Jarhead




Dat oorlog een hel is, wisten we al: je kunt worden neergeschoten,
ontploffen met een landmijn, ze kunnen je gevangennemen en
martelen, en alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, moet je
ondertussen ook nog eens een foeilelijk uniform dragen. Wat we nog
niet wisten, was hoe saai het wel kan zijn. ‘Jarhead’, de nieuwe
van Sam Mendes (‘American Beauty’),
werd gebaseerd op de memoires van Anthony Swofford, een veteraan
van de eerste Golfoorlog. Het thema van de film is niet zozeer de
angst of het gruwelijke geweld van de strijd, maar wel de verveling
en frustratie van een oorlog die maar niet wil beginnen.

Jake Gyllenhaal speelt Swofford, die in ’89 de marine ingaat om te
ontsnappen aan zijn ouders. Tijdens een scène aan het begin van de
film vraagt zijn drilsergeant hem wat hij in het leger komt doen.
Hij antwoordt: ‘Ik ben m’n weg verloren toen ik naar de
universiteit wilde gaan.’ En dat vat min of meer heel z’n personage
samen – dit is iemand die op de wc Camus zit te lezen en vervolgens
op z’n buik door de modder moet kruipen terwijl er met scherp over
z’n hoofd geschoten wordt.

In augustus 1990 wordt Swofford naar Saudi-Arabië gestuurd, nadat
Saddam Hoessein Koeweit is binnengevallen. Op dat moment is er nog
geen bal te doen voor de soldaten, behalve dan “paraat staan” en
vooral de oliebronnen beschermen van “onze vrienden, de Saudi’s”.
Het duurt tot in januari 1991 vooraleer operatie Desert Shield
eindelijk operatie Desert Storm wordt en de vier dagen durende
oorlog begint. In de tussenliggende maanden hebben de Amerikanen
weinig te doen behalve trainen, slapen, eten, veel water drinken,
obsessief aan hun lieven denken en masturberen. Het eerste uur van
de film gaat over die eindeloze wachttijd: deze mannen zijn
helemaal afgetraind, hun instructeurs hebben hen opgefokt tot en
met, ze staan op scherp en verwachten een oorlog… En dan komt er
niets. Al die energie en agressie kan nergens naartoe. De gedachte
om een mens neer te schieten, wordt een obsessie voor Swofford, en
vooral voor zijn beste vriend, Troy (Peter Sarsgaard).

De eerste helft van de film is duidelijk het beste: Sam Mendes en
scenarist William Broyles gebruiken een cynisch gevoel voor humor
om de absurditeit van de situatie weer te geven. De soldaten
krijgen te horen dat ze “ten oorlog” trekken, en in de volgende
scène zien we hen in een gestroomlijnd commerciëel vliegtuig
zitten, terwijl de stewardessen rondkomen met drankjes en nootjes.
De televisie komt de glorieuze troepen filmen, die dan maar voor de
gelegenheid even een spelletje football moeten spelen met hun
gasmaskers op. De Camuslezende intellectueel staat op een
kerstfeestje rond te springen met enkel een kerstmuts als
schaamlapje – dat is wat die haast onmenselijke training en de nog
veel ergere verveling met hem hebben gedaan.

Dan, in de tweede helft, begint de boel langzaam maar zeker in
elkaar te zakken. De film heeft z’n punt op dat moment al duidelijk
gemaakt, maar Mendes gaat nog eens een uur lang door, met scènes
waar alle humor geleidelijk aan uit verdwijnt. Je weet wel wat de
bedoeling van de regisseur was: eerst laat je je publiek lachen, en
dan word je serieus om ze met hun neus in de feiten te drukken.
Maar die feiten zijn niet echt nieuw – we hébben ze al gehad in het
eerste uur, zij het dan in meer humoristische vorm. Mendes speelt
tijdens dit tweede uur constant met scènes en beelden die de
doodsangst van de soldaten moeten oproepen. Swofford en co moeten
een gat graven in het zand om in te slapen – alsof ze in een graf
liggen. Op een bepaald moment komt Swofford een uitgebrande bus
tegen. Erbuiten bevinden zich enkele verkoolde lijken, nog steeds
in een zittende houding. Swofford gaat naast hen zitten, een levend
lijk. Een andere soldaat wil z’n foto laten nemen met het dode
lichaam van een Irakees. Om u maar te zeggen: een oorlog is geen
lolletje. Het probleem is echter dat we dat allemaal al wel wisten.
Die scènes zijn op zichzelf misschien niet slecht, maar ze voegen
niets toe.

Bovendien is ‘Jarhead’ een film die wat al te makkelijk gereduceerd
kan worden tot de som van z’n invloeden: ‘Full Metal Jacket’, ‘Three Kings’,
‘Catch-22’ en ‘Apocalypse Now’. De
openingsscènes en het gebruik van voice-over komen regelrecht uit
Kubrick’s film, de visuele stijl uit ‘Three Kings’ en het concept
van “eerst grappig, dan tragisch” uit ‘Catch-22’. We krijgen een
scène waarin Jamie Foxx (als sergeant Sykes) God bedankt voor elke
dag in het marinecorps – krék Robert Duvall in ‘Apocalypse Now’. Natuurlijk is het allemaal
knap in beeld gebracht en onderhoudend, maar Mendes heeft het niet
zelf bedacht. Overigens had ik ook problemen met het einde, dat
verbazingwekkend snel wordt afgehaspeld – zo snel zelfs, dat één
van de hoofdpersonages sterft (ik zou niet durven verklappen wie),
zonder dat ooit wordt verklaard hoe of waarom.

Het politieke standpunt van de filmmakers wordt relatief ambigu
gehouden – er wordt nergens openlijk verwezen naar de huidige
Irakoorlog, en één van de personages zegt letterlijk dat politiek
er niet toe doet, alleen overleven. Maar ondertussen krijg je wel
de legerleiding die bovenal geïnteresseerd is in het bewaken van
olie en soldaten die elkaar van pure gekkigheid bijna naar het
leven staan. Aan het einde horen we Swofford op de voice-over
zeggen: “We zitten nog steeds in de woestijn.” En inderdaad. De
satire had gerust wat harder mogen zijn van mij, maar een goede
luisteraar heeft maar een half woord nodig.

Blijft daar nog een zeer sterke cast: Jake Gyllenhaal en Peter
Sarsgaard moeten min of meer hetzelfde procédé in beeld brengen:
fatsoenlijke, intelligente jongens die uiteindelijk flippen door de
spanningen en de frustraties. Gyllenhaal speelt het meer extern,
met showy momenten van agressie, Sarsgaard houdt alles meer
binnenin en is op de een of andere manier nog indrukwekkender
daardoor. In ieder geval zouden dit doorbraakrollen moeten zijn
voor hen allebei.

‘Jarhead’ is goed gemaakt, maar het is een film die je al eerder
hebt gezien. De punten die Mendes te maken heeft, maakt hij tijdens
het eerste uur en vervolgens krijgen we enkel herhaling. Boeiende
herhaling, ja, maar niettemin herhaling.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf − 8 =