The Fiery Furnaces :: Bitter Tea

Fans van The Fiery Furnaces met financiële problemen: we zouden
niet graag in hun schoenen staan. Wie verslaafd is aan de unieke
maar verraderlijke indiepop-operettes van Matthew en Eleanor
Friedberger, maar geen geld heeft om hun platen te kopen die zich
in snel tempo opvolgen, moet bijna even zwaar afzien als de
zwaarste gevallen in de Betty Ford-kliniek. Voor wie bezweken is
voor de experimentele, eclectische sprookjesreizen van Gallowbird’s Bark of Blueberry Boat is ontwenning een klus
waarvoor zelfs Sisyphus een spontane stakingsactie op touw zou
zetten. De tot pure narcotica verworden synthfests die de
Friedbergers op hun vorig jaar verschenen EP lieten horen, maakten de verslaving
alleen maar erger. Net als alle grensverleggende bands gaan ook The
Fiery Furnaces echter soms uit de bocht. Met het zwaarwichtige
familiale onderonsje dat ‘Rehearsing My Choir’ heette (met oma Olga
Sarantos in de hoofdrol) staken ze de Rubicon van de te
vergevorderde experimenteerdrift over, wat resulteerde in een plaat
die maar weinig kon boeien. Wie na deze cd al de methadon
bovenhaalde om aan zijn Fiery Furnaces-addiction te ontsnappen, is
echter een vogel voor de kat. Aan de lokroep van ‘Bitter Tea’ zou
geen enkele rechtgeaarde liefhebber van avontuurlijke pop mogen
weerstaan. Met deze plaat keren Matthew en Eleanor namelijk terug
naar hun speelse, frivole sound van weleer. Een geluid dat het
muzikale equivalent is van een tochtje door een weird lunapark,
maar dan met een bodemloze pot jetons.

Naar ‘Bitter Tea’ luisteren is als protagonist zijn in ‘Charlie and
the synthfactory’: ‘I’m in No Mood’ is een perfect voorbeeld van de
verscheidenheid aan keyboardklanken die Matthew Friedberger in de
songs weet te stoppen. Het nummer, dat het verhaal vertelt van een
apathisch, verwaand meisje, springt van een jachtige Danny
Elfman-riedel naar spacy synths zoals The Flaming Lips ze op ‘Yoshimi’ graag
lieten triomferen. De teruggespoelde stemmen en een psychedelisch
middenstuk maken van deze song de perfecte synthese van de Fiery
Furnaces-ideologie: zoveel mogelijk stijlen, vondsten en
koerswijzigingen in een nummer verwerken zonder het grotere geheel
uit het oog te verliezen. Hoe onvoorspelbaar en freaky hun songs
soms mogen klinken, het zijn geen amalgamen van bijeengescharrelde
ideeën die op losse schroeven staan. The Fiery Furnaces is een
popband en dat wordt op ‘Bitter Tea’ nogmaals bewezen. Luister maar
naar ‘Black-hearted Boy’, dat zelfs met een uiterst opgewekt
pianodeuntje zijn weemoedige karakter niet kan verbergen.

Hoewel er over de songs goed is nagedacht, mag de waanzin soms
volledig zijn gang gaan. Zo klinkt het titelnummer als een
krankzinnige Willy Wonka die in al zijn enthousiasme creaties laat
horen die nog niet op punt staan: van poppy tot snedig tot volledig
geflipt. In vergelijking met dit nummer zijn The Flaming Lips en
Animal Collective doodnormale,
ietwat saaie groepjes. De meeste nummers mogen dan niet zo getikt
klinken als ‘Bitter Tea’, ondanks een overheersende sfeer van gemis
en verlangen roept de plaat vaak beelden op van draaimolens,
botsauto’s en suikerspinnen. ‘In My Little Thatched Hut’ is zo’n
nummer dat een kermissfeer evoceert met de licht spooky stem van
Eleanor, vocals en freaky synths. Het zouden echter The Fiery
Furnaces niet zijn, moesten deze keyboards niet contrasteren met
een melancholisch stukje gitaar. ‘The Vietnamese Telephone
Ministry’ sleurt je dan weer mee naar een andere dimensie, alsof je
een overdosis squishee genomen hebt uit de Kwik-E-Mart van Apu
Nahasapeemapetilon. Bij het horen van dergelijke nummers vraag je
je toch af wat mama Friedberger zoal aan paddo’s naar binnen
speelde tijdens haar zwangerschap.

De mooiste nummers op ‘Bitter Tea’ zijn echter diegene waarin de
waanzin naar de achtergrond wordt verschoven om het melodieuze
popgoud van de Friedbergers te laten schitteren. Zo zal de
liefdevolle smeekbede van Eleanor in ‘Teach Me Sweetheart’ niemand
onberoerd laten, terwijl op de achtergrond onbestemde laptopklanken
en twangy gitaren elkaar een tong draaien. Nog vertederender is
‘I’m Waiting To Know You’, waarin Eleanor gestalte geeft aan een
meisje dat met haar telescoop de ruimte afspeurt naar haar ware
Jacob. ‘I’m standing guard the navy yard / To see / Could there
one for me be?
‘, zingt ze zachtjes en afgaande op de muziek
zouden we zeggen: misschien toch eens Wayne Coyne bellen voor een
tête à tête. Deze songs behoren zonder meer tot het beste wat The
Fiery Furnaces al op plaat hebben gezet.

‘Bitter Tea’ is opnieuw eigenzinnige indiepop grand cru en wie al
een boontje had voor Eleanor Friedberger zal na het horen van deze
plaat nog jaloerser zijn op Alex Kapranos van Franz Ferdinand, haar vermoedelijke
amant. The Fiery Furnaces sleuren je met deze plaat weer mee
naar een Alice in Wonderland-achtige wereld waarin speelse momenten
afgewisseld worden met tedere, weemoedige passages. Zonder meer het
meest fascinerende theekransje van het jaar!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − veertien =