múm :: Summer Make Good

Ik weet in de verste verte niet welke pias zich bezighoudt met het
verzinnen van de promotekstjes bij PIAS, maar iets zegt me dat de
persoon in kwestie vrij nieuw is in het vak. Want wat lezen we in
de advertentie van ‘Summer Make Good’ van múm (uit te spreken als
“moem” met lange oe, en niet te verwarren met het Oostenrijkse
dance-duo MUM)? “Het langverwachte vervolg op Múms succesdebuut
Finally We Are No One. (…) Het
nieuwe album van the bold & the beautiful fusioneert prachtige
dynamische melodieën met emotionele verhalen. Een absolute aanrader
voor Sigur Rós fans!” Zo staat het er. Nu wil ik niet de
kommaneuker uithangen en de taalkundige onnauwkeurigheden uit dit
reclametekstje halen (iek sgrijf zelf alesbehalve flekkeloss), toch
zijn er een paar puntjes die enige reactie behoeven.
Ten eerste, Finally We Are No One
was uiteraard niét het debuut van múm, hun officiële
(internationale, zo u wil) debuut verscheen in 2001 en heet nog
steeds ‘Yesterday was Dramatic – Today is OK’. En zelfs dat is niet
helemaal juist. In 1999 al lieten Örvar Póreyjarson Smárason,
Gunnar Örn Tynes en de tweelingzusjes Kristín Anna en Gyda
Valtysdóttir van zich spreken met ‘Flugmadur’, een prachtplaatje
waarop het jeugdige viertal een 24-tal gedichten van de IJslander
Andri Snaer Magnason voorzag van muzikale begeleiding. Deze
samenwerking kreeg twee jaar later (dus nog steeds voor hun
“debuut”) zelfs een vervolg met ‘Blái Hnötturinn’. Deze kleine
meesterwerkjes zijn nog steeds te verkrijgen via de onvolprezen
IJslandse site van platenmaatschappij en verdeler Smekkleysa, net
als de remix-albums ‘Please Smile My Noise Bleed’ en ‘Remixed’.
(Bovendien is er van ‘Yestarday…’ en ‘Finally…’ ook een IJslandse
versie verkrijgbaar.) Ten tweede vind ik dat de vergelijking met
Sigur Rós niet opgaat. Hoe zouden we zelf zijn als we in een
buitenlands blad één of andere promoboy de nieuwe Daan zagen
aanprijzen als ‘een absolute aanrader voor de fans van dEUS’? Ik
zou zo nog wel even kunnen doorgaan, maar het gaat hier natuurlijk
vooral om de muziek van deze band, die mij (dat had u misschien al
begrepen) na aan het hart ligt.
Als er iets is waarmee je IJslandse muzikanten de kast kan opjagen,
dan zijn wel de oeverloze verwijzingen naar die zogenaamd typische
IJslandse sound, waarin je zogezegd het geritsel en het gekraak van
de blaadjes en de takjes van de bomen in de Scandinavische
sprookjesbossen kunt horen, het gesis van de geisers, het gegiechel
van trollen en het gieren van de wind. Drop deze mensen echter op
een willekeurige plek op het eiland en ze zullen anders
piepen.
De nieuwe plaat van múm is geen sprookjesplaat maar een
‘zeemansplaat’ geworden. ‘Summer Make Good’ werd grotendeels
opgenomen in een vuurtoren, met de rug naar het vasteland en met
zicht op zee als het ware. Muzikaal vertaalt zich dat in een geluid
dat zich wil bevrijden van het epitheton ‘sprookjespop’. Deze plaat
ontbeert het lieflijke karakter waarmee de vorige albums vriend en
vijand wisten te charmeren. Het trio (Gyda Valtysdóttir heeft de
groep verlaten) lijkt zich te willen losrukken van het eiland en
dat dat niet geheel pijnloos gebeurt, is er aan te horen. In zekere
zin zou je kunnen zegen dat hierin wel wat symboliek schuilt:
Smárason, Valt_sdóttir en Tynes zijn de naïviteit en de onschuld
van de kindertijd ontgroeid en zetten nu noodgedwongen koers in de
richting van de Grote (Boze Mensen) Wereld. Dat dit niet zonder
slag of stoot gaat, dat moet er dan maar bij genomen worden. Aan
het einde van de rit wacht immers de zomer en die maakt alles goed,
zelfs onze zonden worden ons dan vergeven…
‘Summer Make Good’ begint met ‘Hú viss – a ship’, een mistige brij
waarin we heel af en toe een glimp opvangen van een verdwaald
reddingsbootje met daarin drie dolende zielen. Naarmate het eerste
deel van de plaat vordert trekt de mist op en tekenen de contouren
van het bootje en de inzittenden zich steeds duidelijker af: het
zijn onze vrienden van múm die traag in onze richting komen
opgeroeid, ondertussen de ene parel na de andere opvissend uit het
ijskoude, troebele water. Trage, vaak treurige, enigmatische muziek
(geschoeid op elektronische leest, maar opgesmukt met ondermeer
gitaar, accordeon, drums, Chinese harp, trompet, speelgoedpiano,
moog, belletjes, cello en xylofoon) die pas na enkele
luisterbeurten haar schoonheid prijsgeeft. Kristin Valtysdottir
zingt niet echt, ze fluistert eerder, en doet denken aan een lief
klein katje dat ongevraagd op je schoot komt gesprongen, zich
uitgebreid laat aaien maar plots uithaalt met zijn scherpe
klauwtjes. Is het dan allemaal kommer en kwel en één en al lijden
op deze plaat? Nee, want zoals we reeds zegden: aan de einder
gloort alweer de zomer en dat is ook zo op ‘Summer Make Good’, dat
na huiveringwekkende tracks als ‘Nighly Cares’, ‘The Ghosts You
Draw on My Back’, ‘Sing Me Out the Window’, ‘Will the Summer Make
Good For All of Our Sins?’ afsluit met ‘Abandoned Ship Bells’,
voorwaar een doekje voor het bloeden…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

8 − 6 =