs horen we echter toch een lichte zweem van het
rauwere geluid van haar vroegere werk. “Hey come here / Let me
whisper in your ear / I hate myself and I want to die
“, zingt
ze licht dreigend met de gitaar van Hodges aan haar zijde en met
een fles whiskey en een doosje pillen op het tafeltje naast haar.
Althans, zo stellen we het ons toch voor. ‘Love and Communication’
eindigt tekstueel op een positievere noot, maar klinkt muzikaal ook
iets dreigender dan de andere songs. Hodges laat zijn gitaar niet
meer als een poes langs je been vlijen, maar haalt klauwende
geluiden uit zijn instrument, terwijl een zachte piano de strijd
tegen Hitchcockiaanse violen net niet wint.

Een misleidende titel en een verfoeilijk lelijke hoes: Cat Power
gaat uit van een kitscherige, blinkende uiterlijke schijn om
daaronder een pure diamant met een weemoedige waas te verbergen.
Hoewel de levendige sprankels in de ogen van Chan Marshall soms
lijken uitgedoofd te zijn, blijft ze op muzikaal vlak vakwerk
afleveren vol troostende glinsteringen. ‘The Greatest’ is een
onuitputtelijke bron van gestileerde melancholie waar ieder
weldenkend mens zich aan zou moeten laven!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 1 =