Coach Carter




Elke Amerikaan wist dat natuurlijk al jaren, maar nu weet u het
ook: winnen is belangrijker dan deelnemen. Tot zover de boodschap
achter ‘Coach Carter’, een zoveelste stukje Americana waarin losers
winners worden dankzij een ijzeren regime van discipline,
zelfrespect en push-ups. Right on! Gebaseerd op een
waargebeurd verhaal of niet, het geheel riekt verdacht naar de
mechanismen van Hollywood, die dag en nacht onvermoeibaar draaien
en stomen om toch maar elke vorm van originaliteit of oprechtheid
uit de filmindustrie te weren.

Samuel L. Jackson speelt Ken Carter, die wordt ingehuurd als
basketball coach in een arme school in Los Angeles – de ploeg heeft
in het hele seizoen maar vier matchen gewonnen, de spelers maken
onderling ruzie dat het een aard heeft en de schooldirectie heeft
er al lang mee leren leven dat ze zelden of nooit opdagen voor hun
lessen. Carter, een ijzervreter eerste klas die niet van plan is om
wat dan ook te pikken van zijn nieuwe ploeg, laat alle spelers een
contract ondertekenen waarin ze beloven om op tijd op de trainingen
te zijn, al hun lessen bij te wonen en een goed eindcijfer te
behalen op hun schoolvakken, zodat ze later een reële kans zullen
hebben om in een universiteit te geraken.

En dat is natuurlijk precies wat die probleemjongeren nodig hebben
– een harde hand, een onverbiddelijke, maar eerlijke leermeester
die hen zegt wat ze moeten doen en hoe. Volgt daar een eindeloze
reeks montages waarin we zien hoe de ploeg steeds beter wordt en
hoe ze hun eerste matchen beginnen te winnen. Volgt daar de éne
slow motion scène na de andere waarin het beslissende punt voor of
tegen wordt gescoord terwijl de buzzer afgaat. Volgt daar de
onvermijdelijke conflictscène waarin de ploeg na een belangrijke
overwinning uit de band springt en de gevolgen moet dragen. Volgt
daar de éne inspirerende speech na de andere. Nuja, volgt daar een
film, eigenlijk, die van cliché naar cliché huppelt, van de éne
obligate scène naar de andere. ‘Coach Carter’ pretendeert een
getrouwe weergave te zijn van wat er in 1999 echt gebeurd is op een
school in LA, maar volgt de wetten van het Hollywoodiaanse
melodrama zo hondsgetrouw, dat ik me maar moeilijk kan inbeelden
dat dit veel met de werkelijkheid te maken heeft.

Wat mij vooral stoort aan de film, is de achterliggende
mentaliteit, die lijkt te suggereren dat jongeren uit
achtergestelde buurten eigenlijk net zo goed als eender wie in
staat zijn om iets te maken van hun leven, zolang ze zichzelf maar
even een trap onder hun kont geven om er iets aan te doen. Loop
dikwijls genoeg over en weer in een gymzaal, en de wereld zal voor
je opengaan. Win een basketball match, en je zult ook buiten die
zaal succesvol worden. Dat is een typisch Amerikaanse manier van
denken, die ervan uitgaat dat al wie arm is, al wie in de onderste
laag van de maatschappij terecht gekomen is, dat eigenlijk voor een
groot deel wel aan zichzelf te danken zal hebben – ze hadden maar
wat meer zelfdiscipline moeten hebben, ze hadden maar wat meer hun
best moeten doen. Net als coach Carter. Het probleem met de film is
niet alleen dat hij volstrekt voorspelbaar en voor de hand liggend
is, maar vooral dat hij van een sociaal probleem – armoede, een
gebrek aan interesse bij (zwarte) jongeren in Amerika voor eender
wat dat met de school of hun eigen toekomst te maken heeft – een
individueel probleem maakt. Het zit ‘m niét in de maatschappij,
neenee, het zit ‘m bij die jongeren zelf, die moeten maar wat meer
hun best doen. De ouders, de schooldirectie, de leerkrachten van
die school, zijn allemaal op z’n best nauwelijks waarneembare
schaduwfiguren die nooit enig tegengewicht in de schaal kunnen
leggen, die nooit een indicatie kunnen geven van wat er eigenlijk
aan de hand is met die kerels. Bush zal het graag horen – het is
een dergelijke mentaliteit die hem toestaat om geld te blijven
afpakken van het onderwijs om het in z’n oorlog te pompen.

Afzonderlijk daarvan bekeken, zit er maar weinig in ‘Coach Carter’
dat extreme reacties oproept in eender welke richting: Samuel L.
Jackson voert nóg maar eens datzelfde nummertje op dat we hem al zo
vaak hebben zien doen, de jongere acteurs waarmee hij omringd
wordt, doen het niet slecht, maar laten nauwelijks een indruk na.
Regisseur Thomas Carter (die overigens geen familie is van het
hoofdpersonage) wil hier heel graag een tweede ‘Dead Poets Society’
van maken, of op z’n minst een officieuze sequel op ‘Dangerous
Minds’, maar hij heeft er niet het minste benul van hoe je een
verhaal op een ietwat onderhoudende manier op poten moet zetten –
kijk maar naar die onhandig gemonteerde basketball-sequensen. Of,
nog erger, naar het feit dat hij 2 uur en 16 minuten nodig heeft om
een verhaaltje te vertellen dat hij op hooguit 100 minuten ook wel
uit de doeken had kunnen doen. Maar ja, dan had hij misschien hier
en daar een climactisch slow motion driepuntenshot moeten
wegknippen. God verhoede.

Wie heeft er behoefte aan een film als ‘Coach Carter’? Mensen die
willen geloven dat ze met voldoende zelfvertrouwen àlles kunnen
waarmaken? Dat boodschapje kun je makkelijk verspreiden als je
Samuel L. Jackson heet en tien miljoen dollar per film vangt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een × 2 =