Noordkaap

Bekijk Berichten

Nog een zomer, nog een clubtour “en dan zien we weer wel”. Noordkaap is opnieuw bijeen, maar voor hoe lang het duurt, is maar de vraag. Het was dus zaak erbij te zijn in De Roma. Dat dachten veel mensen, want er werd meteen een tweede avond uitverkocht. Het bleek niet meer dan terecht; nooit klonk dit minder dan vitaal.

Het is interessant en grappig om op te merken wat je begin/midden jaren negentig ontging: hoe oldschool Noordkaap toen al was. Gitarist Lars Van Bambost was er altijd al eentje van de Echte Gitaristen-school, toetsenist Wim De Wilde draaide zijn hand niet om voor een orgeltje, Procol Harumstijl. Toen dachten we gewoon ’tof nummer’, vandaag is het wat het toen al was: classic rock.

En toch. Classic of niet, Stijn Meuris, Van Bambost, De Wilde, bassist Erik Sterckx en drummer Nico Van Calster hebben samen een hoop nummers geschreven waarop het terecht “oeuvre” plakken is. Klassiek dus. Monumentaal. En zo begint het meteen, met een “Het komt voor in de beste families” waarin een bevrijde gitarist – fuck die gehoorproblemen zolang de dokter maar akkoord is – laat horen wat hij is: de Clapton van de Lage Landen, de Slowhand die zijn instrument kan laten ronken of loeien naar believen.

Zonder afbreuk te doen aan de rest van de band kun je rustig stellen dat Van Bambost altijd een van de essentiële onderdelen van de band was. Die gitaarklank, dat was Noordkaap. En dan was er natuurlijk Meuris, dié Stijn. De man die een eindrijm bleef melken tot er werkelijk geen rijmwoord meer over was – nadruk incluis – maar net daarmee zoveel gevoel kon overbrengen. “Panamarenko”, stal hij de artiestennaam van een ander en hij schilderde er het portret van de ultieme muurbloem mee. Sterckx en Van Calster geven het nummer een beat als een woelige hartenklop. Het is een van die zeldzame momenten dat Noordkaap uit die traditionele rockmal knalde.

Net als in het uit zijn voegen barstende bisnummer “Gigant”, is het zo’n moment waarop Noordkaap zichzelf oversteeg. Geen toeval dan ook dat beiden van op Gigant-de-plaat komen. Het was het album waarop de groep zich bewees als enige echte Vlaamse grungeband. Niemand heeft ooit beter het Nederlandse equivalent voor ennui gevat dan Meuris in “Verloren Dag”, tienertwijfels in “Druk in Leuven”. Nog van die plaat: een “Laat ons bidden” waarin een onteketende Van Bambost helemaal loos mag gaan. Wij noteren plichtsgetrouw ‘DIE GITAAR’, en zetten er een oneven aantal uitroeptekens achter.

Wat het gereüneerde Noordkaap niettemin niet meer is: de snedige rockband van weleer. Daarvoor is het te laat. De ziedende rock van debuut Feest in de stad en opvolger Een heel klein beetje oorlog krijgen we slechts mondjesmaat – en dan nog. “Wat is kunst?” is op dat vlak niettemin het vuur aan de lont; ouderwets scheuren, waarbij het publiek de zang al voor zijn rekening neemt nog voor Meuris zijn microfoon heeft bereikt.

Die intro van “Arme Joe” daarvoor ging zonder mondharmonica helaas wel de mist in; niets zieden, eerder een schampschot. Maar geen klachten over wat daarna volgt. Turas klassieker is nog altijd meer van hen dan van de genaamde Arthur Blanckaert. En dat het toch jammer is hoe bekaaid laatste album Massis er vanaf komt, met een mager “Pretentious, Moi” als enige vertegenwoordiger. Zelfs Programma ’96, de enige misstap in het oeuvre van de groep, is beter vertegenwoordigd met – ‘We zullen maar eens een hit spelen, om van het gezeur af te zijn’ – “Satelliet S.U.Z.Y.” én “Soms schrik”. Het kan zijn dat dat laatste nummer u niet veel zegt, het was geen single, maar jongens; wat een moment. “Alles is vergankelijk dus ook ik / vooral ik”, zingt Meuris, en zijn hartstilstand van drie jaar geleden indachtig krijgt dat plots een verkillende lading die het in onschuldigere tijden niet had.

Zeiden we al: wat een oeuvre? Want daar is zomaar “Een heel klein beetje oorlog”. Van Bambost mag een laatste keer de David Gilmour in zichzelf loslaten, de band maakt er een epische setsluiter van. Applaus. Meuris staat al bijna opnieuw op het podium voor dat is weggestorven, en je vraagt je af waarom dan in Godsnaam Monzas “Van God los” moet volgen – dat is niet van Noordkaap, het is niet nodig. Over naar het slotnummer dus: een monolitisch “Gigant”, los van alle andere klassiekers hét nummer waarvoor Noordkaap herinnerd moet worden – een oerkreet, een snijdende gitaarlijn, klaar.

“Ik hou van u” zal altijd even moeten, en zolang dat even op het einde van de set is, is dat goed. Aan de vestiaire is het nog rustig, het publiek wiegt nog even gemoedelijk mee. Hoe lang de reünie van Noordkaap nog duurt is de vraag, maar deze zekerheid is er: vanavond pakken ze ons niet meer af.

Beeld:
@Nate Concert Photography

aanraders

verwant

Blues Peer :: Schot in de (zomer)roos

26 mei 2023

De tweede editie van het vernieuwde bluesfestival in Peer...

Crammerock :: 2 en 3 september 2022

Dat het een hete zomer was, mijnheer. En om...

Noordkaap

2 september 2022Crammerock, Stekene

TW Classic 2022 :: Nostalgie als grootste gemene deler

Twee festivals voor de prijs van een vandaag: TW...

TW Classic: Noordkaap :: ”De lat voor nieuwe muziek ligt hoog”

Net toen je 't niet meer verwachtte, waren ze...

recent

Ronker :: Fear Is A Funny Thing, Now Smile Like A Big Boy

Ronker-frontman Jasper De Petter over hoe Fear Is A...

The Strangers: Chapter 1

Vooraan de jaren negentienhonderdtachtig begon Renny Harlin commercials en...

J. Bernardt :: Contigo

Op Contigo slaat Jinte Deprez’ alter ego J. Bernardt...

Ronker

15 mei 2024Ancienne Belgique, Brussel

'Welkom op onze babyborrel!' Hoezo, al een albumpresentatie? Onze...

Maria Iskariot :: ”We zijn heel verschillende persoonlijkheden die elkaar versterken”

'Bedankt', zongen ze al in de preselectie, maar de...
Vorig artikel
Volgend artikel

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in