Frank Black :: Honeycomb

De soloplaten van Frank Black, we zijn er nooit tuk op geweest. Waar de Pixies ons nooit teleurstellen — ook niet bij hun reünie — vinden we het solowerk van de opperpixie eerder slaapverwekkend. Tot de geruchten hier binnenstromen dat Black eens een écht meesterwerk heeft gemaakt.

We hebben enkele uren naar het hoesje van Honeycomb zitten staren. We hebben het oneindig vaak omgekeerd, geopend, opnieuw gesloten. Drie keer zelfs staken we het schijfje in onze speler, pas de vierde keer durfden we op de play-toets duwen. Waarom dat ietwat vreemde gedrag? Door de Pixies, mijn beste. De Pixies kunnen in onze ogen niets misdoen. Wijs ons een slecht nummer van deze band aan, en we wijzen u terecht. Maar ook in het geval van de Pixies blijkt het geheel meer te zijn dan de som der delen, zo bleek na de split begin jaren negentig. Kim Deal maakte enkele mooie liedjes met de Breeders, maar zelfs de mooiste parels van deze band bleven niet overeind naast het slordigste b-kantje van de Pixies. Drummer David Lovering maakte zichzelf onsterfelijk door — geeuw — goochelaar te worden en wat gitarist Joey Santiago uitrichtte, was vast ontzettend boeidend, zo boeiend dat we het vergeten zijn. En dan Black Francis.

Black Francis werd Frank Black, de platenkakkende machine die ons met elke nieuwe plaat ons geloof in de mensheid iets meer deed verliezen. In het begin kochten we nog trouw elk nieuw album, maar toen we merkten hoeveel stof Blacks oeuvre in onze kast stond te vergaren, zagen we daar na verloop van tijd van af. Enkele jaren geleden lieten we ons overhalen om mee te gaan naar een concert van Frank Black. Tijdens de vier Pixiesnummers die toen gespeeld werden, liepen de tranen bijna over ons gezicht. De rest van het optreden stonden we een beetje verveeld het aantal bakstenen in de muur te tellen. Frank Black had voor ons afgedaan, zoveel was duidelijk.

Tot we dan toch, na lang tobben, besloten de gok te wagen en Honeycomb op te leggen. En zie! De plaat heeft bijna hetzelfde effect op ons als de eerste keer Pixies. Waaraan het exact ligt, weten we niet, maar deze plaat r´´kt ons. Frank Black beseft eindelijk dat hij om Pixiesmuziek te maken best gewoon met de Pixies speelt, want dat het resultaat anders plaatsvervangende schaamte oproept.

Honeycomb lijkt een nieuwe start. Voor de opnames van dit album trok Frank Black naar Nashville, een plaats waar ook Dylan ooit zijn carrière een nieuwe impuls gaf. Met enkele sessiemuzikanten nam Black er een americanaplaat op. Inderdaad, het staat er wel degelijk: een americanaplaat. Ook in Frank Black schuilt er tot onze niet geringe verbazing een singer-songwriter. En wat voor één! Honeycomb moet niet onderdoen voor het betere werk van grootmeesters als Johnny Cash, Neil Young en Tim Buckley.

Het eerste dat opvalt, is de schoonheid van Blacks stem. We hadden het nooit eerder opgemerkt, maar de man kan wel degelijk zingen. Hier worden geen angsten, obsessies of fascinaties uitgeschreeuwd. Frank Black zíngt gewoon op dit album. Met ingetogen stem brengt hij kwetsbare en bloedmooie nummers. Broos is ook de muziek: zelfs de gitaarsolo waarmee "My Life Is In Storage" eindigt, klinkt melancholisch. De enige frivoliteit die we op Honeycomb konden ontdekken, waren de lalalala’s in "Sunday Sunny Mill Valley Groove Day". En zelfs hierdoor werden we vertederd.

Een heel album lang weten Black en zijn muzikanten de luisteraar te treffen met ontzettend mooie liedjes. Hoe blij we ook zijn om de geslaagde reünie van de Pixies, Black heeft ons meer verrast door het maken van Honeycomb, een cd die pas uit onze speler zal verdwijnen als Neil Young met een nieuwe plaat op de proppen komt. Goed, dat is reeds volgende week, maar u snapt ons wel, veronderstellen we.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 4 =