Reign Of Fire


Het is altijd een riskante onderneming, aan een fantasyfilm te
beginnen. Van nature vertrek je vanuit een onwaarschijnlijk
basisgegeven (tovenaars, dwergen, draken, trollen), en toch moet je
proberen je publiek zo ver te krijgen te geloven in wat het ziet.
Films als ‘The Lord Of The Rings’ en
vooral ‘Harry Potter’ slagen daar
bewonderenswaardig in, voornamelijk omdat het ontwerp ervan zo goed
is – we hebben niet de indruk dat we naar een filmset kijken, maar
naar een volledig afgewerkte wereld op zichzelf, dankzij het oog
voor detail van designers en regisseurs die weten waarmee ze bezig
zijn.

En dan heb je films als deze ‘Reign Of Fire’, die enkel slaagt
in het meest onwaarschijnlijke: een toekomst waarin mensen tegen
gigantische draken vechten er saai uit te doen zien. Faut le
faire.

De plot (dit wordt lachen): tijdens bouwwerkzaamheden in het
Londen van vandaag, wordt een holte onder de grond ontdekt. De
twaalfjarige zoon van één van de werknemers, Quinn, krijgt
toestemming in dat hol te kruipen (veiligheidsvoorschriften,
iemand?), en ontdekt er een slapende draak.

Oké, logicacontrole (in dit soort film is dat zinloos, ik weet
het, maar het is zo leuk dat ik het niet kan laten): die draak
heeft al honderden, duizenden jaren liggen slapen. De Londense
metro heeft hem met haar aanhoudende ondergrondse gedaver niet
kunnen wekken tijdens de laatste honderd jaar, maar er komt een
twaalfjarige in zijn hol en dààr wordt hij wakker van? Dat is
alvast een goeie indicatie van het intelligentiegehalte van deze
film.

Flash forward naar het jaar 2020: de draken hebben zowat de hele
aarde vernield, en enkel nog locale groepjes angstige overlevers
hokken samen in troosteloze catacomben onder de grond. Quinn heeft
de aanval van de oorspronkelijke draak overleefd en is nu de leider
van één zo’n groep. Hij wordt gespeeld door Christian Bale met een
accent dat moeilijk te plaatsen valt, maar in ieder geval niet de
indruk wekt dat Quinn vaak naar de BBC heeft geluisterd. Af en toe
komt er een drakenaanval, en het enige dat Quinns groepje eigenlijk
doet, is zich schuilhouden en hopen het zo lang mogelijk te mogen
uithouden.

Tot er een groep heldhaftige Amerikanen langskomt, natuurlijk.
Deze strijders worden geleid door Van Zan (wie heeft die naam
bedacht?), gespeeld door Matthew McConaughey, die voor de
gelegenheid enkel in bromgeluiden communiceert. Zijn stem komt van
zo diep in zijn borst, dat je schrik krijgt dat hij een
longontsteking heeft. In ieder geval heeft hij dringend Vicks
nodig.

Enfin. De Amerikanen hebben een theorie dat de draken zich
voortplanten als vissen: de vrouwtjes leggen eieren, die dan
bevrucht worden door een mannetje. “Dood het mannetje, dan doden we
de soort,” concludeert McConaughey. Wat strikt genomen niet
noodzakelijk klopt; er zijn toch ook meerdere mannetjesvissen? En
die eieren die de vrouwtjesdraken leggen, zit daar nooit een
mannetje bij?

Dat zijn het soort van vragen die je niet mag stellen,
veronderstel ik. Net zoals je je ook niet mag afvragen waar de
overlevenden benzine vandaan halen om zich voort te bewegen in
auto’s, tanks en zelfs een helikopter. De plaatselijke Texaco heeft
de vernielende drakenaanvallen schijnbaar op bewonderenswaardige
wijze doorstaan.

De toekomst van ‘Reign Of Fire’ ziet er niet alleen troosteloos
uit, maar ook weinig interessant. Negentig procent van de film
speelt zich af in wat eruit ziet als een soortement steengroeve,
wat niet echt boeiend is om naar te kijken. Het zal de
productiekosten wel gedrukt hebben, maar toch… Nu valt dit
misschien nog te vergoelijken door de plot: alles is immers
platgebrand. Maar waarom dan niet iets boeiender doen met de
interieure shots van de catacomben waarin de personages wonen?
Alles ziet er zo fantasieloos uit, haastig bij elkaar gegooid,
waardoor we nooit de indruk krijgen dat we naar een echte plaats
kijken waar mensen wonen, maar naar een… nuja, naar een
filmset.

Het visuele gebrek aan fantasie vertaalt zich helaas ook in een
inhoudelijk gebrek aan fantasie. Ik zat me eigenlijk heel de tijd
af te vragen wat filmmakers als Steven Spielberg of James Cameron
met dit basisgegeven hadden kunnen aanvangen. Neem nu bijvoorbeeld
Camerons ‘Aliens’. In feite heb je hetzelfde basisgegeven: groepje
mensen neemt het op tegen een onoverwinbaar monster. Maar Cameron
wist op dat eenvoudige idee duizend-en-één variaties te verzinnen,
zodat het verrassingen regende in de film. In ‘Reign Of Fire’ krijg
je regelmatig de indruk dat de makers zelf niet goed wisten wat ze
met hun draken moesten aanvangen. Een eerste gevecht met de beesten
is nog min of meer opwindend – de confrontatie met de helikopter –
maar vervolgens krijgen we niets beter te zien dan dat. Elk volgend
gevecht vindt eveneens plaats in open lucht, net als die eerste
grote actiescène, maar geen enkel kan de helikopteraanval
overtreffen.

‘Reign Of Fire’ is een fantasyfilm met een onwaarschijnlijk
gebrek aan fantasy. Waar zit Peter Jackson als je hem nodig
hebt?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zestien − zestien =