Death Cab For Cutie :: Plans

Plannen maken. Alsof we de dingen in de hand hebben. Alsof het ooit uitdraait zoals wij dat willen. God lacht eens in zijn vuistje om zoveel overmoed. Wij grijnzen eens terug, want het plan dat Death Cab For Cutie met zijn major labeldebuut opnieuw een meesterwerk als Transatlanticism zou afleveren, is toch zo goed als gelukt.

Het is me een bekrompen wereldje, dat van de Amerikaanse indie, maar het heeft zijn voordelen. Zo mag je er zo nerdig uitzien als je wil. Of meer nog: het is zelfs een vereiste. Want als er één ding is dat die indiekids niet kunnen hebben, is het wel dat iemand boven hen uitstijgt. "Ambitieus" is er het grootste scheldwoord.

Death Cab For Cutie heeft altijd moeilijk in dat wereldje gepast, daarvoor waren hun songs te goed, hun melodieën te sterk en konden de teksten van Benjamin Gibbard aan een té groot publiek van — huiver — pubermeisjes appelleren. En nu hebben ze ook nog hun krabbels gezet onder een contract met — fluister het met walging — een majorlabel.

"Ok, er gaat veel veranderen nu we bij Warner zitten", gaf Gibbard toe, "en bij wijze van volledige openheid geef ik jullie de complete lijst: 1. Er gaat vanaf nu op de rug van onze cd’s een grote A staan van sublabel Atlantic. Einde lijst. Hopelijk kunnen jullie daar mee om." Cheeky, maar op tour dan toch bezorgd zijn of de fans het zullen pikken dat voor de concertzaal een uit de kluiten gewassen tourbus staat en geen krakkemikkig bestelwagentje zoals voorheen.

Aan beide kanten gespannen verwachtingen dus: "Zullen ze anders klinken?" versus "Gaan ze de veranderingen accepteren?". Het antwoord is: "Neen" en "ze zouden stom zijn het niet te doen". Death Cab For Cutie gaat op Plans immers verder waar Transatlanticism ophield en dat is goed nieuws.

Het begint mooi met het langzaam groeiende "Marching Bands Of Manhattan" en de prima maar wat atypische single "Soul Meets Body", waarin Gibbard voor één keer een soort van falset van stal haalt. Waarna we die herkenbare, meanderende Death Cab For Cutiegitaren krijgen in "Summer Skin".

De band probeert wel eens een zijsprongetje van het vertrouwde pad. Vooral op "Different Names For The Same Thing" test de band een en ander uit: vanuit een kale echoënde piano zet de hele band halverwege een tweede beweging in die met een dansende bas plots gans andere horizonten verkent, terwijl Gibbard worstelt met de grenzen van de taal. In "I Will Follow You Into The Dark" volstaan vervolgens één enkele gitaar en Gibbards stem om er een prachtig klein liedje van te maken zoals ook de Fountains Of Wayne die van tijden wel eens weten te fabriceren – zij het dat hun teksten meestal wat luchtiger zijn.

En dan pas zijn we écht aan het hoogtepunt van Plans met het drietal "Your Heart Is An Empty Room" (heldere productie van gitarist Chris Walla die Gibbards stem doet schitteren), "Someday You Will Be Loved" (een parel: Gibbard herinnert zich schuldbewust een onverschillige one-night-stand en spreekt het meisje alsnog wat woorden van wrange troost toe) en "Crooked Teeth" (poprefrein, het misstaat ze niet). Het ingetogen "Brothers In A Hotel Bed" mag daarna het album op een rustigere noot naar het einde stuwen dat "Stable Song" is.

Andermaal levert Death Cab For Cutie een plaat af waarop van voor tot achter geen slechte song te bespeuren is. Song na song staat op onze lijst minstens als "sterk" aangekruist. Het gevoel als zou Plans toch het mindere broertje zijn, steken we dus maar op de impact die Transatlanticism bij verschijning op ons heeft gemaakt. Voor deze groep wenkt nog steeds de grote doorbraak, Plans is alvast opnieuw een stapje hoger.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × 4 =