Guy Ritchie durfde zich de voorbije jaren, na voornamelijk naambekendheid te vergaren met zijn actiefilms, al eens buiten zijn comfortzone te begeven. Een mooi voorbeeld hiervan is zijn live-action verfilming van de Disney-klassieker Aladdin uit 2019. Met In the Grey begeeft hij zich weer op bekender terrein. Of deze film ook een waardevolle toevoeging is aan zijn oeuvre, is een andere zaak.
Juriste Rachel Wild (Eiza González) en haar team krijgen de opdracht om een miljard dollar aan schuld, gestolen door gangster Salazar (Carlos Bardem), in te vorderen voor een biljoenenbedrijf. Rachel gebruikt hiervoor een combinatie van juridische en illegale technieken. Aan het hoofd van haar crimineel team staan Sid (Henry Cavill) en Bronco (Jake Gyllenhaal).
Laten we beginnen met de stelling dat de film sterk lijdt onder een gebrek aan narratieve structuur. De eerste helft komt dichter bij een 50-minuten durende montage dan bij een actiefilm gemaakt door een veteraan in het genre. Met korte shots, knalgele titels en een voice-over worden de verschillende fases van het plan dat Salazar moet dwingen om de schuld terug te betalen uitgelegd aan de kijker. De verschillende vormen van afpersing en sabotage die door Sid en Bronco worden ondernomen zijn ingenieus, maar het publiek wordt op geen enkel moment meegenomen in de actie. Integendeel, we zijn gedoemd om het mee te maken als een soort slideshow.
Dat actiefilms soms te sterk terugvallen op een klassieke formule is niets nieuws, maar Guy Ritchie lijkt de formule dan toch compleet kwijt te zijn. Men verwacht een zekere meeslependheid in het plot, een reden voor de kijker om het komende anderhalf uur op het puntje van de stoel te zitten, naar adem happend wanneer de spanning te hoog oploopt. Dit bleef jammer genoeg uit. Het invorderen van een schuld van een steenrijke man voor een nog veel rijker bedrijf werkt niet al te veel sympathie op, waardoor de af en toe originele achtervolgingsscènes weinig tot hun recht komen. De opzwepende trommels op de soundtrack deden gelukkig de hartslag toch even verhogen.
Verder blijft het gros van de personages ook pijnlijk tweedimensionaal. We weten vrijwel niets over hoe Rachel deze mannen bij elkaar heeft gebracht, behalve één shot waarbij ze in de voice-over uitlegt dat zij Sid en Bronco uit de gevangenis heeft gekregen. Dit gebrek aan voeling met de personages lijkt Ritchie te willen oplossen door ons een overmaat aan close-ups te geven. Maar het resultaat is voornamelijk een verzameling beelden van stoïcijnse mannen.
De eerste scène waarin Sid en Bronco voor het eerst verschijnen, heeft wel iets weg van Pulp Fiction, wanneer huurmoordenaars Vincent Vega en Jules Winnfield voor de deur van hun targets staan terwijl ze de implicaties van een voetmassage overwegen. Helaas eindigt hier de gelijkenis. Waar Tarantino’s duo uitblinkt in scherpzinnige dialogen over banale zaken, verzanden Sid en Bronco al snel in een geforceerde machohumor die eerder robotisch overkomt. De acteerprestaties zijn daarnaast weinig opmerkzaam, alsof de acteurs zelf ook verveeld zaten met het script.
Rachel Wild wordt geponeerd als juridisch brein achter de volledige operatie en leider van het team. Haar bikkelharde onderhandelingstechnieken worden meteen duidelijk wanneer ze haar diensten aanbiedt tegen een zeer hoog percentage van de geïnde schuld. Daarom is het des te verwarrender dat ze na deze sterke introductie gereduceerd wordt tot een soort pop die door haar volledig mannelijke team wordt gecommandeerd, doorgegeven en afgeschermd. Sid en Bronco hangen voortdurend als veredelde waakhonden om haar heen, al kan dat misschien verklaard worden doordat een Saoedi-Arabische producer betrokken was bij het maken van de film. De prent is verder ontdaan van enkele ruwe aspecten van de typische misdaadactiefilm, zoals seks en drugs. Het resultaat is opgekuist, maar ook een beetje zielloos.
Als dit Guy Ritchie is die terugkeert naar zijn roots mogen we van harte hopen dat hij dit de volgende keer met wat meer overtuiging doet.



