Monza :: Grand

Ik ben me er wel degelijk van bewust dat dit één van de meest
overbodige recensies is die ik dit jaar zal geschreven hebben. De
jongens en meisjes van de “echte” pers hebben hun exemplaar van
‘Grand’, de tweede plaat van Monza, al een tijdje in hun bezit en
konden hun bevindingen al wereldkundig maken nog vóór de cd ook
voor ons – gewone stervelingen – in de winkels lag. We hoeven
jullie er natuurlijk niet meer op te wijzen (en nu we dit
schrijven, doen we het tóch) welk een menselijk drama frontman en
tekstschrijver anderhalf jaar geleden overkwam. Dit heeft
ontegenzeglijk een serieuze stempel gedrukt op de teneur van deze
plaat, maar om nu te zeggen dat het uitgerekend “dankzij” dit drama
is dat ‘Grand’ een fantastische schijf is geworden? Nee, zover
willen wij niet gaan…

We zegden het al (en u las het eerder al in talloze andere
publicaties): ‘Grand’ is een dijk van een plaat. Is dit zo
verrassend? Als we afgaan op de perskritieken die voorganger ‘Van
God Los’ heeft gekregen wél. Er werden toen af en toe weinig fraaie
dingen gezegd en geschreven over de nieuwe groep van Meuris en over
de eerste optredens van Monza. En ook al moet ‘Van God los’ het
overduidelijk afleggen tegen ‘Grand’, persoonlijk vonden wij dat de
eerste plaat van Monza er wel degelijk toe deed.
Akkoord, gitarist Lars Van Bambost leek te zijn vervangen door
quasi naamgenoot Van Bombast, maar behalve een knap staaltje van
product placement was ‘Van God Los’ ook een cd met enkele knappe
songs: het titelnummer, bijvoorbeeld, ‘De stad kan zo koud zijn’,
‘Scheiding kerk en staat’… We kunnen alleen hopen dat niet alles
van deze plaat overboord wordt gegooid wanneer Monza straks zal
beginnen aan de verovering van het Vlaamsche land.

Wanneer we terugdenken aan de gloriedagen van Noordkaap, dan is het
allerminst verrassend dat Meuris vroeg of laat keihard ging
terugslaan. Zet de hoogtepunten uit die carrière (nagenoeg de hele
‘Gigant’, en het beste uit ‘Programma ’96’ en ‘Massis’) op een
rijtje, en je weet waartoe de Limburger in staat is. Akkoord, het
“muzikale en instrumentale departement” valt volgens de hoesnota’s
niet onder zijn bevoegdheid, maar dat betekent niet dat dezelfde
composities van dezelfde muzikanten met een andere zanger en andere
teksten even sterk uit de verf waren gekomen. Dat is de grote troef
van Meuris: hij zweept als geen ander zijn groep op, hij begeestert
en inspireert, hij is het cement dat de bouwstenen bij elkaar
houdt.
Een ander sterktepunt van Stijn Meuris is zijn neus voor muzikaal
talent: als geen ander weet hij zich steeds te omringen met (vaak)
onbekende, jonge muzikanten. Het was tegelijk zijn grote zwakte: te
veel van die jonge, ambitieuze gasten zagen de late Noordkaap en de
vroege Monza als een tijdelijk opvangcentrum, en keerden Meuris de
rug toe zodra er andere aanbiedingen kwamen. We hopen dat het hem
deze keer wel lukt de heren Van Sichem, Loots, Delacourt en
Weytjens voor lange tijd aan zich te binden.

Natuurlijk staat het drama dat Meuris overkwam centraal in het gros
van de songs op ‘Grand’. Wij hopen dat dit voor bepaalde, verziekte
geesten niet dé reden zal worden om deze plaat te kopen. ‘Grand’ is
in de eerste plaats een uitstekende pop- en rockplaat, gemaakt door
een Groep (en niet door een stel ingehuurde muzikanten) met een
uitstekende Zanger (ver weg is de brulboei van ‘Feest in de stad’)
die – hé, da’s toevallig, zeg – in het Nederlands zingt en voor
zijn teksten put uit zijn zielenleven. En wat dan nog?
‘Dood aan alle meisjes’ en ‘Naar men zegt’ waren de singles die als
tussentijds medisch bulletin de wereld werden ingestuurd: Meuris
stelde het alles in acht genomen tamelijk goed, de nieuwe groep
stond op scherp en binnen afzienbare tijd zou er een zogeheten
“eerste echte” Monza-plaat worden uitgebracht. ‘Grand’ herbergt een
hele trits instant classics: er zijn de twee singles, maar
ook ‘Een soort van vrede’, ‘Vertrouwd hart’, ‘Alles half’, ‘We
noemen dat een mooie dag’, ‘Fantoompijn’ en ‘Shangri-La’, songs die
we tot het eind van onze dagen in ons hart zullen sluiten en tot
het allerbeste horen wat Meuris ooit met Noordkaap/Monza op plaat
zette.
Stijn Meuris is er als zanger – nog maar eens – flink op
vooruitgegaan, en hij heeft – eindelijk en hopelijk voor heel lang
– een groep gevonden die klinkt als een Groep, zijn teksten perfect
aanvoelt en weet te vertalen naar muziek. Ook wat die teksten
betreft is Meuris op dit moment onovertroffen; ook al waart de
geest van “het gebeurde” door de teksten, verwacht geen “liefste
dagboe”‘-ontboezemingen. Toch moet je al van stevig graniet zijn om
onbewogen te blijven bij sommige tekstpassages op deze plaat. Maar
ook al stond hij in de zomer van 2003 in het oog van de orkaan,
Meuris blijft in de eerste plaats een onverbeterlijk, genadeloos
observator. Het resulteert in een plaat die uitermate
geschikt/verplichte kost is voor fans van Noordkaap, voor
liefhebbers van uitstekende, hartverwarmende, doorleefde en subtiel
uitgewerkte pop en rock, voor jong en oud, dik en dun, kortom: voor
iedereen, behalve voor ramptoeristen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + 8 =