Richmond Fontaine :: The Fitzgerald

In een kitscherige gokstad gaan mensen op zoek naar dat kleine klompje geluk, terwijl ergens op een goedkope hotelkamer een man en zijn gitaar in eenzaamheid liedjes schrijven. Het begin van een zoveelste clichématige Hollywoodproductie, zegt u? Vergeet het maar. The Fitzgerald, het nieuwe album van Richmond Fontaine, is precies zo tot stand gekomen.

The Fitzgerald is een casino annex hotel in Reno, de voormalige thuisbasis van Richmond Fontaine’s frontman, Willy Vlautin. In de twee weken dat hij er verbleef om zijn moeder te bezoeken, schreef Vlautin de meeste nummers voor The Fitzgerald bijeen. En dat is er aan te horen. De songs klinken alsof Vlautin zijn melancholie met Jack Daniels aanspreekt. Beelden van treinen die horden gelukzoekers afleveren, mannen met een kantje af die aan de bar hun verlies proberen te verteren, serveersters die eigenlijk dromen van een filmcarrière… Het is moeilijk om jezelf niet te verliezen in dergelijke dromerijen bij het beluisteren van The Fitzgerald..

Post To Wire, de voorganger van The Fitzgerald, betekende een bescheiden doorbraak voor Richmond Fontaine. Het grote publiek heeft de band nog niet ontdekt, maar in de eindejaarslijstjes van onder meer Uncut behaalde de plaat mooie ereplaatsen. Met de nieuwe plaat gaat Richmond Fontaine echter niet op dat élan verder. Post To Wire was een groepsplaat en bevatte een stuk meer stomende rock. Niets daarvan op The Fitzgerald. In samenspraak met producer JD Foster werd geopteerd voor verregaande soberheid. Veel meer dan een akoestische gitaar, wat piano en de bezielde stem van Willy Vautlin, is er op The Fitzgerald niet te horen.

Op een naakte plaat als deze komen ook de lyrics meer naar voren. Vautlin wilde dan ook een verhalenplaat maken. The Fitzgerald bevat elf verhaaltjes die allen baden in dezelfde sfeer van weemoed en troosteloosheid. Vautlin voert een hele reeks opgejaagde, afgeleefde personages aan die de mooie kant van het leven enkel van horen zeggen kennen. Het soort karakters waar Jambers indertijd een hele jaargang mee had kunnen vullen. Ons favoriete verhaal is dat van de jongen en zijn vader die een lijk vinden in de woestijn ("The Incident At Conklin Street"): "We stayed the night in a road side motel/dad had a bottle of Old Crow and he finished it/As he lay passed out on the bed I knew I’d never sleep/’cause it could have been my dad or me". Dylan zou goedkeurend knikken.

Muzikaal sluit The Fitzgerald nog het beste aan bij de desolate Americana van een ingetogen Ryan Adams. Al mogen we in dit verband ook niet nalaten Nebraska van Bruce Springsteen te vermelden. Zeker op het bijtende "Black Road" en op "Laramie, Wyoming" is The Boss in zijn beste dagen nooit veraf. "Disappeared" en "Casino Lights" hebben dan weer het gevoel van een jonge Tom Waits.

Tussen de overvloed aan plaatjes van hippe, jonge bands, dreigt de schoonheid van Richmond Fontaine wat onopgemerkt te blijven. Het valt nog te bezien of de Britse pers ook deze keer oog zal hebben voor de band in zijn eindejaarslijstjes. Wij alvast wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier − 2 =