Spider-Man

De originele Spider-Man, gemaakt door Sam Raimi in 2001 en uitgebracht in 2002, is een uitzonderlijke film, in de zin dat hij iets helemaal anders betekende toen hij uitkwam, dan toen hij gemaakt werd. Tijdens het productieproces was Spider-Man bedoeld als weinig meer dan een luchtige, kindvriendelijke actiefilm, gebaseerd op een populair stripverhaal met een patriottische inslag. Maar tegen de tijd dat de prent uitkwam, was 9/11 gepasseerd, en opeens kreeg dat eenvoudige verhaaltje een andere dimensie. Een vroege trailer waarin Spider-Man een web spant tussen de twee torens van het WTC, werd in allerijl teruggetrokken (hoewel je hem hier en daar nog wel online kan vinden), en de hele film kreeg opeens een vreemde politieke ondertoon. With great power comes great responsibility klonk plotseling als een metafoor voor de war on terror – Amerika’s (ogenschijnlijke) verantwoordelijkheid om de hele wereld veilig te stellen voor terreur. En de manier waarop New York zich Spider-Man schaart, werd een eerbetoon aan hun veerkracht en samenhorigheid na de aanslagen. You mess with Spidey, you mess with New York!

Tegelijk was het een blockbuster van voor het Christopher Nolan-tijdperk: met Batman Begins introduceerde Nolan een nieuwe benadering van comic book-materiaal, waarin alles duister, bombastisch en lichtjes deprimerend was – zelfs de meest fantastische elementen uit de verhalen werden op de één of andere manier verankerd in de realiteit. Spider-Man daarentegen, eigent zich nog het recht toe om kleurrijk, luchtig en regelmatig behoorlijk corny te zijn. Tien jaar later zou je de film waarschijnlijk niet meer op dezelfde manier kunnen maken. Hij zou gepercipieerd worden als te kinderachtig – wéét Sam Raimi dan misschien niet dat comic books bloedserieuze business zijn? De Batman van Christopher Nolan is meer een afspiegeling van de pessimistische post-9/11 sfeer. Raimi’s Spider-Man was net een tegengif daarvoor.

Tobey Maguire speelt Peter Parker, een sullige student die al jaar en dag verliefd is op zijn buurmeisje MJ (Kirsten Dunst), maar haar niet durft aanspreken. Tijdens een schooluitstapje naar een biologisch onderzoekscentrum, wordt Parker gebeten door een genetisch gemanipuleerde superspin. Hoe die spin uit z’n kooi ontsnapt is? Niet vragen. Daarvoor is het nu eenmaal een superspin.

Parker ondervindt de gevolgen van zijn beet meteen – hij wordt gespierder, heeft zijn bril niet meer nodig, kan lopen als de pest, en scheidt een spul af waardoor zijn handen aan eender welk oppervlak blijven plakken. Enfin, hij wordt Spider-Man. Alleen het kostuum moet hij zelf nog ontwikkelen, wat kun je nog meer vragen?

Ondertussen is er nog zakenman Willem Dafoe die zich in zijn eigen wetenschappelijk onderzoek gehinderd ziet door een conservatieve raad van bestuur en dan maar besluit op zichzelf te experimenteren, wat natuurlijk verkeerd afloopt. Dafoe ontwikkelt een kwaadaardige tweede persoonlijkheid en verkleed als de Green Goblin gaat hij zijn lastige zakenpartners uit de weg ruimen.

Als plot stelt dat op zich niet veel voor, maar als er één vlak is waarop Raimi uitblinkt in dit eerste deel van zijn Spidey-trilogie, dan is het wel in het vertellen van het origin story en het introduceren van zijn personages. Zoals gespeeld door Tobey Maguire, is Peter Parker een geloofwaardige sul, die soms letterlijk over zich laat lopen. Raimi heeft zijn ietwat wrede gevoel voor humor, dat zo centraal stond in de Evil Dead-films, nooit verloren, en één van de running gags uit de drie Spider-Man-films is dan ook hoe Peter Parker, wanneer hij even niet in Spider-Man outfit rondloopt, continu het slachtoffer is van anderen die sterker zijn dan hij. Wanneer Peter dan zijn superkrachten ontdekt, merk je dan ook een reëel gevoel van ontlading: hij is niet meer de slappeling. Heel die subtext wordt overigens nooit zwaar op de hand – Raimi houdt het luchtig, en legt steeds de nadruk op de fun ervan.

Wanneer die set-up voorbij is en het tijd is om aan de eigenlijke plot te beginnen, merk je wel dat de makers zich er net iets te makkelijk van af hebben gemaakt. Vooral in Spider-Man 2 zouden de scenaristen ontdekken hoe ze verschillende plotlijnen op een ongeforceerde manier moeten laten samensmelten, terwijl ze toch de emotionele kern van de zaak niet vergeten. (De aanwezigheid van romancier en comic book-expert Michael Chabon zal daar wel niet vreemd aan zijn geweest.) Hier ligt dat nog wat moeilijker: de intrige rond de Green Goblin voelt enigszins by the numbers aan.

Kirsten Dunst is oké als MJ, hoewel ze niet veel verder raakt dan een typische “meisje-in-nood”-rol. Van alle personages is dat van haar het minst uitgewerkt, en je ziet dat ze een beetje worstelt om een interessante invalshoek te vinden. Uiteindelijk blijf je over met een vertolking die adequaat is, zonder echt potten te breken. Willem Dafoe schmiert met veel goesting als slechterik van dienst, en we krijgen ook een before he was famous-bijrol van James Franco (die in de sequels meer te doen zou krijgen).

De stijl van Sam Raimi laat zich ook voelen in de actiescènes. De regisseur moest zich, in vergelijking met zijn horrorfilms, uiteraard inhouden om binnen de beperkingen van het doelpubliek te blijven (PG-13, en verder mocht hij niet gaan). Maar hij gebruikt wel af en toe camerabewegingen en -standpunten die je eraan herinneren wie er de touwtjes in handen houdt. Snelle push-ins op de personages, voorwerpen die recht op de camera afvliegen (en dat voordat het de gewoonte was om elke actiefilm in 3D uit te brengen) en een cartoony gevoel voor humor (de actiescènes kunnen soms maar nét vermijden een Warner Bros-tekenfilmpje te worden). Het probleem is wel dat de prent gemaakt werd tijdens de vroege dagen van de CGI-hausse. In het begin van de jaren 2000 waren computergegenereerde beelden alomtegenwoordig, maar de technologie stond nog niet waar ze nu staat, waardoor een aantal films van toen er nu al behoorlijk gedateerd uitzien. Vergelijk de effecten uit de eerste Harry Potter maar eens met die uit de laatste. Ook bepaalde creaturen uit Lord of the Rings hebben de tand des tijds niet goed doorstaan. En hetzelfde is het geval met deze eerste Spider-Man, die er te veel uitziet alsof hij komt weggeslingerd uit een Playstationspel. Van de tijd van Playstation 2, dan nog.

Hoewel de personages engagerend zijn en de actiescènes goed geconstrueerd, schijnt de film toch zeker 15 minuten te lang te duren. Naar het einde toe zijn er net iets te veel nevengebeurtenissen die erbij worden gesleept. Hoeveel misdaden moet Spider-Man eigenlijk verijdelen voordat we de showdown met de Green Goblin te zien krijgen? En dan zou je natuurlijk nog de gebruikelijke bezwaren in kunnen voeren: hoe komt het dat niemand Peter Parkers stem herkent wanneer hij als Spider-Man verkleed is? Hoe komt het dat MJ zo snel verliefd wordt op een kerel die er schijnbaar op kickt in een latex pak, aan lange, kleverige slierten van een sperma-achtig spul aan gebouwen te slingeren? Maar dat zou dan weer muggenziften zijn, op een film die voldoende degelijk hersenloos entertainment bezit om elke George Lucas van de wereld een lesje te leren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negentien − 18 =