The Exorcism of Emily Rose




‘The Exorcism of Emily Rose’ was wat je noemt een sleeper
hit
in de VS: met een bescheiden budget van 20 miljoen dollar,
een onbekende regisseur en met namen als Tom Wilkinson en Laura
Linney in de cast (goede acteurs, maar zeker ook geen megasterren),
had niemand echt hoge financiële verwachtingen. Maar zie: sleur er
een duivel bij, zeg dat het allemaal waargebeurd is, en de mensen
komen schijnbaar in drommen op je film af. ‘Emily Rose’ kreeg
respectvolle kritieken en bracht z’n geld dubbel en dik weer op –
champagne zal wel geknald hebben bij het productiehuis, maar wil
dat ook zeggen dat het een goeie film is? Bwaja, slecht is hij
zeker niet, maar daarmee zie ik nog niet veel reden om de vlag
buiten te hangen.

Emily Rose (Jennifer Carpenter) is een negentienjarig meisje van op
het platteland dat een beurs krijgt om naar de universiteit te
gaan. Aanvankelijk gaat alles goed, tot ze plots begint te lijden
aan hevige hallucinaties: ze ziet de gezichten van haar
medestudenten vervormen in monsterachtige grimassen, haar spieren
trekken samen tot ze zich niet meer kan bewegen en ze krijgt de
indruk fysiek aangevallen te worden door onzichtbare wezens. Na één
van die aanvallen wordt Emily weer naar huis gebracht, waar de
situatie nog erger wordt: het meisje verminkt zichzelf, valt
anderen aan, vreet vliegen en spinnen en maakt regelmatig
keelgeluidjes die doen denken aan een slecht geoliede deur. Nadat
haar diepgelovige ouders ervan overtuigd raken dat de medische
wetenschap haar niet kan helpen, keren ze zich naar hun priester,
Father Moore (Tom Wilkinson). Die gelooft dat Emily bezeten is door
maar liefst zes demonen (inclusief Judas, Nero en Lucifer
hemzelve), en begint, met goedkeuring van het diocees, aan een
exorcisme. Enkele weken later sterft Emily van ondervoeding en
ontbering. Father Moore wordt nu beschuldigd van doodslag door
nalatigheid, omdat hij Emily niet naar een ziekenhuis liet
overbrengen. Advocate Erin Brunner (Laura Linney) verdedigt
hem.

Regisseur Scott Derrickson probeert zijn film een zeker sérieux mee
te geven door aan het begin en einde teksten te plaatsen die ons
ervan moeten overtuigen dat dit allemaal echt heeft plaatsgevonden.
“Dit is niet zomaar een horrorfilm, dames en heren, het zijn
feiten.” Nou… nee, niet echt. Zoals steeds met dit soort cinema,
is het best om hoogdravende claims op authenticiteit met een
korreltje zout te nemen. Zo is het scenario eerder losjes gebaseerd
op een vermeend exorcisme dat al in 1976 plaatsvond, in Duitsland.
De 24-jarige Anneliese Michel zou jarenlang bezeten zijn geweest
door verschillende demonen, en tijdens die periode een aantal keren
per week aan een exorcismeritueel zijn blootgesteld. Na haar
uiteindelijke dood, werd de verantwoordelijke priester inderdaad
voor de rechter gebracht. Het is goed om dat te weten, aangezien
het waarheidsgehalte van de film zo’n belangrijk selling point is
voor de makers: in het promotiemateriaal en ook in de structuur van
de prent zelf, blijven ze steeds hameren op de bewering dat dit
allemaal realiteit is.

Derrickson en co willen wanhopig serieus genomen worden, en met een
film over duivelse bezetenheid lukt je dat alleen als je op de één
of andere manier je onderwerp weet te overstijgen. Een andere
strategie die ze hebben ontwikkeld om dat klaar te spelen, is door
aanvankelijk een zekere neutraliteit voor te wenden: was Emily echt
bezeten of had ze te lijden aan epileptische aanvallen en
psychoses? Aan het begin van de film wordt de vraag nog min of meer
open gelaten, maar tegen het einde toe wil de regisseur natuurlijk
toch weer afsluiten met een paar stevige horrorsegmenten. Tweemaal
raden welke antwoorden op die vragen hij dan levert. ‘Emily Rose’
is een horrorfilm die méér wil zijn dan wat hij is, maar daar
uiteindelijk niet in slaagt.

Wat allemaal natuurlijk nog niet wil zeggen dat dit noodzakelijk
een slechte film is, als je ‘m enkel bekijkt als entertainment.
Derrickson weet absoluut een aantal suspensevolle momenten in te
lassen en ook de rechtbankscènes zijn goed aangepakt, met een
openbaar aanklager die voor de verandering eens niét als een
onmenselijk, mediageil monster of irritante, kleingeestige
bureaucraat wordt voorgesteld (nochtans dé twee typetjes die voor
de advocaat van de tegenpartij doorgaans gebruikt worden in
Amerikaanse films). Op een bepaald moment roept Linney als getuige
à décharge een doctor in de alternatieve wetenschappen op, die
bijgelovige nonsens begint te neuzelen over hypersensitieve
personen die zich makkelijk lenen tot demonische bezetenheid. De
aanklager protesteert, en wanneer de rechter hem vraagt waarom,
antwoordt hij: ‘Omdat dit onzin is.’ Waarmee hij precies zei wat ik
dacht, en wat waarschijnlijk een groot deel van het publiek op dat
moment zat te denken. Derrickson anticipeert hier de ongelovigheid
van zijn publiek en speelt daarop in. Om vervolgens wél te
verlangen dat we toch een beetje meegaan in het geloof dat
bezetenheid mogelijk is – maar goed, dat is dan weer een faire
deal, die je nu eenmaal moet durven sluiten met elke film in dit
genre.

Linney en Wilkinson zijn allebei erg sterk in hun rollen,
voornamelijk omdat ze nooit rechtstreeks inspelen op de dramatiek
van het scenario: wanneer Wilkinson voor de rechter moet getuigen
over het exorcisme, en zijn geloof dat hij oog in oog stond met een
zestal duivels, blijft hij het spelen als een rationeel,
intelligent man, die óók wel weet dat het gros van de
wereldbevolking hem voor gek zal verslijten. Het zou heel makkelijk
zijn geweest om Father Moore als een zoveelste religieuze gek te
spelen, maar Wilkinson houdt alles gegrondvest in de realiteit.
Laura Linney, op haar beurt, heeft een iets makkelijkere rol als
een advocate die zich uiteindelijk zo laat meeslepen door haar zaak
dat ze zelf vreemde geluidjes in de nacht begint te horen. In
principe moet ze hier een overgang creëren van sceptische vrouw van
feiten, naar weifelende gelovige – het moést toch maar eens waar
zijn. Niet direct iets waar een professionele actrice van
achterover zal vallen, maar goed, ze speelt het perfect
geloofwaardig.

Het enige dat er op dramatisch niveau echt fout zit, is dat sommige
scènes een beetje foney aandoen: een flash-back naar Emily
die te horen krijgt dat ze naar de universiteit mag, en dan maar op
haar bed op en neer begint te springen, in een poging “blijheid” te
evoceren. Of de obligate back story van Linney, want natuurlijk kan
geen enkel hoofdpersonage het stellen zonder een groot trauma in
zijn of haar verleden. Ach ja – dat is jammer, maar het verhindert
niet dat de film als geheel onderhoudend en spannend genoeg blijft
om je aandacht er de hele tijd bij te houden.

‘The Exorcism of Emily Rose’ is zeker geen meesterwerk – het is
eerder een vrij degelijk horrorfilmpje, dat de pretentie heeft echt
iets belangrijks te vertellen. Denk die pretentie eventjes weg en
het wordt allemaal al snel een pak meer genietbaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 + 17 =