Irma la Douce

Jaja, zelfs een Billy Wilder bezwijkt soms eens onder de
torenhoge verwachtingen. Tijdens de overgang van de jaren 50 naar
60 was Billy, net zoals Don Draper, ongelooflijk hard op dreef. Met
‘Some Like It Hot’ had hij zomaar even één van de beste komedies
aller tijden gemaakt, met ‘The Apartment’ één van de beste films
tout court en ‘One Two Three’ was een heerlijk snelle
screwballer die zonder problemen de genreklassiekers
inhaalde. Wilder zat zowel creatief als commercieel op een
hoogtepunt. En toen kwam ‘Irma la Douce’ aangetippeld, een
filmbewerking van een populaire Franse musical (sans
liedjes weliswaar) met de twee hartendieven uit ‘The Apartment’ in
de hoofdrol. De romantische komedie werd een hit bij het publiek,
maar bleef kwalitatief toch een paar treden onder het niveau van de
voorgangers steken. Billy was dus toch maar een Mensch.
Net zoals het hoertje in de hoofdrol is ‘Irma la Douce’ charmant en
leuk om naar te kijken, maar niet memorabel genoeg om van een
onvergetelijke beurt te spreken. Hey, als Billy Wilder met flauwe
woordspelingen mag gooien, ik ook.

Parijs. In de rue Casanova bruist het van het leven…
en de stoephoertjes. Nestor Patou (Jack Lemmon) is een overijverige
gendarme die de beruchte wijk van straatmadelief Irma la Douce
(Shirley MacLaine) onder zijn hoede krijgt, maar nog geen dag later
wordt hij ontslagen. Nestor heeft nog net genoeg tijd gehad om te
vallen voor de charmes van Irma en ook zij ziet wel iets in de
naïeve, maar brave ziel. Hij wordt haar pooier (zo gaat dat in
komedies), maar heeft het toch moeilijk met haar carrièrekeuze als
prostitué. Maar dan bedenkt hij een plan dat zo ingenieus is dat
het alleen maar kan resulteren in plezante kolder en olijke
misverstanden.

Niet dat we het nog niet wisten, maar ‘Irma la Douce’ laat nog
maar eens zien wat voor een deugniet Billy Wilder was. Tijdens een
periode waarin de censuurcommissie alles afkeurde dat met seks te
maken had of niet strookte met de Amerikaanse normen en waarden,
slaagde Wilder er steeds weer in om de stoutste taboes te
doorbreken. Uiteraard krijg je geen seks of bloot te zien in ‘Irma
la Douce’, maar toch is de film doorspekt met heerlijke
innuendo die als een krolse kater langs de benen van de
censuurcommissie schuurt. Of wat dacht je van Irma die nonchalant
tegen een vaste klant “Sorry, I never remember a face” verkondigt?
Nu komt dat uiteraard zeer onschuldig over, maar vijftig jaar
geleden was ‘Irma la Douce’ best wel een gewaagd filmpje dat
perfect paste binnen de ontluikende seksuele en culturele
revolutie. Een film over een sympathiek hoertje met een hart van
goud? Het lef! Dit gezegd zijnde, Irma in haar strakke groene
soutien is redelijk miauwkes. Sowieso veel
sensueler dan naakt moet de stiekeme Billy gedacht hebben, en
gelijk had hij.

Nog meer dan in zijn serieuzer werk kon Billy Wilder zich met
zijn komedies pas echt laten gaan met double entendres en
knipogen die gewoon geschreven zijn om die vermaledijde
censuurcommissie te ambeteren. Je hoort die dialogen en je
ziet hem – samen met zijn vaste co-scenarist I.A.L. Diamond –
grinnikend achter zijn schrijftafel zitten. Hij deed het met
travestieten in ‘Some Like It Hot’, communisme en kapitalisme in
‘One, Two, Three’, kantoorpolitiek in ‘The Apartment’ en doet het
dus met prostitutie in ‘Irma la Douce’, een liefdesverhaaltje
waarin een amateur-pooier valt voor zijn poule. ‘Irma la
Douce’ is niet Wilders beste film, maar het is wel een zeer
typische Wilder. Een gewaagde thematiek verstopt in een komedie die
de lichtvoetige romantiek van Ernst Lubitsch en de meer agressieve
slapstick van Howard Hawks combineert. Niet voor niks de twee
belangrijkste invloeden voor die onnavolgbare ‘Wilder
touch’.

Aanvankelijk was Marilyn Monroe geboekt als Irma (ook Brigitte
Bardot toonde interesse), maar na haar onverwachte dood koos Wilder
dus voor MacLaine. Monroe was ongetwijfeld een goeie hoer geweest,
maar MacLaine is met haar kokette présence eigenlijk wel
perfect als het iconische hoertje met de groene kousen en het
gouden hart. Gevoelig, charmant, aantrekkelijk én intelligent. Kijk
maar eens hoe ze de klanten extra laat betalen met meelijwekkende
verhalen. Het helpt natuurlijk ook dat ze al samen met Lemmon ‘The
Apartment’ had gemaakt, want er hangt een geloofwaardige chemie
tussen die twee die het nogal stroeve verloop van het verhaal een
nodige schwung meegeeft. Maclaine kreeg zelfs een
Oscarnominatie voor haar vertolking, maar was eigenlijk absoluut
niet tevreden over haar rol en de film in het algemeen.

Belangrijk in het oeuvre van de auteur, spraakmakend voor zijn
tijd en een frisse deerne in de hoofdrol, allemaal goed en wel,
maar is ‘Irma la Douce’ ook wel een geslaagde komedie? Ja en neen.
Jack Lemmon imponeert met een opvallende dubbelrol, maar is toch
leuker als de schlemielige Nestor die verliefd wordt op Irma dan
als de excentrieke Lord X, een karikatuur die aan elkaar hangt met
een ooglapje, snor, baard, valse tanden en een fout Brits accent.
Niettemin, de man beschikt over een perfecte komische timing. De
set-pieces zijn dan weer eerder charmant dan echt hilarisch, maar
wie een glimlach kan bedwingen tijdens het dansfeestje in de bistro
moet misschien toch maar eens die stok uit zijn of haar achterste
verwijderen.

Het grote probleem met ‘Irma la Douce’ is dat de film gewoon
veel te lang duurt. De klok haalt net niet de epische speelduur van
twee uur en half, waardoor het tempo verontrustend laag ligt. Een
farce heeft sowieso de neiging om wat hit en miss
te zijn, maar nu hangen er te veel dode stukken tussen de grappige
scènes om van een consistent geslaagde komedie te spreken. Had er
iemand eens de ballen gehad om aan Wilder en Diamond te zeggen dat
er gerust een dik half uur kon geschrapt worden in het scenario,
het had ongetwijfeld een veel frissere film opgeleverd en het
concept – een man die jaloers wordt op zijn eigen alter ego – was
er beter uitgekomen. Vooral die derde akte en conclusie blijven
maar nodeloos aanslepen en verdienden een ferme trap onder de tamme
kont.

Maar laat ons toch vooral het aangename onthouden. De
Oscarwinnende muziek van André Previn blijft nog lang na de
aftiteling je humeur opkrikken, terwijl het geromantiseerde Parijs
(opgetrokken uit kleurrijke decors van Alexandre Trauner) je in een
heerlijke nostalgische roes brengt. Ja, ‘Irma la Douce’ duurt veel
te lang, maar wie na ‘Some Like It Hot’, ‘One Two Three’ en ‘The
Apartment’ zin heeft in meer romantiek en humor van Billy, raden we
gerust een bezoekje aan rue Casanova aan. Doe ze daar
zeker de groeten aan Irma en die dansende tweeling!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

6 + 16 =