The White Stripes :: Get Behind Me Satan

Een kleine twee jaar geleden waren The White Stripes de eerste band die doorbraken dankzij een meezingbare baslijn. Een baslijn die eigenlijk geen baslijn is, aangezien het duo zweert bij gitaar, drum en piano. Daar lijkt, nu de laatste "dum dumdumdumdumdum dum" uitgestorven is, verandering in te komen: Jack en Meg White ontdekten de marimba en maakten een vijfde, gedurfde plaat.

Opener en single "Blue Orchid" laat al vermoeden dat dit absoluut niet meer van hetzelfde is: Jack White zingt alsof hij Tim Vanhamel is en de song klinkt, zelfs naar White Stripes-normen, behoorlijk gevaarlijk. "Blue Orchid" lijkt het ideale overgangsnummer tussen de oude en nieuwe White Stripes, en met "The Nurse" begint Get Behind Me Satan pas echt. Streepjespuristen zullen bij de eerste klanken van dit nummer redelijk misselijk worden en wat is dat in godsnaam? uitstamelen. Dàt, mijn beste oogkleppendragende White Stripes-fan, is nu een marimba. Goed, het was even wennen, maar uiteindelijk vinden we dit echt te gek. Een marimba — u weet wel, een serie metalen staafjes op een rij, waar je met een drumstick met pluche eind op tikt — lijkt op het eerste gehoor misschien niet in het universum van The White Stripes te passen, maar blijkt daar, bij nader inzien, wonderwel zijn plaats gevonden te hebben.

Om niet alle fans meteen aan het stamelen te brengen zijn Jack en Meg White nog redelijk spaarzaam met hun marimba. Op het wondermooie "My Doorbell" bijvoorbeeld hoor je het ding ergens in de verte aanwezig zijn, maar verder is dit nummer rond drum en piano opgebouwd. Dat en een tekst over een verliefde jongen die wacht tot eindelijk die deurbel eens wil rinkelen. Ze rinkelt tijdens "Take Take Take" trouwens. Na "My Doorbell" krijgen we nog tien nummers met min of meer dezelfde ingrediënten, doch zonder dat ze ons ook maar een moment verveelden of van ondermaatse kwaliteit bleken te zijn.

Voor de ondertussen flauwgevallen puristen: in zeker drie nummers ramt Jack nog steeds op zijn elektrische gitaar, en Meg zingt ook een liedje: het knappe en ultrakorte "Passive Manipulation". Zoals elke goede plaat eindigt Get Behind Me Satan met een nummer dat je naar meer doet verlangen: "I’m Lonely (But I Ain’t That Lonely Yet)" is een waardige afsluiter die je doet hopen dat ex-echtelieden niet opnieuw twee jaar wachten alvorens nieuw werk op de wereld los te laten.

Als er één ding is dat The White Stripes met Get Behind Me Satan bewijzen, is het dat de leden hun status van supersterren — want dat zijn ze ondertussen — waard zijn. Weinig groepen zouden het aangedurfd hebben om op dat punt in hun carrière zo’n gewaagde plaat uit te brengen. En dan nog zonder dat de kwaliteit daar onder lijdt. The White Stripes zouden de eersten niet zijn die artistiek evolueren verwarren met creatief doodbloeden. Maar zover zijn we dus nog lang niet. Jack White twijfelde in interviews vaak of er nog veel toekomst zat in de band. Bij deze heeft hij aangetoond dat The White Stripes meer dan een trucje zijn en genoeg creativiteit in huis hebben om ons nog een hele poos van prachtplaten te voorzien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 + 1 =