Just Mercy

Films die – zoals Just Mercy – openen met de woorden ‘based on a true story’ leggen vaak een claim op historische waarheid, die vervolgens gestut wordt door een doorgedreven hang naar verisimilitude, die film al te veel reduceert tot een loutere illustratie van tekst. Die benadering ontkent de visuele en narratieve constructie die film altijd is en gaat voorbij aan het feit dat het filmmedium altijd een visuele sublimatie is van ideeën, concepten en (al dan niet historische) waarheid. Die stelling gaat gelukkig niet helemaal op voor deze Just Mercy, waarin de makers er grotendeels in slagen om een geslaagde filmische en dramatische vertaling te vinden voor deze adaptatie van het boek van Bryan Stevenson. Stevenson was een mensenrechtenadvocaat, wiens eerste van vele geruchtmakende zaken, die was van Walter McMillian, een Afro-Amerikaanse man van wie hij na een lange procedureslag onomstotelijk kon aantonen dat zijn terdoodveroordeling gebaseerd was op een valse getuigenis.

Stevenson (Michael B. Jordan) studeerde halverwege de jaren negentientachtig af aan de faculteit rechten van prestigieuze universiteit van Harvard, sloeg een aantal voorstellen af van befaamde kantoren en keerde terug naar Alabama, waar hij stage gelopen had op de afdeling voor ter dood veroordeelden in Monroe County. Daar zette hij een juridisch hulpcentrum op voor gevangen die zich geen dure representatie konden veroorloven en beet zich vast in de zaak van McMillian (Jamie Foxx). Die werd aangehouden voor de moord op een achttienjarig blank meisje en veroordeeld zonder enig fysiek bewijs, louter op basis van de verklaring van een misdadiger met een lang strafblad die bovendien terecht stond in een andere moordzaak en er alle belang bij had een akkoord te sluiten in ruil voor een valse getuigenis die het al veel te lang aanslepende onderzoek op een eenvoudige manier zou afsluiten.  Stevenson haalde zijn slag uiteindelijk thuis, in een ronduit vijandige juridische omgeving die hem op alle mogelijke manieren probeerde te intimideren en tegen te werken.

Toen de Britse beeldenstormer Peter Greenaway halverwege de jaren negentig de filmkunst dood verklaarde omdat ze sinds het einde van de stillen film als maar meer afgegleden was naar het plaatsen van plaatjes bij scenario’s, had hij ongetwijfeld de valstrikken voor ogen die een biografische film als Just Mercy dreigen onderuit te halen. Het spreekt voor regisseur Destin Daniel Cretton (Short Term 12, The Glass Castle) dat hij zich realiseert dat hij in de eerste plaats een film aan het draaien is en geen lezing of preek aan het geven is over de raciale ongelijkheid in het Amerikaanse gerechtssysteem. Dat vertaalt zich in soms hele kleine subtiele zaken, zoals de korte opeenvolging van veroordeelden die Stevenson interviewt – nagenoeg allemaal kleurlingen, een enkele blanke niet te na gesproken – of de visuele parallel van het binnenrijden van een woonbuurt – de eerste bewoont door het blanke deel van Monroe, de tweede door de gekleurde deel van de gemeenschap. Die rake beelden, gecombineerd met een sterk gevoel voor het gebruik van veelzeggende close-ups en het vermijden van goedkoop sentiment, schenken aan Just Mercy een visuele structuur en een sterke dramatische opbouw, die de thematiek van de film alle eer aandoen.

Er zindert een nauwelijks verholen verontwaardiging doorheen de prent, maar Cretton laat zich niet verleiden tot een belerend vingertje of het al te nadrukkelijk bespelen van de gevoelige snaar – buiten een paar late uitschuivers in de finale, slaagt hij erin om zowel in zijn visuele als dramatische partituur een bewonderenswaardige afstandelijkheid te behouden die het materiaal veel extra kracht schenkt. De competente regie wordt gesteund door gelijkwaardige vertolkingen, met naast Foxx en Jordan ook mooie bijrollen voor Brie Larson en Tim Blake Nelson.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 + acht =