Resident Evil


Er zijn verschillende redenen waarom mensen naar een bioscoop
gaan. Om te lachen, te huilen, om na te denken. Of om een
gigantisch, gemuteerd, hondachtig wezen met een tong van drie
meter, heel scherpe tanden, een huidprobleem en een slecht humeur
achter een aan volle snelheid rijdende trein te zien hollen in de
hoop de inzittenden een voor te kunnen verscheuren. Als dit laatste
is wat u verwacht van een film, dan is ‘Resident Evil’ uw ding.
Zoniet: wegblijven.

Paul W.S. Anderson (niet te verwarren met Paul Thomas Anderson,
regisseur van ‘Magnolia’), is de
verantwoordelijke voor dit festijn van rondvliegende lichaamsdelen
en ingewanden. Het is niet de eerste keer dat hij een
videospelletje verfilmd; enkele jaren geleden was hij ook al de
schuldige van ‘Mortal Kombat’, een film die zo dom was dat niemand
schijnbaar op het idee is gekomen dat combat met een c wordt
geschreven. ‘Resident Evil’ is niet veel beter. Een 100 minuten
durende marathon van zinloos, en inspiratieloos bloedvergieten dat
je achteraf dodelijk vermoeid achterlaat.

De plot: diep onder het stadje Raccoon City, heeft de Umbrella
Corporation, één van de grootste bedrijven van de 21ste eeuw, een
ondergronds complex opgericht: The Hive. (Een naam die allicht met
een diep vibrerende stem uitgesproken dient te worden, om een
gepast gevoel van onheilspellendheid op te wekken.) In The Hive
wordt onofficieel onderzoek gedaan naar genetische manipulatie, het
ontwikkelen van virussen en wat dies meer zij. Aan het begin van de
film ontsnapt één van de virussen, en de hoofdcomputer, uiteraard
voorzien van artificiële intelligentie, neemt geen risico’s – alle
bewoners van The Hive worden gedood op verscheidene kleurrijke
manieren. Verdrinking via een sprinklersysteem dat erin slaagt om
binnen een kwestie van minuten een groot laboratorium onder te doen
lopen; vergassing; het laten vallen van liften. Vergeleken met deze
computer is HAL uit ‘2001’ een
lieverdje.

Een elite-commandoteam, onder leiding van Alice (Milla
Jovovich), wordt The Hive ingestuurd om erachter te komen wat er
gaande is. De aard van het virus is echter, dat wie eraan sterft,
later terug tot leven komt als een zombie. Het team moet dus eerst
en vooral de computer overwinnen, die nog steeds niet van plan is
gevangenen te nemen, en vervolgens een horde rottende, edoch nog
steeds rondwandelende lijken.

Het internet movie database, de Yoda onder de filmwebsites, wist
te melden dat het woord “zombie” nergens tijdens de hele film valt.
Niet dat dat echt te verwonderen is; er vallen bijzonder weinig
woorden tijdens dit spektakel. Anderson is duidelijk niet erg sterk
in dialoog. Wat voor discussies er dan toch in voorkomen, bestaan
hoofdzakelijk uit het met hand en tand uitleggen van een
lachwekkend onnozele plot, en bovenal uit veel geschreeuw, ronkende
volzinnen als “watch out”, “they’re right behind us”, en verzamelde
commando’s genre move, duck, fast, come on etc… Niet dat het echt
veel uitmaakt, want wat er dan toch gezegd wordt, is doorgaans
vrijwel onverstaanbaar dankzij de oorverdovende technomuziek die
van begin tot eind de soundtrack volbonkt, als betrof het hier een
reclamecampagne voor Alka-Selzer. Misschien word ik gewoon oud, ik
weet het niet.

Wat ik verwachtte van ‘Resident Evil’, was een ouderwetse, campy
zombiefilm, genre ‘Dawn Of The Dead’. Zelfs ‘From Dusk Till Dawn’
had volstaan. Een film die af en toe eens een knipoog durfde te
geven naar het publiek, die op de één of andere manier aangaf dat
er een zekere mate van intelligentie aanwezig was.

Neem nu een hilarische scène uit ‘From Dusk Till Dawn’: één van
de personages vertelt een verhaal over zijn tijd in Vietnam, en een
behoorlijk gore veldslag, waarin hij een heel regiment Vietnamese
soldaten aan zijn bajonet reeg. “Mijn bajonet hing vol met hompen
geel vlees,” becommentariëert de man in kwestie. Terwijl hij zijn
verhaal deed, is één van de anderen in een vampier veranderd, en
bespringt de resterende helden. Dàt is grappig. Het getuigt van
humor, van intelligentie en van goede timing. En dat zijn dus
precies de dingen die je hier niet terugvindt. De enige ambitie die
Paul Anderson hier lijkt te hebben, is het een of ander record te
breken – de bloederigste film aller tijden, misschien? Of de domste
aller tijden?

Onnozelheden in de plot… Er zijn er te veel om op te noemen,
maar laat ik er alvast een paar opsommen, gewoon voor de lol. Zo is
er bijvoorbeeld een tijdmechanisme aanwezig binnen The Hive, dat
ervoor zal zorgen dat binnen de zestig minuten alle deuren
automatisch en definitief zullen sluiten. Dus… wacht eens even…
wil dat dan zeggen dat de computer van The Hive eerst alle
aanwezigen insluit en vergast, verdrinkt etc… om dàn definitief
de deuren dicht te doen? Hoe definitief kan een deur eigenlijk
dicht zijn?

Wanneer er zombiebloed op de vloer wordt gevonden, merkt één van
de personages op dat het gestold is. Dat kan niet, antwoordt een
ander, want alleen dood bloed stolt. Uh-huh. En hoe weet dat bloed
op de vloer precies wanneer het dood is?

Zo tuimelt ‘Resident Evil’ van de ene ongeloofwaardigheid (zelfs
met de beperkingen van het genre in acht genomen, jawel) in de
andere, en onderweg worden de actiescènes steeds gortiger en minder
geïnspireerd. Het bloed druipt van de muren, maar wie erin slaagt
om toch een beetje te blijven opletten, ziet dat er eigenlijk niets
nieuws onder de zon is.

Een vroege scène met een lift deed me verdacht sterk denken aan
de openingsscène uit ‘Speed’. Nu had dat nog toeval kunnen zijn,
maar de gelijkenissen die er later opduiken met een onvergetelijke
scène uit de film ‘Cube’ (de gang met de laserstralen), is dat
zeker niet. Nog wat later krijgen we verscheidene gevechtsscènes
die herinneringen oproepen aan ‘The Matrix’. Kijk hoe Milla
Jovovich letterlijk de muren oploopt en karateslagen uitdeelt, en
denk er nog eens aan hoe Carrie-Ann Moss dat deed in die andere,
onmetelijk veel betere film. Zelfs de finale in de trein is bij
elkaar gejat uit verschillende actie- en rampenfilms.

Op die manier profileert Paul Anderson zich als een dief die de
beste delen van andere films jatte, en ze vervolgens aan elkaar
naaide om een afzichtelijk monster te creëren, dat wel overeind kan
staan en zich schuifelend kan voortbewegen, maar dat niet echt
leeft en dat nergens naartoe gaat. ‘Resident Evil’ is de Frankstein
onder de films: je zou er haast medelijden mee krijgen omdat het zo
hulpeloos verloren loopt tussen de conventies die betere films
hebben opgesteld, maar in de praktijk is het ding zo’n lelijk,
onaangenaam gezelschap, dat je immens blij bent wanneer je er
afscheid van mag nemen. Dit is een product voor, door en over
levende doden. Daar reken ik mezelf voorlopig nog steeds niet
bij.

http://www.sony.com/residentevil/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × 3 =