Me and You and Everyone We Know




Todd Solondz met een goed humeur, zo werd kunstenares
Miranda July naar aanleiding van haar regiedebuut ‘Me and you and
everyone we know’ in Cannes genoemd. Maar wij mogen haar nog steeds
gewoon “ons Miranda” noemen.

Sommige artiesten laten zich niet graag in een vakje duwen. Miranda
July (juli is naar het schijnt haar creatiefste maand) is zo iemand
die graag buiten de lijntjes kleurt. Ze is performer, schrijfster,
kunstenares, actrice en regisseuse, maar meestal is ze gewoon alles
– in – één. In de kunstwereld is de Amerikaanse al lang geen
onbekende meer. Dankzij haar eerste langspeelfilm ‘Me and You and
everyone we know’ zal ze nu ook bekendheid bij een ruimer publiek
kunnen genieten.

En dat is geheel terecht; het gebeurt zelden dat een film me vanaf
het begin meesleept, maar ‘Me and you and everyone we know’ had me
al na enkele seconden te pakken. Je merkt meteen dat deze film
anders is dan andere. Niet in de zin dat hij te experimenteel of
ontoegankelijk zou zijn voor een doorsnee publiek, nee, dit is meer
een geval van “anders en beter”. De normale ingrediënten van elke
film – de dialogen, plot, karakters – worden op zo’n originele
wijze door elkaar gegooid (met kruiden die regisseurs maar zelden
uit het rekje halen) dat het resultaat een waar feestmaal wordt.
Een ode aan creativiteit en fantasie, een vreemde, dromerige film
over jij en ik en al de rest.

ME – De ‘me’ in de titel verwijst naar Christine Jespersons, een
eigenwijze kunstenares die waarschijnlijk niet ver afwijkt van de
echte Miranda July die de rol vertolkt. Christine werkt aan een
videokunstwerk waarbij ze foto’s letterlijk een stem geeft. Als
bijverdienste rijdt ze met een ‘Eldercab’, een soort
belbus/taxibedrijf voor bejaarden. Wanneer ze tijdens één van haar
rondritjes de schoenenverkoper Richard Swersey ontmoet, wordt ze
verliefd.

YOU – The object of her affection, Richard, wordt gespeeld
door een ietwat fragiele en creepy John Hawkes, die eerder meedeed
in ‘Identity’ en ‘From dusk till
dawn’. Richard is een vader van twee zonen die is net weer single
is geworden, maar gelooft dat er hem nog magische dingen te wachten
staan. Met Christine haalt hij meteen een volledig magisch bos in
huis en hij raakt dan ook lichtjes in paniek door haar
gevlei.

En dan is er nog EVERYONE WE KNOW. Naast de ontluikende liefde
tussen de twee vreemde vogels heeft de film ook dingen te zeggen
over communicatie in het digitale tijdperk: hoe is het voor jonge
kinderen om op te groeien in een wereld van internet en gebroken
gezinnen, waarin vooral normaal communiceren met elkaar een
probleem blijkt? Miranda July geeft er haar eigenzinnige, absurde
visie over en het resultaat is een (sur)realistische observatie van
een web van bizarre, ietwat verloren zielen die allemaal snakken
naar wat aandacht en liefde.

Zo heeft het meisje Sylvie al heel haar leven uitgedokterd: ze
spaart nu al voor haar ‘uitzet’ en kan van de allernieuwste
huishoudapparaten minstens vier eigenschappen uit het hoofd
opzeggen. Een meisje met grote toekomstplannen.

De twee zonen van Richard ontdekken elk op hun manier hoe het
aanvoelt om groot te worden. Peter ontdekt de geneugten des levens
wanneer hij het gewillige proefkonijn speelt bij een pijpwedstrijd
tussen twee buurmeisjes. Zijn zevenjarige broertje Robby leert dan
weer dat chattaal de persoon aan de andere kant van het netwerk kan
opwinden en beleeft zijn eerste ‘chatromance’. Tijdens de
chatscènes wordt de film een tikkeltje risky (en arty-farty?), maar
is vooral heerlijk gedurfd. Het jongetje met de big brown
eyes
zal je alleszins niet snel vergeten, en ook de
chat-emoticon ))<>(( forever zal van nu af aan in het
collectieve geheugen van computernerds overal ter wereld gebrand
staan. Ik droom er niet van te verklappen wat het betekent, maar
geloof me: het staat heel stoer op een t-shirt.

Ook de andere personages uit de film doen je de wenkbrauwen fronsen
en ontlokken hier en daar een oprecht ‘what the fuck?, maar
ze zijn vooral ook charmant én grappig. Miranda July vindt humor en
magie op plaatsen waar niemand ooit gezocht heeft en levert een
kleurrijke film af zonder pretenties – op z’n zachtst gezegd een
unieke filmervaring.

Een absurd, poëtisch staaltje cinema over pastelroze schoentjes die
naar elkaar toegroeien, een vader die zijn hand in brand steekt om
iets aan zijn zonen duidelijk te maken en een goudvis die dreigt op
het asfalt te pletter te storten, wat wil een mens nog meer? Voor
mij alvast één van de beste films van het jaar. (Nu al? Ja!)

De film won in Cannes de Camera d’or en kaapte tal van prijzen weg
op andere festivals. Wat we nog van miss July mogen verwachten? Een
nieuwe langspeelfilm alleszins, maar eerst wil ze nog een boek met
kortverhalen publiceren, een performance afwerken en ook nog een
nieuw cd-tje uitbrengen. Tja, een creatieve duizendpoot heeft niet
voor niets duizend pootjes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

10 + achttien =