Matmos :: The Rose Has Teeth in the Mouth of a Beast

Idolatrie: iedereen beleeft het op zijn eigen manier. Onwetende
tienermeisjes zetten het al op een huilen voor hun geliefde
boysband het podium betreedt om hun verwijfde danspasjes ten berde
te brengen, de familie Hendriks noemt haar eerste spruit Jimi en
anderen kopen gewoon posters of t-shirts. Matmos, het experimentele
laptopduo, eert zijn helden op een minder voorspelbare manier: Drew
Daniel en M. C. Schmidt, die u waarschijnlijk vooral kent van hun
samenwerking met Björk op ‘Vespertine’, creëren op deze plaat
muzikale en visuele portretten van mensen die ze bewonderen. Als
twee freaky elektro-dadaïsten gebruiken ze daarvoor voorwerpen die
een rol speelden in de levens van hun illustere idolen en rond de
geluiden die deze objecten voortbrengen, bouwen ze songs. Deze
unieke aanpak resulteert in een vernieuwende conceptplaat die
schippert tussen geniaal en ronduit onbeluisterbaar.

De found sound-werkwijze van Matmos is niet uniek. De
indielaptoppers van The Books en
de Gandalf van de klanken, Matthew Herbert, maken ook gebruik van
de meest bizarre voorwerpen om klanken te scheppen die nog nooit op
plaat zijn gezet. Wat Matmos van deze artiesten onderscheidt, is
hun onstuitbare drang om over the top te gaan. Vaginale
scheten van koeien, het geluid van Daniels sperma en brandend
vlees: het is allemaal te horen op ‘The Rose Has Teeth in the Mouth
of a Beast’. De bizarre, aurale ervaringen op dit album vloeien dan
ook voort uit de confrontatie tussen gewone instrumenten en
dergelijke geschifte klanken. Voeg daarbij nog gastbijdragen van
Antony (zonder Johnsons), Björk
en The Kronos Quartet en de avontuurlijke muziekliefhebber zou al
moeten beginnen te watertanden.

Ondanks de innovatieve aanpak is deze cd geen foutloos meesterwerk
geworden: bij drie sonische biografieën is het idee dat erachter
schuilt veel opwindender dan het uiteindelijke resultaat. Zo zal
Boyd McDonald waarschijnlijk niet erg vereerd zijn met ‘Public
Sex’. Hoewel minidiscopnames van openbare zedenschennis in het
nummer verweven zitten, is deze porn funk te mak en slaapverwekkend
om de aandacht te kunnen vasthouden. Hetzelfde geldt voor ‘Germs
Burn for Darby Crash’, waarop de pijnkreet van Daniel gesampled is
toen een brandende sigaret in zijn voorarm werd geduwd. Kunst kan
dan wel lijden zijn, in dit geval heeft Daniel voor niks afgezien,
want het resultaat is bijzonder enerverende elektronica die de
vinger onverbiddelijk naar de skiptoets doet bewegen. Geef ons dan
maar Battles. De laatste persoon
die een beter geluidsportret verdiende is één van de belangrijkste
exponenten van de beatgeneratie, William S. Burroughs. We horen de
schrijver verbeten tikken op zijn typmachine, maar die gedrevenheid
mondt uit in een dertien minuten durende, psychedelische ragtimejam
die minstens 8 minuten te lang aansleept.

Tot zover het slechte nieuws: de overige muzikale schetsen zijn
namelijk erg geslaagd en vormen een waar genot voor zowel oren als
grijze hersenmassa. Het eerbetoon aan taalfilosoof Ludwig
Wittgenstein focust op een paragraaf uit zijn ‘Philosophical
Investigations’. Terwijl de passage bezwerend wordt voorgelezen
door onder meer Björk, fungeert het geluid van gedroogde
rozenblaadjes, in combinatie met schurende wijsheidstanden, als
percussie. Het resultaat is een donker elektronicanummer met een
angstaanjagende finale. ‘Steam and Sequins for Larry Levan’ is
zonder twijfel het conventioneelste nummer van de plaat en sluit
dan ook erg aan de funky discohouse van een ander project van Drew
Daniel, The Soft Pink Truth. Een stuk aparter is de song voor
Valerie Solanas, de feministische schrijfster die Andy Warhol
neerknalde: een tekst over de vernietiging van het mannelijke
geslacht ruimt plaats voor een hilarisch ritme van vaginale
scheten. Wanneer de beat invalt, is het meest bizarre en grappige
dance-nummer van het jaar een feit. We hebben zo’n vermoeden dat
Solanas niet echt opgetogen zou zijn met haar portret.

De mooiste melodieën houden Schmidt en Daniel echter voor de
eerbetonen aan James Bidgood en Joe Meek. ‘The Semen Song’ baadt in
een donkere, creepy Nick Cave-sfeer met een weemoedige piano en
bezielde strijkers, terwijl de perfect getypecaste Antony het
sperma van Daniel bezingt. Het resultaat is bevreemdend maar
wondermooi. ‘Solo Buttons’ is minstens even heerlijk. Surfgitaren à
la Dick Dale deinen mee op de golven van de dreigende violen en
cello’s van The Kronos Quartet en knisperende elektronica. De song
rockt als het openingsnummer van de ‘Pulp Fiction’-soundtrack,
vertedert als een concerto van Beethoven en fascineert als een
soundscape van Venetian Snares.
Ontzettend straf! ‘The Rose Has Teeth in the Mouth of a Beast ‘ is
niet altijd even mooi als de titel laat uitschijnen, maar de
momenten dat de originele samples een geslaagde symbiose vormen met
de instrumenten, zijn ronduit subliem te noemen. Bovendien krijg je
bij de plaat ook nog eens een aantal prentkaarten met de visuele
portretten van Wittgenstein en co, waarop de werkwijze van Matmos
uit de doeken wordt gedaan. Geen onaardige deal, lijkt ons!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee × vier =