Enkele maanden na de aanslagen van 11 september 2001, werd in MauretaniĆ« Mohamedou Ould Slahi opgepakt. Zonder dat er ooit echt een aanklacht was, zou hij 14 jaar doorbrengen in de gevangenis op Guantanamo Bay (āGitmoā genoemd door de militairen) omwille van vermeende betrokkenheid bij de terroristische aanvallen. In 2015 publiceerde Slahi zijn gevangenisdagboek en uiteindelijk zou de man vrijkomen zonder ooit officieel iets ten laste te zijn gelegd.
De verfilming van zijn geschriften (oorspronkelijk brieven aan zijn advocate) opent met de woorden āthis is a true storyā en helaas wil dat ook zeggen dat The Mauritanian zich meteen nestelt in een traditie van producties waarin de nobele bedoelingen moeten verdoezelen dat de film op zichzelf maar weinig voorstelt.
Dat is opmerkelijk komende van regisseur Kevin Macdonald die met films als The Last King of Scotland en Touching the Void nochtans liet zien dat hij wel weet om te gaan met gedramatiseerde feiten. Bij momenten blijkt ook dat er een cineast aan het werk is die tenminste probeert om de āboodschapā ook in filmische termen te herdenken: wanneer Slahi verhoord wordt, wijzigt het beeldformaat plots naar 4:3 om de claustrofobische gevoelens van de gevangene beter te vertalen. Het is een simpel maar effectief trucje dat werkt, maar helaas vervolgens ook nodeloos herhaald wordt. De rest van de film lijdt vooral onder al te veel opgeklopte dramatiek en scĆØnes waarin juristen elkaar in de ogen kijken en filosoferen over het verdedigen van eden en de grondwet (het moet gezegd dat het moment waarop de militaire aanklager door een overste als āverraderā wordt bestempeld, wel akelige associaties oproept met het Amerika van Donald Trump: of iets correct is of zelfs waar is, doet er niet toe, zolang je je maar blindelings aan de juiste zijde schaart).
De film opent met de aanhouding van de protagonist en springt vervolgens naar het moment in 2005 waarop zijn advocate een āhabeas corpusā indient en zo de overheid dwingt om eindelijk een klacht te formuleren, of anders haar cliĆ«nt vrij te laten. De advocate wordt gespeeld door Jodie Foster in een rol die ze met haar ogen dicht zou kunnen vertolken, maar die degelijk genoeg is om overeind te blijven (en waarvoor ze een āGolden Globeā in de wacht sleepte). Hetzelfde kan zonder meer gezegd worden van Tahar Rahim (Un ProphĆØte) als Slahi en Benedict Cumberbatch als de aanklager die in naam van de regering de doodstraf probeert te verkrijgen. Helaas lijken al die karakters al te vaak gewoon conventies van de rechtbankthriller, die hier zonder al te veel bezieling netjes binnen de lijntjes geschetst worden. Al te vaak hebben we ook het gevoel dat de persoonlijke kruistocht van de advocaten primeert op de eigenlijke zaak, met veel te veel nietszeggende beelden van het zorgelijk kijken naar paperassen, zonder dat we als kijker echt te weten komen hoe de finesses van het gebeuren in elkaar zitten.
Nochtans is The Mauritanian niet zonder nuance en wordt er genoeg aandacht besteed aan het feit dat Slahi inderdaad betrokken was bij geldstromen en een oproep kreeg van de satteliettelefoon van Bin Laden ā niet meteen een alledaagse gebeurtenis. Stof genoeg dus voor een degelijk onderbouwd pamflet, maar daarvoor is deze brave prent te mak en doorzichtig. The Mauritanian is genietbaar zolang we kijken naar droge nuances van het echte gerechtelijke werk in kleine kantoren. De prent gaat onderuit wanneer drama en effectbejag de overhand krijgen.