Double Indemnity




De fans zeggen vaak dat Billy Wilder in elk genre waarin hij heeft
gewerkt, de definitieve film heeft gemaakt: komedies (‘Some Like It
Hot’), tragikomedies (‘The
Apartment’
), zelfs alcoholdrama’s (‘The Lost Weekend’). Wat de
film noir betreft, maakte hij ‘Double Indemnity’, een prent
die alles heeft dat geassocieerd wordt met het genre: een scherp
contrast tussen licht en donker en lange onheilspellende schaduwen
in de fotografie, immorele personages die snelle, snedige dialogen
uitspugen en haarscherpe plotwendingen. Waarom is nu specifiek deze
film uitgekozen als de ultieme vertegenwoordiger van het genre?
Geen idee, er zijn er andere die net zo goed zijn, veronderstel ik
(‘Kiss Me Deadly’ is een kandidaat die zich spontaan bij mij
aandient). Voor een gedeelte zal het ook wel toeval zijn, maar het
blijft een feit dat Wilders film een zeer individuele stijl blijft
uitstralen – waar andere typische genrefilms nogal eens de neiging
hebben om op elkaar te gaan lijken, blijft ‘Double Idemnity’
overeind staan als een film met een heel eigen bakkes.

Walter Neff (Fred MacMurray) is een verzekeringsagent die bij een
routinebezoek aan een cliënt kennis maakt met diens vrouw, Phyllis
Dietrichson (Barbara Stanwyck) – wat er tussen hen ontstaat op dat
moment is niet zozeer chemie, als wel alchemie. De afwezige
echtgenoot van Stanwyck zit er immers warmpjes in en wanneer zij
quasi-nonchalant aan MacMurray vraagt of hij ook
levensverzekeringen verkoopt, wéét je als publiek dat er hommeles
op komst is.

Niet dat MacMurray zo’n onschuldig doetje is: vanaf het moment dat
hij Stanwyck ziet, lijkt het hem al z’n zelfbeheersing te kosten om
haar niet simpelweg te bespringen, maar in de handen van een
doorgewinterde femme fatale als deze is hij hulpeloos
verloren. Voor hij weet wat er gaande is, heeft hij Stanwycks man
een levensverzekering met dubbele uitkering voor een dood door
ongeluk verkocht en hebben de twee een plannetje beraamd om hem het
hoekje om te helpen.

In normale misdaadfilms zou het dan maar de vraag zijn hoe dat
afloopt, maar Billy Wilder maakt er een sport van om met de
verwachtingen van z’n publiek te spelen. Wilder heeft altijd graag
met voice-over gewerkt, omdat het een eenvoudige manier was om snel
informatie over te brengen naar het publiek – en als dat dan een
beetje snedig geschreven was, hoefde het publiek niet eens het
gevoel te krijgen dat ze alles met de paplepel ingegoten kregen.
Dit was een regisseur die wist hoe hij een voice-over moest
gebruiken – dikwijls liet hij vanaf ongeveer de helft van de film
de commentaar simpelweg achterwege omdat hij ze niet meer nodig
had, en in ‘Sunset Boulevard’ durfde hij het zelfs aan om een dode
het woord te geven. In ‘Double Indemnity’ begint Wilder bij het
einde van de film en laat hij Walter Neff terugkijken op de
gebeurtenissen – één van de eerste regels tekst die we horen, is:
‘Ik deed het voor geld en voor een vrouw. Het geld heb ik niet, en
de vrouw ook niet.’ Wat de regisseur hier doet, in het opzetten van
z’n flash-back structuur met voice-over, is simpelweg het einde van
de film verraden nog voor hij het verhaal heeft verteld. Net zoals
hij dat deed in ‘Sunset Boulevard’, waar je vanaf het begin wist
dat William Holden zou sterven aan het einde. Dàt is lef hebben,
maar het past wel binnen de conventie van de film noir,
zoals die hier mee wordt bepaald: het is hoegenaamd geen raadsel
hoe de plot zal eindigen – de personages hebben toch geen schijn
van kans. Ze kunnen alleen maar verliezen. De vraag is alleen hoe
ze tot op dat punt zullen raken.

‘Double Idemnity’ was pas de derde film die Wilder regisseerde,
maar zijn visuele beheersing hier is opmerkelijk. Kenmerkend voor
het genre (en dit is een film die mee het genre hielp bepalen,
Wilder volgde dus niet zomaar de regeltjes die anderen hadden
vastgelegd), krijgen we het gebruik van een zeer gestileerde
belichting – geen set of er hangen wel luxaflexen waar het licht in
scherpe strepen tussendoor valt. Gigantische schaduwen domineren
alles en geven een macaber ondertoontje aan de film. Dit is één van
die oude films waarin alle personages de hele tijd roken en wanneer
ze elkaar kussen, zijn dat nog echt van die ouderwetse
Hollywood-filmkussen: je grijpt je dame bij de voorarmen, rukt ze
naar je toe en je drukt je lippen op de hare alsof je een sigaret
uitdrukt in een asbak. Zó hoort dat, geen soft gedoe! Elke scène in
de film is nauwkeurig georchestreerd: let op de eerste scène tussen
MacMurray en Stanwyck: hun lichaamstaal, de manier waarop ze zich
bewegen… Als ze niet in een film uit 1944 zaten, zouden ze elkaar
waarschijnlijk de kleren van het lijf rukken en hier en nu een
nummertje maken op de koude tegels. Die spanning tussen beiden is
er omdat de acteurs goed staan te spelen, maar ze is er ook omdat
Wilder het zo regisseert, omdat hij weet wat een effectieve
mise-en-scène is. Je kunt twee personages tegenover elkaar zetten
en dat zegt niks. Maar zet ze tegenover elkaar met die suggestieve
belichting door de luxaflex heen, met die diepe schaduwen op de
achtergrond, ga dan geleidelijk aan steeds dichter op de personages
monteren én geef die personages ook nog eens dialogen die werden
gepend door Raymond Chandler, één van de onbetwiste koningen van
het hard boiled misdaadverhaal… Wel, dàn heb je dus iets
bijzonders. Iets dat zestig jaar later nog altijd herinnerd
wordt.

Dat zal het wel zijn wat ‘Double Indemnity’ zo speciaal maakt:
alles wat er in deze film zit, is ook wat er in alle andere films
noir zit, maar hier wordt het met een eindeloze vakkundigheid
uitgevoerd – alle elementen zitten helemaal op hun plaats, van de
dialogen (‘I never knew that murder could smell like
honeysuckle’
), over de gedurfde structuur en de knappe
fotografie tot aan de acteurs. Barbara Stanwyck is de boze
stiefmoeder van alle femme fatales: de eerste keer dat ze MacMurray
ziet, weet ze precies wat ze van plan is, we zien het aan haar
ogen. MacMurray zelf noemde zijn twee films met Billy Wilder (deze
en ‘The Apartment’) de enige twee waarvoor hij ooit écht heeft
moeten acteren, en hij is meer dan adequaat in de rol. Walter Neff
is het soort man die zichzelf slimmer acht dan alle anderen, en hij
speelt het ook zo: met een nauwelijks verholen arrogantie. Hij is
een slijmbal, maar dan toch een die reddeloos verloren is eens de
verkeerde vrouw langskomt. Om het team aan acteurs af te maken, is
er dan nog legendarisch klein opdondertje Edward G. Robinson als
verzekeringsexpert Keyes, die de valse schadeclaims moet
onderzoeken en gewoonweg wéét dat er iets mis met de zaak. Robinson
loopt zo energiek door de sets te ijsberen dat hij bijna z’n sigaar
opvreet – het is een genot om hem bezig te zien.

Is ‘Double Indemnity’ de beste film noir ooit? Wie weet, hij wordt
in ieder geval zo beschouwd. Het punt is dat dit een film is
waaruit totale controle blijkt op alle aspecten van de productie –
als er ooit een film het predikaat “goed gemaakt” verdiende, dan is
het deze wel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 + 10 =