Revolver




Eind jaren negentig was Quentin Tarantino-wannabe Guy
Ritchie heel even flavor of the month, met zijn nogal over
het paard getilde misdaadfilms ‘Lock, Stock & Two Smoking
Barrels’ en ‘Snatch’. Heel wat mensen lieten zich wijsmaken dat
Ritchie origineel of zelfs vernieuwend bezig was – zo zie je maar
hoe groot de kracht van suggestie is. Daarna volgde echter het
afgrijselijke ‘Swept Away’, een film
die het verdiende om luidkeelse protestacties van
vrouwenrechtenbewegingen uit te lokken (en néé, dat bedoel ik niet
cynisch, dat meen ik letterlijk zoals ik het zeg), en het was
meteen afgelopen met het succes. ‘Swept
Away’
zonk als een baksteen en ook ‘s mans nieuwste,
‘Revolver’, lijkt dezelfde weg op te gaan. Ritchie wordt algemeen
weggelachen door de critici en in de paar landen waar de prent al
is uitgebracht (Groot-Brittannië en Frankrijk), is er geen hond
gaan kijken. Nochtans is de film nog niet zó slecht. Eigenlijk zijn
er maar twee dingen mis mee: wat je te zien krijgt en wat je te
horen krijgt.

Een samenvatting van de plot is eigenlijk een hopeloze opdracht,
aangezien zelfs God niet weet wat Ritchie precies wilde zeggen met
z’n onsamenhangend excuus voor een verhaal. Voor zover ik het heb
begrepen, gaat het over Jake Green (Jason Statham), die na zeven
jaar uit de nor komt en besluit om zich te wreken op gangster en
casino-eigenaar Macha (Ray Liotta). Via een stel mysterieuze
technieken die hij geleerd heeft in de gevangenis, slaagt hij erin
om miljoenen te winnen in Macha’s goktent. Uiteindelijk wordt die
daar behoorlijk nijdig van, en hij besluit om Green te laten
vermoorden.

Hier wordt het bizar (en de film is nog maar tien minuten bezig op
dit punt). Green krijgt immers te horen dat hij lijdt aan een
zeldzame bloedziekte, en dat hij nog maar drie dagen te leven
heeft. Op dat moment wordt hij benaderd door Avi (André Benjamin)
en Zach (Vincent Pastore), twee woekeraars die beweren hem te
kunnen beschermen voor de wraak van Macha, op een aantal
voorwaarden: Green moet hen al zijn geld geven en alles doen wat ze
zeggen. Vraagje: als u wist dat u over drie dagen dood zou
neervallen, zou zich dan nog veel zorgen maken over de gangster die
u een kogel door het hoofd wil jagen? Zou u al uw miljoenen
weggeven om tegen hem beschermd te worden? Nuja, ergens zit er wel
een logica achter, natuurlijk: niemand wil de laatste drie dagen
van z’n leven dood doorbrengen.

Het gaat nog verder daarna. Véél verder. We krijgen drugdeals die
mislopen, een huurmoordenaar die zijn slachtoffers door muren en
plafonds heen neerschiet, existentialistische overpeinzingen over
een schaakbord, massa’s flashbacks en Ray Liotta die de helft van
de film lang enkel gekleed gaat in een minuscuul slipje, al dan
niet met een kamerjas er overheen. Een groot probleem met
‘Revolver’, is dat Ritchie er nooit in slaagt om ook maar één
situatie een resolutie te geven. Hij creëert een plotlijn en tegen
de tijd dat we min of meer door hebben waar het over gaat en zitten
te wachten op een verdere ontwikkeling ervan, begint hij weer over
iets helemaal anders. Dan introduceert hij plots weer andere
personages, andere verhaallijnen. Er raakt nooit iets opgelost,
want telkens wanneer Ritchie op een punt in z’n scenario komt
waarop hij iets zou moéten oplossen, gaat hij weer een andere
richting uit. Of die richting nu iets te maken heeft met de rest
van de film, is daarbij van minder belang. Op die manier krijg je
naar het einde toe een prent waarin vier of vijf intriges maar zo’n
beetje in de lucht hangen, zonder dat ze echt ergens naartoe
gaan.

Tijdens het eerste uur is ‘Revolver’ weinig meer of minder dan een
zoveelste slecht in elkaar gestoken gangsterfilmpje, waarvan het
verhaal kant noch wal raakt. Niet leuk om naar te kijken, maar
goed, ook niets om van wakker te liggen. Maar daarna gaat het nog
verder bergaf. Steil bergaf, zelfs. Ritchie stelt zich er immers
niet mee tevreden om zomaar een misdaadfilm te maken, nee, ditmaal
voelt hij zich ook geroepen om er een serieus drama van te maken,
met subtext en emotionele scènes en alles erop en eraan. Het
resultaat is lachwekkend: we zien Jason Statham in een lift een
woeste conversatie voeren met zijn innerlijke zelf (geen
sympathieke kerel), en ook Ray Liotta heeft dringend een psychiater
nodig. Uiteraard alweer gekleed in een jockstrap en weinig
meer, houdt hij Statham onder schot terwijl zijn ogen zich vullen
met tranen – jammerend als een kind begint hij te janken: ‘Vrees
mij! Vrees mij!’ Ritchie zal dat allemaal wel zéér diepzinnig
bedoeld hebben, maar aangezien de film niet eens een samenhangend
verhaal weet te vertellen, bestaat er ook weinig kans op dat we
voeling zullen krijgen met het emotionele leven van de
personages.

Zelden zo’n pretentieuze film gezien. Niet alleen krijgen we het
pseudo-filosofisch geneuzel van de hoofdpersonages, maar ook pakt
Ritchie te pas en te onpas uit met een aantal tekstcitaten die twee
of drie keer worden herhaald: wanneer een filmmaker quotes van
Julius Caesar en Machiavelli begint te gebruiken in een
misdaadprent, dan weet je dat het mis zit. Wanneer hij die quotes
een paar keer opnieuw uit de kast haalt, weet je dat je hard moet
gaat lopen. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het pompeuze
gebruik van klassieke muziek op de soundtrack of het irritante
gebruik van jump cuts dat Ritchie maakt. Of over de totaal
misplaatste flarden animé die Ritchie invoegt, allicht om ‘Kill Bill’ te imiteren.

Naarmate de film zich verder verloor in grenzeloze pretentie en
zelfingenomenheid, kreeg ik steeds meer de indruk dat de regisseur
dit allemaal echt ernstig neemt. Dit is geen crapfilmpje gemaakt
door mensen die zelf ook wel weten waar ze mee bezig zijn. Nee, Guy
Ritchie was er vast van overtuigd dat hij zijn magnum opus aan het
maken was, een diepe, betekenisvolle film. Zo serieus neemt
‘Revolver’ zichzelf nu eenmaal. Ik vrees dat hij teleurgesteld zal
zijn in de reacties op zijn meesterwerk.

‘Revolver’ is één lange egotrip van een regisseur die verliefd is
geworden op zichzelf en zijn imago als Britse Tarantino. Op z’n
best kan de film dienen als ultiem bewijsstuk van iets dat ik zelf
nooit betwijfeld heb: dat de man, met al z’n lef, al z’n pretentie
en met z’n groot bakkes, eigenlijk nooit talent heeft bezeten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 12 =