De naam op de generiek van deze gangsterserie die voor de doorsneekijker het meest zal opvallen is die van Guy Ritchie. Maar vergis je niet, dit is geen Guy Ritchie-reeks zoals The Gentlemen van vorig jaar. Ritchies betrokkenheid was groter bij het begin van Mobland, toen deze reeks eigenlijk startte als een Europese spin-off van Ray Donovan, een Amerikaanse serie over een fixer. Het uiteindelijke resultaat heeft niets meer te maken met die leuke reeks (dankzij Liev Schreiber in de titelrol), al zie je nog wel een groot deel van het DNA van Donovan in Harry, de Londense fixer gespeeld door Tom Hardy op z’n meest onderkoeld ooit. De échte belangrijke naam op de generiek is die van Ronan Bennett. Niet meteen een naam die een belletje doet rinkelen, maar deze Noord-Ierse scenarist heeft al wel een pedigree en levensloop om u tegen te zeggen.
Na een half leven vol affiliaties met het IRA (waarvoor hij in de gevangenis belandde) en punkers van o.m. Crass, brak Ronan Bennett door als schrijver. Vooral zijn The Catastrophist, dat zich afspeelt in Congo net voor de onafhankelijkheid van 1960, kreeg veel bijval. In diezelfde periode begon hij zijn carrière in film en televisie. Een eerste hoogtepunt was Face voor Antonia Bird (de intussen wat vergeten regisseur die midden jaren negentig drie knalfilms op rij maakte met een ijzersterke Robert Carlyle). Dan was er ook nog de eerste versie die hij schreef voor Michael Manns Public Enemies. Twee scenario’s die een affiniteit met het gangstergenre verraden. Of beter, hoe mensen in die wereld terechtkomen of proberen te blijven. Dat eerste concept zou hij verder uitpuren met Top Boy (in sommige media bestempeld als het Britse antwoord op The Wire). Dat laatste concept werkt hij nu verder uit met Mobland.
Het verhaal van Mobland begint wanneer de kleinzoon van Conrad en Maeve (Eddie, gespeeld door Anson Boone die acteert alsof hij net van de set kwam waar hij Johnny Rotten speelde in Pistol) de zoon van de grote criminele concurrent Stephenson vermoordt. De eerste aflevering probeert Harry, als de fixer die hij is, nog zo goed en kwaad als hij kan de vrede te bewaren, maar dan ontspoort de situatie volledig als Maeve ook nog eens de opdracht geeft de vrouw van Stephenson te vermoorden. Wat volgt is een gangsteroorlog met best wat geweld, inclusief een leuk uitstapje naar Antwerpen en een solide finale die een vervolg openlaat.
Als je naar het personage kijkt van de pater familias van de Harrigans, Conrad, heerlijk gespeeld door Pierce Brosnan die er net die fractie overdrijving aan toevoegt zonder dat het ridicuul wordt (hij balanceert net op de grens), lijkt het niet volledig ondenkbaar dat Bennett naar zijn eigen verleden heeft gekeken om het personage te vormen. Dit is het soort type dat hij medio jaren zeventig ongetwijfeld in zijn geboortestad Belfast of in de gevangenis van Long Kesh heeft ontmoet. Het type gangster zonder geweten dat ondanks het succes en de verhuis naar een gigantisch landhuis in de Cotswolds (het gebied waar de rijke Londenaars en celebrities hun buitenverblijf kopen, zie ook Clarkson’s Farm), toch nooit volledig de onberekenbaarheid van een straatschoffie in voortdurende overlevingsmodus is kwijtgeraakt.
Aan zijn zijde de even oncontroleerbare en psychotische Maeve, een Helen Mirren die 50 jaar nadat ze op het podium schitterde als Lady Macbeth in volle regressie naar die ervaring terugkeert en voor de tweede keer na elkaar haar beste Ierse accent mag bovenhalen (zie ook 1923). De tweede zoon van deze twee, een net iets minder grote sukkel dan de eerstgeborene, wordt gespeeld door Paddy Considine, zo’n acteur die al 25 jaar lang in zowat alles opduikt op het grote en kleine scherm, maar nooit teleurstelt.
Het is duidelijk dat de cast er zin in heeft. Zelfs Tom Hardy toont geregeld die indruk. Hij acteert hier ten minste niet zoals in veel van zijn films, alsof hij in een andere interpretatie van het verhaal meespeelt terwijl de rest van de cast en crew het script probeert te volgen. Dit keer is hij behoorlijk onderkoeld en laat hij de grote uitbarstingen aan de anderen over. Het gaat hem alleszins beter af en zorgt er mee voor dat het geheel consistent blijft.
De regie was voor de eerste twee afleveringen in handen van de Ritchie zelf en hij doet het degelijk goed. De volgende twee en de laatste twee episodes zijn dan weer in handen van Anthony Byrne, die recent nog meewerkte aan Peaky Blinders en Say Anything. De Russische Daniel Syrkin verdiende recent nog zijn sporen met Tehran, de Apple TV+-interpretatie van 24, die zoals veel van de reeksen op deze streamer amper publiek vond. De laatste regisseur in het rijtje is Lawrence Gough, die net nog meewerkte aan The Gold, een sterke reeks over de waargebeurde Brink’s-Mat overval. Al deze regisseurs brengen hun individuele ervaring mee en stellen die volledig ten dienste van de lijnen die Ritchie visueel uittekende. En ze leveren allemaal goed werk.
Recent zijn er al wel wat meer series rond Londense gangsters. Sexy Beast, Gangs of London, Black Doves, Top Boy… en uiteraard is het een genre waar Tom Hardy geregeld naar terugkeert, zie al eerder de serie The Take en zijn films Bronson en Legend. Het begint een beetje een genre op zich te worden, een soort brutaal antwoord op de ontelbare Britse politiereeksen. En net als bij dat genre is het eerder een kwestie van fan zijn of niet. Zoals het niet echt zin heeft een top 5 te maken van Frost, Endeavour, Vera of Foyle’s War, heeft het weinig zin te gaan zeggen welke gangsterreeks de beste is. Als je van het genre houdt, dan is deze Mobland volledig je ding om in z’n geheel te bingen en volgend jaar als seizoen 2 uitkomt, nog een keer hetzelfde te doen. Laat Starbuster, de oorworm van Fontaines D.C. die elke aflevering de generiek siert, dus gerust nog een jaar langer in je hoofd zitten.
Mobland is te zien via Streamz.



