Jack White :: Lazaretto

Ruim zestig jaar Amerikaanse muziekgeschiedenis, voor Jack White lijkt het één groot pretpark te zijn waarin hij lustig van de ene attractie naar de andere huppelt. Genereus als hij is, laat hij ook bezoekers toe — om de Voice-O-Graph bijvoorbeeld eens uit te proberen. Zo ging Neil Young naar huis met het wel erg primitief klinkende A Letter Home onder de arm.

Heel anders gaat het er aan toe op Whites tweede soloplaat. Dit keer bezocht hij z’n pretpark met twee reuze suikerspinnen in de ene en een halve liter cola in de andere hand. Stereo-effectjes, groots klinkende drums en tegendraadse pianobreaks, het passeert allemaal de revue op Lazaretto dat laveert tussen uitbundige rock ‘n roll, country en folk. Het primitieve van The White Stripes is bij deze definitief naar de prullenmand verwezen en Jack White gaat voluit voor “Larger Than Life”, mét toegevoegde suikers en honky-tonk piano.

”Three Women” (overdaad lijkt zowaar de rode draad te zijn) en het titelnummer zijn hyperkinetische voltreffers die Led Zeppelin alle eer aan doen. Het eerste nummer begint nog bescheiden met een soulvol orgeltje, maar wanneer de slide wordt bovengehaald tovert White zijn gitaar om tot een gevaarlijk wapen. Hij zingt/rapt intussen de concurrentie genadeloos aan diggelen: “Now I know what you’re thinking/What gives me the right?/Well these women must be getting something/’Cause they come and see me every night”.
Het titelnummer is de overtreffende trap waarin ook de viool haar intrede doet om de gitaarsolo even mee te spelen.

Die viool krijgt een opvallend grote rol op Lazaretto. De ene keer om hevig te soleren, de andere keer om een rustiek en gezellig, folky sfeertje te scheppen zoals op “Temporary Ground”. Gram Parsons is nooit ver weg en je zou zweren dat het Emmylou Harris is die even meezingt, maar het is een verdraaid goede sound-a-like. Er duiken hier en daar nog meer country invloeden op, al is het resultaat in het geval van “Entitlement” minder geslaagd. De mandoline en pedal steel zijn helaas niet de enige elementen die beantwoorden aan de clichés van het genre. Er wordt namelijk ook een stevig potje geklaagd. Maar ook klagen is een kunst en — alle ironie ten spijt — Jack White maakt er een groteske bedoening van waar mindere goden nooit mee weg zouden komen. Ook de parabel over “Want And Able” heeft weinig om het lijf. Het is gezellig heen en weer wiegen, dat wel, maar rond het kampvuur zal Nonkel Bob toch altijd de allergrootste blijven. De tekst is nochtans een pareltje, maar krijg dat “Who is the who/Telling who what to do” achteraf maar eens uit je hoofd.

Een regelrecht meesterwerk is Lazaretto dus niet geworden, daarvoor is het soms te veel het werk van een artiest die dankzij zijn status ten volle kan genieten van zijn artistieke vrijheid. Daar verder over doen we niet, want er zijn genoeg uitschieters te vinden die enkel van Jack White kunnen komen. Bovendien heeft hij nog maar zelden zo uitbundig en groots geklonken als op “Would You Fight For My Love?” of “High Ball Stepper”. Of wat te denken van de harp die “I Think I Found The Culprit” sprookjesachtig inleidt? Al wordt ook hier het cliché weer niet uit de weg gegaan, want die opzwepende 4-akkoordenfinale is nu stilaan toch echt wel versleten. Maar kom, “Birds of a feather may lay together/But the uglier one is always under the gun” zal deze zomer weer door duizenden festivalgangers mee geschreeuwd worden én kippenvel opleveren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − vijf =