Met Gerard Butler is het een beetje gesteld zoals met Charles Bronson in de jaren negentienzeventig en -tachtig, Steven Seagal in de jaren negentig en de late carrière van Liam Neeson: al die heren draaien of draaiden jarenlang in wezen dezelfde film met enkele lichte variaties. In Butlers geval speelt hij meestal een personage dat door zijn verleden goed geplaatst is om wanneer de nood het hoogst is, de zaken met actie en geweld op te lossen en dat is zeker niet anders in Plane. Daarin is Butler een voormalig RAF-piloot die nu commerciële lijnvluchten verzorgt voor een lagekostenmaatschappij en die zijn talenten moet bovenhalen wanneer hij na een noodlanding terechtkomt in een gijzelingssituatie op een afgelegen eiland nabij de Filippijnen.
Zoals het dit soort films betaamt hangt de plot aaneen van de onwaarschijnlijkheden – benieuwd welke ‘low cost carrier’ er een dergelijk hoogtechnologisch zenuwcentrum op nahoudt dat via satellieten en huurlingen de zaak kan coördineren – maar verisimilitude is nu niet meteen de reden om te kijken naar een prent die Airport probeert te mengen met Die Hard. Zoals wijlen Roger Ebert ooit schreef – ergens diep in de jaren tachtig – is dat echter wat tegenwoordig voor creativiteit doorgaat, want zoals de vermaarde criticus van The Chicago-Sunday Times het stelde ‘most movies only rip off one famous predecessor’. Wat wel telt is dat regisseur Jean-François Richet (die ooit een competente remake draaide van John Carpenters Assault on Precinct Thirteen) zijn hand zelden of nooit overspeelt en een kordate en pretentieloze actieprent neerzet die bovendien zich slechts minimaal bezondigt aan overdreven sentiment en al helemaal niet aan flauwe relativerende humor. Zowel de ramp in de lucht als het brutale geweld op de grond, worden efficiënt in beeld gebracht en het is een verademing om nog eens ongegeneerd bloedige actie te zien die godzijdank vrij is van in spandex gehulde superhelden die vliegen, zwemmen of transformeren in allerlei alter ego’s uit gerelateerde universa.
Plane is op geen enkel moment meer dan wat het pretendeert te zijn – simpele maar kordaat geregisseerde actie – en wijkt geen millimeter af van de platgetreden paden of de geijkte normen. Dertig jaar geleden vulde dit soort films ook al de multiplexen en de videotheekrekken en heetten ze Turbulence of Passenger 357, titels die niemand zich nu nog herinnert. Op eenzelfde wijze zal over een maand niemand zich Plane nog herinneren. Als ik echter mag kiezen tussen deze pretentieloze onzin en de opgeklopte nonsens van Wakanda Forever, Captain Marvel of Eternals, dan kies ik met plezier voor de eerste optie die evenzeer lijdt aan inspiratieloosheid, maar tenminste een minimum aan visuele intelligentie bezit en alles niet probeert te camoufleren onder geïntegreerde universa, eindeloze verwijzingen naar zichzelf, en vaak onbekijkbare digitale bombast.



