Leonard Cohen :: Dear Heather

Een nieuwe Cohen: tijd om weer eens wat drijfkaarsjes te ontsteken, een goede Château van een vergeten jaar uit de kelder te halen en met een domme, maar gelukzalige glimlach naar het plafond te staren. Poëziebundel daarbij losjes in de hand. Met Dear Heather levert Leonard Norman Cohen namelijk alweer een tergend traag kabbelende cd af, die in het verlengde ligt van het al even sobere en poëtische Ten New Songs uit 2002. Jammer genoeg klinkt het deze keer bij momenten zo saai dat we ongewild aan die dekselse James Last begonnen te denken.

Zelfs in heel erg foute platencollecties komen we keer op keer dezelfde platen tegen. Misschien belandde het kleinood er via een boekenclub of een spaaractie van het lokale tankstation, maar naast Nirvana’s Nevermind of Out Of Time van R.E.M. vindt u er steevast de goudgele hoes van Cohens Greatest Hits uit 1975. Geen bezwaar trouwens: wij worden nog altijd wat graag om de oren gemept met songs als “Who By Fire” of “The Partisan”.

Zeventig werd deze krasse Canadees onlangs en bij elke nieuwe plaat lijkt het of zijn stembanden steeds meer door de zwaar verkouden geest van Barry White worden besnuffeld. Op deze Dear Heather nemen de vrouwen het ook steeds vaker van deze fluisterende en mompelende Zen Monnik over. Een onverdeeld succes kunnen we die evolutie bezwaarlijk noemen, ook al zijn Sharon Robinson en Anjani Thomas gezegend met prachtige sirenestemmen. Maar goed, dan hadden we wel zelf een cd van pakweg Jennifer Warnes in huis gehaald. Op een Cohen-cd dient men als Sister of Mercy namelijk zijn plaats duidelijk te kennen: hemels neuriënd op de achtergrond. U kan uw klacht over seksisme uiteraard later deponeren in de daarvoor bestemde collectebus, maar weet dat we ze bij voorbaat onontvankelijk verklaren.

Voor de teksten op Dear Heather doet deze Field Commander tweemaal beroep op bestaande gedichten (van Lord Byron en Frank Scott), iets wat deze stijlvolle dichtercomponist wel meer deed in het verleden. Hij trapt de plaat al af met het archetypische “Go No More A-Roving”, een berustend gedicht van Lord Byron waarbij de Stem van Cohen nog heerlijk gaat liggen tegen die van Sharon Robinson (al vaker te horen als een engelachtige muze op zijn platen). Ook There For You is vintage Cohen: de melodie is zo spaarzaam dat Yves Leterme wel een tip wil. Met de tekst legt de schrijver de schuld van een stukgelopen relatie na al die jaren duidelijk niet bij zichzelf: “I see my life/in full review/it was never me/it was always you”.

Echte uitschieters vallen er op dit winters plaatje echter niet meer te noteren, al zou het droef voorgedragen Villenella For Our Time (van Frank Scott) het erg goed doen op een literaire avond als Saint Amour. En over het Badalamenti-achtige “Morning Glory” hangt nog heerlijk tastbare dauw. Iets te vaak gaat Cohen echter met trage tred uit de bocht. De muffe wals “Undertow” en de zieke kermisdeun “Dear Heather” (Cohen zingt erop als een mislukt softwarepakket uit Ieper) doen ons al te zeer wegdrijven in de richting van taart- en kaartnamiddagen voor gepensioneerden. Oma zit in de hoek in de rolstoel met haar ogen te rollebollen terwijl er wat kwijl zich in haar mondhoek nestelt.

Cohen achtte het blijkbaar ook nog nodig om zich iets dichterlijks en wijs te laten ontvallen over het New York na 9/11. “On That Day” is echter een lachwekkend niemendalletje, waarin we eerst het kleffe “Lean On Me” meenden te herkennen, om dan helemaal in de hoek geknuppeld te worden door een mondharp. Op “Hey, That’s No Way To Say Goodbye” klonk het nog fantastisch en minder opdringerig, hier klinkt het als een overbodige mondspoeling.

The Future uit 1992 was en is nog steeds een fantastische plaat, ook al viel daar ook al wat muzak op te ontwaren. Hier hebben we echter iets te vaak het gevoel of we op de metro staan te wachten en zijn de hemelse momenten te schaars om eraan te ontsnappen. Eén van de muzikale teleurstellingen van het jaar.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 10 =