The Silence Of The Lambs




Soms zit een hele film vervat in één scène ervan, in één beeld.
In het geval van ‘The Silence Of The Lambs’ heb ik een momentje aan
het begin altijd enigszins iconisch gevonden: Jodie Foster wordt
naar het bureau van haar baas Scott Glenn geroepen en gaat in een
lift staan vol mannelijke FBI-cadetten die een kop groter zijn. Dat
is in feite de hele film: de angst van een klein persoontje tegen
krachten die haar eigenlijk ver te boven gaan. Gedurende de hele
film zien we Foster pogingen ondernemen een autoriteit uit te
stralen die ze niet voelt; tegen het slijmerige hoofd van de
psychiatrische instelling waarin Hannibal Lecter wordt vastgehouden
(Anthony Heald) probeert ze niet te laten merken dat ze zich
geïnitimideerd voelt door zijn avances; dan zijn er natuurlijk de
conversaties met Lecter zelf – tijdens hun eerste gesprek ontleedt
Lecter haar afkomst en karakter met een ongenadige precisie, maar
ze probeert niet te laten zien dat hij haar heeft geraakt. Haar
gezicht op dat punt spreekt boekdelen. Nog later in de film komt ze
in situaties waarin ze een hoop boomlange, mannelijke
politieagenten uit een lijkenhuisje moet praten zodat het FBI haar
werk kan doen en natuurlijk de uiteindelijke confrontatie met de
seriemoordenaar, “Buffalo Bill”. Ik denk dat één van de redenen
voor het voortdurende succes van de film over dertien jaar, is dat
het inspeelt op iets heel fundamenteels dat bij iedereen leeft –
het gevoel dat je de kleinste persoon in de kamer bent, maar tóch
heb je een job te doen. Het gevoel dat de moed je in de schoenen is
gezonken, maar je mag het niet laten merken. Mensen bevinden zich
constant in dat soort van situaties, hoewel er meestal gelukkig
geen seriemoordenaars of kannibalen bij betrokken zijn.

De plot zal wel genoegzaam bekend zijn: er is een
seriemoordenaar aan het werk die door de pers “Buffalo Bill” wordt
genoemd aangezien hij z’n slachtoffers vilt (die moordenaar,
gespeeld door een uitstekende, maar veel te vaak over het hoofd
geziene Ted Levine, is losjes gebaseerd op moordenaar en
grafschender Ed Gein). FBI-cadet Clarice Starling (Foster) wordt
erop uit gestuurd om te praten met psychiater en seriemoordende
kannibaal Hannibal Lecter (Anthony Hopkins, natuurlijk). Het Bureau
heeft immers redenen om aan te nemen dat hij meer afweet van de
zaak – redenen die we tijdens de film nooit écht te weten komen,
maar dat soort van kleine plotgaten behoor je niet op te merken in
een film als deze.

‘The Silence Of The Lambs’ is ondertussen uiteraard uitgegroeid
tot een moderne klassieker, de moeder van alle thrillers en
rechtstreekse verantwoordelijke voor een eindeloze reeks rip-offs
over gelijkaardige serial killers die de jaren negentig tot het
decennium van de seriemoordenaarfilm maakten. Tegenwoordig is dat
ook weer zo’n gegeven worden – bepaalde films zijn nu eenmaal
klassiekers, zijn nu eenmaal meesterwerkjes en als iemand je vraagt
waarom… Hey, dat hoor je gewoon niet te vragen, dat is nu eenmaal
zo. Doorgaans ben ik er voorstander van om dat soort van
gecanoniseerde films toch altijd zo kritisch mogelijk te blijven
bekijken, maar in het geval van ‘The Silence Of The Lambs’ moet ik
me toch gewoon outen als fan. Het blijft één van de weinige films
die koude rillingen over m’n rug kan doen lopen, ook al heb ik ‘m
al minstens twintig keer gezien. Ik ken de timing van dat ding en
hele slierten dialoog, maar keer op keer grijpt het me vast en laat
het me niet los.

De reden daarvan heeft veel te maken met wat ik net heb gezegd:
het inspelen op de meest fundamentele angsten van de mens. Thomas
Harris, schrijver van de originele roman, lijkt wel een catalogus
te hebben gemaakt van alles wat mensen inherent angst aanjaagt en
die lijst consequent in z’n verhaal te hebben verwerkt. Ruggengraat
van het hele ding is de klassieke ‘Belle en het Beest’-structuur –
een jonge, idealistische agente gaat een soort van respect voelen
voor het monster waarmee ze noodgedwongen moet samenwerken. En dat
gegeven, iets dat sowieso al resoneert bij elke kijker omdat het zo
vertrouwd is, wordt vervolgens uitgebuit om de kijker alles te
geven waar hij instinctief voor terugdeinst. Verloren lopen in het
donker. Insecten. Dode lichamen van dichtbij moeten bekijken en
aanraken. Opnieuw geconfronteerd worden met de angsten uit je
jeugd. Met de dood van je ouders. Zeer fundamenteel dus het gevoel
een kleine vrouw te zijn in een lift vol gigantisch lange
mannen.

Anthony Hopkins creëerde één van de meest memorabele
filmmonsters in de geschiedenis en hij deed dat door juist zo
weinig mogelijk te doen. Gillende, grijnzende en maniakaal lachende
gekken zijn maar al te snel vergeten, maar dit is een man die
geheel is opgetrokken uit klasse, stijl, een bizar soort van Britse
reserve. Hij spreekt op een zacht toontje, knippert nooit met z’n
ogen en kijkt je aan met een doordringende blik alsof je nooit zou
kunnen hopen een geheim voor hem te bewaren. En dat is wat hem zo
eng maakt: dat hij nooit moeite schijnt te doen om je bang te
maken. Het is voldoende dat hij je maar strak genoeg aankijkt.
Alleen daarmee schijnt hij al te kunnen doorgronden wie je echt
bent, om die informatie vervolgens tegen je te gebruiken. Opnieuw
zoiets waar mensen erg bang voor zijn: dat iemand naar ze zal
kijken en hen meteen zal doorzien voor wie en wat ze écht zijn. Dat
iemand zonder enige moeite, zonder zelfs z’n stem te verheffen of
een beweging te maken, al onze zwaktes tegen ons zal keren.

De regie van Jonathan Demme mààkt de film, misschien nog wel
meer dan de vertolking van Hopkins – Demme nam een script met
kannibalen en seksueel geperverteerde seriemoordenaars en hij
zorgde ervoor dat die uitzinnige elementen toch niet de overhand
kregen. In tegendeel zelfs, waar het over gaat, is het personage
van Jodie Foster die haar angsten onder ogen komt en overwint en om
ons dichter bij dat personage te brengen, begint Demme consequent
met close-ups te spelen. ‘The Silence Of The Lambs’ is opgetrokken
uit prachtige close-up shots, waarin we de persoonlijke ruimte van
de personages binnendringen, het gevoel krijgen dat we hen
letterlijk op de huid zitten, wat ook weer helpt om aan de film een
tastbaar gevoel van spanning te geven. Die techniek wordt aangevuld
met de mistroostige herfst waarin alles zich afspeelt – grijze
hemels, kale bomen en een gevoel alsof het net heeft geregend,
domineren de hele film.

‘The Silence Of The Lambs’ is één van dé grote films van de
jaren negentig, een monumentale prestatie, waarin een genre boven
zichzelf wordt uitgeheven om iets te worden dat alle benamingen
overstijgt. Enkele jaren later zou ‘Seven’ die prestatie bijna evenaren. Maar
Demme’s film blijft een geval apart.

http://www.mgm.com/hannibal/home-flash.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijftien − 11 =