The Fiery Furnaces :: Bitter Tea

Terwijl grootmoe Friedberger weer de ouwe vertrouwde breinaald heeft opgenomen, werken kleinkinderen Matt en Eleanor noest verder aan een gestaag groeiend oeuvre. Bitter Tea, de Furnaces’ vierde in goed drie jaar tijd, mengt de avant-garde van Rehearsing My Choir met het melodieuze van E.P.. Zelf noemen ze het resultaat ’sissy psychedelic satanism’ en toegegeven, voor een keer hadden we het zelf niet treffender kunnen verwoorden.

Bitter Tea en Rehearsing My Choir zouden oorspronkelijk een dubbelalbum vormen waarbij op de ene plaat het oude besje haar voorbije leven overschouwt en op de andere het naïeve jonge meisje de toekomst hoopvol tegemoet kijkt. Snode marketeers hebben er anders over beslist, maar het concept bleef onveranderd. Diezelfde marketeers schreeuwen nu uit dat Bitter Tea een simpel popalbum is geworden dat mijlenver afligt van de door het publiek té experimenteel bevonden ’grootmoederplaat’, maar zij vertellen gewoontegetrouw slechts de halve waarheid.

Want hoewel de afwezigheid van granny’s monotone verstelstem deze plaat inderdaad een stuk makkelijker te verteren maakt, is Bitter Tea evengoed een aaneenschakeling van evenwichtverstorende tempowisselingen, worden er in ieder nummer nog steeds minimum vijf songs verwerkt en heeft het beluisteren van deze plaat bij momenten iets weg van een trip door een intergalactisch lunapark met demonische trekjes. Net als zijn voorgangers noteren we ook deze nieuwe met stip bovenaan ons lijstje ’absoluut te mijden in geval van kater’.

Fervente meekwelers wordt het op Bitter Tea niet makkelijk gemaakt, daar de zanglijn geregeld achterwaarts wordt afgespeeld. Zo is "The Vietnamese Telephone Ministry" op het eerste gehoor een ondoorgrondelijke wirwar van buitenaardse folk en satanische ambient, maar — en dit geldt voor de hele plaat — ontvouwt er zich na meerdere luisterbeurten zowaar een melodieuze popparel. En zo zijn er wel meer: van het titelnummer, de ideale soundtrack bij een extra gewelddadige Itchy & Cratchy-episode: looney tunes voor psychopaten, tot "Nevers" dat een idee geeft van wat zou gebeuren mochten we Eels’ antidepressiva stiekem vervangen door LSD.

De synthesizerpop van "Waiting To Know You" doet denken aan The Flaming Lips ten tijde van Yoshimi en "Oh Sweet Woods" klinkt dan weer als The Books die de discotoer opgaan. Begeleid door een vette beat, wat handjeklap en desoriënterende lasernoise vertelt Eleanor over die keer dat ze door een stelletje mysterieuze mormonen werd aangeklampt: "I said you got the wrong Eleanor Friedberger / and then they sang at me like this", waarna we iets te horen krijgen dat het midden houdt tussen de doodskreet van een gemarteld zwijn en een stofzuiger in overdrive. "Far fucking out, man" zoals The Dude zou zeggen.

Nochtans staan er op deze plaat ook enkele eenvoudige nummers die bewijzen dat er onder al die elektronische tierlantijntjes wel degelijk straffe songs verborgen zitten. De tweede helft van het album is gevuld met zulke ditties die bij het beste van The FF’s mogen gerekend worden. "Police Sweater Blood Vow" is opgewekte indiepop zonder noemenswaardige stoorzender en poppier dan op "Benton Harbour Blues" (met de mooie mijmering "Of all my past / only the sadness stays") hoorden we de Friedbergers nog niet.

Heeft u last van een minderwaardigheidscomplex? Zet dan een zonnebril met felgekleurde glazen op, wandel door een drukke winkelstraat met Bitter Tea in de oortjes en — geloof ons vrij — u zal zich onmiddellijk cool as fuck voelen, zelfs al straalt u in werkelijkheid nog minder uit dan Bart Somers in tennisoutfit. De promoboys hadden ons een popalbum beloofd en dat is het ook geworden. Bitter Tea is ongetwijfeld de ultieme popplaat ergens op een knettergekke planeet in a galaxy far far away.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie + 13 =