Saving Private Ryan

Sinds Steven Spielberg in 1993 vriend en vijand
verraste met ‘Schindler’s
List’
, de film waarmee hij voor eens en voor altijd bewees
perfect in staat te zijn om volwassen drama’s af te leveren, is de
regisseur continu op zoek geweest naar een nieuwe rol om te spelen.
Zijn vermogen tot het produceren van het ultieme popcorn-amusement
werd al lang door niemand meer betwijfeld. Nu had hij ook het
respect van de critici. Vanaf ‘Schindler’s List’ kon het alleen
maar bergaf gaan.

Een tijdjelang leek dat ook werkelijkheid te worden – ‘The Lost
World’, zijn vervolg op het waanzinnig populaire ‘Jurassic Park’,
was maar een mager beestje: zelfs naar de zeer rekbare normen van
het genre blonk deze film uit in onlogische plotwendingen en idiote
personages. Met ‘Amistad’, zijn negentiende-eeuws slavendrama, wist
hij maar gedeeltelijk te overtuigen; de film was succesvol, maar
bood toch maar een schril contrast met ‘Schindler’s List’.

Maar toen kwam ‘Saving Private Ryan’. En opnieuw veranderde
alles.

De openingssequens is ondertussen al klassiek geworden: de landing
op Omaha Beach zoals ‘The Longest Day’ die ons niet toonde. We zien
honderden soldaten, doodsbang, bevend en huilend, in de schepen
zitten – ze bidden, ze mompelen wat, en in de meeste gevallen
staren ze gewoon wezenloos voor zich uit. We ontmoeten Tom Hanks,
zelf met bevende handen, die zijn mannen zegt dat hij ze wel
zal ontmoeten op het strand, en dan barst de hel los. Twintig
minuten lang.

Om die openingsscènes te realiseren nam Spielberg Dale Dye onder de
arm, een ex-marinier die ook al met Oliver Stone samenwerkte om de
cast van ‘Platoon’ in vorm te krijgen, en bepaalde vergelijkingen
kunnen zeker gemaakt worden. Ook hier is de oorlog een gebeuren dat
in 360 graden om je heen plaatsgrijpt – een gezichtsloze vijand
bestookt je met geweervuur, overal om je heen zijn er
ontploffingen. De voorste rang soldaten redt het niet eens van de
boot af. Gruwelijke beelden vliegen ons om de oren: we zien een
soldaat rondlopen met zijn eigen afgerukte arm in z’n hand, Hanks
sleept een maat het strand over om pas even later op te merken dat
diens hele onderste helft weggeblazen is. Mannen liggen te sterven,
moeten met hun handen hun darmen binnenhouden. En zo gaat het
voort.

Janusz Kaminski, zo’n beetje Spielbergs vaste cameraman sinds
‘Schindler’s List’, weet
deze eerste twintig minuten een hallucinant realistische kwaliteit
mee te geven – bibberige, met de hand gefilmde beelden, waarvan de
kleuren opzettelijk vervaagd werden om de groezelige lelijkheid
ervan beter te laten uitkomen. De shock waarin Hanks op een bepaald
moment verkeert, wordt uitgedrukt door individuele frames uit de film te verwijderen, wat een schokkerig effect veroorzaakt, dat je bijna stroboscopisch zou kunnen noemen.
Die hele opening is een bravourestukje dat het bekijken van de film
op zichzelf al de moeite waard maakt.

Pas daarna komt de eigenlijke plot op gang: Hanks en zeven anderen,
waaronder Tom Sizemore in de tijd toen die nog helder van geest genoeg was om te acteren, worden erop
uitgestuurd om de beruchte soldaat Ryan te zoeken, ergens achter de
vijandelijke linies in Frankrijk. Zijn drie broers zijn gesneuveld,
en omdat de hoge heren in Washington geen zin hebben om hun moeder
nog een extra telegram te sturen over de dood van haar laatste
zoon, besluiten ze Ryan naar huis te sturen. Maar waar zit
hij?

Als verhaal is dat een mager beestje: het is louter een kapstok
waaraan Spielberg zijn eigen ideeën en zijn visuele talenten wil
ophangen. Hoe moreel is het om acht levens te riskeren om er één te
redden? De vraag wordt verscheidene keren gesteld tijdens de
film, hoewel er nooit een sluitend antwoord wordt gegeven. Niet dat
het er echt toe doet, natuurlijk, de mannen hebben een order
gekregen. De scène waarin dat gebeurt, is trouwens veelzeggend:
Hanks, hongerig en fysiek en emotioneel doodop, staat naar zijn
opdracht te luisteren, maar zijn blik hecht zich aan een smakelijke
stapel boterhammen waarvan hij niks zal proeven – die zijn
voorbehouden aan de generale staf, wat dacht je anders?

Uiteindelijk kiest Spielberg ervoor om geen morele waarde aan de
film te hangen: de soldaten doen wat ze moeten doen omdat ze die
opdracht hebben gekregen, punt uit. De nogal sullige vertaler die
ze hebben meegenomen, een jongen die nog nooit een geweer heeft
afgevuurd in een echt gevecht, is de emotionele en morele
tussenpersoon voor het publiek. Het is dan ook niet toevallig dat
hij een tolk is; hij tolkt tussen ons en de film, is onze
duidelijkste link met wat de personages voelen en denken. Het
grootste deel van de tijd is hij gewoon doodsbang, maar als puntje
bij paaltje komt, is ook hij in staat om al zijn remmingen en
moraliteit overboord te gooien uit zuiver zelfbehoud. En dat is de
enige moraliteit die er nog overblijft in een oorlog –
zelfbehoud.

‘Saving Private Ryan’ is een monumentale regiejob – het zorgvuldig
uitbalanceren van gruwelijk geweld, emotie en toch ook humor is een
moeilijke taak. Humor die trouwens vaak onvoorstelbaar cynisch is:
een kogel ketst af van de helm van een soldaat, die deze vol
verbazing afzet om ernaar te kijken. De soldaat krijgt op dat
moment meteen een kogel door z’n kop – dat is humor; pekzwarte
humor, maar wel humor.

Alleen jammer dat het scenario niet altijd mee wil; 165 minuten om
een dergelijk verhaal te vertellen is gewoon te lang. In de tweede
akte (alles tussen de landing en het vinden van Ryan), vervalt de
film bijna in een aaneenschakeling van episodes die weinig met
elkaar te maken hebben. Op zichzelf werken ze stuk voor stuk, maar
samen zijn ze gewoon net iets te veel om in dezelfde film te
stoppen. Jammer.

‘Saving Private Ryan’ is een uitputtende ervaring, maar o zo knap
in elkaar gestoken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × twee =