Pearl Harbor



184 min. / USA

Eerst maar eens even een lesje in de Engelse taal: het
woord haven wordt volgens de Britse spelling harbour geschreven; de
Amerikanen maken er harbor van, een simplifiëring die ook wordt
toegepast voor pakweg het woord colour (color). Dat is zo’n weetje
dat ik in m’n geheugen heb voor het geval dat ik ooit een gast ben
in een quiz.

Waarom vertel ik dit? Wel, eigenlijk omdat er verder niets
interessants te vertellen valt over ‘Pearl Harbor’. Kom nu, echt
niéts? Nee, hoor: echt niets!

Waar gaat het over? Wel, ‘Pearl Harbor’ is in de eerste plaats een
‘Titanic’-ripoff van jewelste: je
neemt een welbekend historisch gegeven, je stopt er een
liefdesverhaal tussen, je laat de hele boel drie uur duren en je
hebt een kassucces. Ik twijfel er geen moment aan dat ook nu het
geld wel weer in het laatje zal komen, maar in tegenstelling tot
‘Titanic’, die ik heel graag slecht
had willen vinden maar waarvan ik toch moest toegeven dat het een
hele sterke film was, is ‘Pearl Harbor’ niet om aan te zien.

Ben Affleck en Josh Hartnett zijn twee kindervrienden die in 1940
samen de luchtmacht zijn ingegaan – Affleck wordt verliefd op een
verpleegster van de marine, maar kort daarna vertrekt hij
vrijwillig naar Engeland om vluchten over Duitsland te vliegen. Hij
wordt neergeschoten en drie maanden lang voor dood aangenomen.
Ondertussen begint Hartnett uiteraard iets met zijn liefje (Kate
Beckinsale), waarna Affleck, wonder boven wonder, terugkeert om
Beckinsale weer voor zich op te eisen. Omdat de scenarist
natuurlijk geen uitdaging durft aangaan als een reële confrontatie
tussen de twee vrienden, is dat het moment dat de Jappen
aanvallen.

En die aanval is spectaculair, dat moet gezegd worden. We volgen
een bom vanaf de buik van een vliegtuig tot het doorheen een schip
is gesjeesd, vliegtuigen zoeven tegen een onwaarschijnlijke
snelheid voorbij en de ziekenhuizen lopen vol. Ja, er valt wel wat
te begapen in ‘Pearl Harbor’, daar niet van. Het probleem is alleen
dat je nog duizend bommen mag laten vallen, en dat je nog een
miljard dollar mag investeren in de speciale effecten; zolang er
geen personages in je film rondlopen die ook maar vaagweg
geloofwaardig of interessant zijn, zul je nooit een goeie film
krijgen. ‘Titanic’ had die les
begrepen: ondanks soms nogal banale dialogen, werkte het
liefdesverhaal wel; een liefdesverhaal dat ook tijdens het zinken
van het schip nog steeds een voortstuwende kracht bleef
behouden.

Hier is dat dus niet het geval: Affleck, Hartnett en Beckinsale
zijn enkel karikaturen, die onnozele dialogen mogen uitkramen (mijn
hart bonst!) en zo lang en zo dikwijls over stranden bij
zonsondergang mogen rondlopen dat je er zure oprispingen aan
overhoudt. Het eerste uur van de film, het liefdesverhaal, werd in
elkaar gestoken als een reclame voor parfum en heeft ongeveer
evenveel emotionele impact. Met als gevolg dat het visueel
indrukwekkende middenstuk enkel hersendodend kinetisch geweld te
bieden heeft; al werden ze allemaal neergeschoten, het kan je geen
anus schelen.

Pearl Harbor was, zoals u weet, bepaald niet het meest schitterende
moment uit de Amerikaanse geschiedenis, maar u dacht toch niet dat
een producent als Jerry Bruckheimer (die ons ook al
cinematografische meesterwerkjes schonk als ‘The Rock’, ‘Con Air’
en, niet toevallig, ‘Top Gun’, waarvan dit wel een prequel lijkt te
zijn), zou toestaan zijn film downbeat te beëindigen? Dus krijg je
nà de aanval nog eens drie kwartier over de tegenzet van de
Amerikanen, de raid op Tokio. Aan het feit dat die aanval van geen
enkel militair belang was, wordt gemakshalve gewoon even
voorbijgegaan.

Zo zijn er nog wel een aantal dingen die in de film niet aan bod
komen – het Amerikaanse leger komt eruit naar voren als een
verdraagzame mannenclub, waarin het goed toeven is. Racisme in het
leger? Ben je gek! Zwarten worden ietwat paternalistisch aanschouwd
als “onze negers”, en het werkt nog ook: een zwarte afwasser zit te
huilen als een klein kind wanneer hij een commandant ziet sterven,
grijpt naar een machinegeweer en schiet eigenhandig een vliegtuig
uit de lucht om wraak te nemen. Die soldaat heeft schijnbaar echt
bestaan, maar de echte reden voor zijn heldendaad lijkt mij eerder
zelfbehoud, en zeker geen loyaliteit tegenover een commandant die
hem in werkelijkheid waarschijnlijk niet eens had willen bekijken.
Néé, ik was er niet bij… Maar wat zou u eerder geloven?

Er schijnt een soort regel te gelden in big budget actiefilms:
huisdieren en negers overleven altijd. Een regel die ongetwijfeld
werd ingegeven door het krampachtig politiek correcte imago dat
filmmakers trachten op te houden (zoals de meeste racisten dat
soort imago proberen op te houden), maar hier werkelijk tot in het
belachelijke wordt doorgedreven: let ook op de hond!

Dat is allemaal erg, maar wat mij vooral stoorde, was het
ongegeneerde Amerikanisme van de film. Als u destijds ‘Independence
Day’ al erg vond, wacht dan maar tot u dit gezien hebt! De
boodschap van de film lijkt wel te zijn dat oorlog leuk is, en dat
elke generatie er eigenlijk een zou moeten hebben, om haar
mannelijkheid te kunnen bewijzen. Alec Baldwin zegt op een bepaald
moment letterlijk: “there’s no better heart than that of a
volunteer.” Sterven voor het vaderland is een glorieuze zaak,
schijnbaar. Op bepaalde momenten kwam de film mij niet alleen
ergerlijk, maar ook gewoon immoreel over. ‘Pearl Harbor’ bood de
perfecte gelegenheid om oorlog als de hel op aarde voor te stellen,
maar kiest ervoor het hele gebeuren als een nogal opwindend
jongensavontuur af te doen, waarin de supremiteit van Amerika
duidelijk benadrukt wordt; alsof alleen Amerika geleden heeft in de
oorlog en alsof alleen Amerika hem gewonnen heeft. Luister maar
eens naar die epiloog!

Het beeld van een bloedtransfusie die, bij gebrek aan beter, via
een colaflesje plaatsvindt, lijkt de hele film te symboliseren:
Amerikaanser dan Amerikaans. En dom! Maar dom! Het viel mij
overigens op dat er met geen woord werd gerept over het feit dat
Pearl Harbor een militair doelwit was, en dat Amerika vervolgens
terugsloeg op een stad vol burgers – waarvan we het ziekenhuis vol
met slachtoffers trouwens niet te zien krijgen. Voor de drieduizend
doden van Pearl Harbor, gooide de US uiteindelijk twee atoombommen.
The land of the brave and the home of the free, inderdaad…
Bovendien kreeg ik ook schaamluizen van de manier waarop de
Japanners werden voorgesteld. Je zou toch denken dat ze na die
denderende overwinning high fives zouden staan geven en “yes!!!”
zouden staan gillen, maar nee. Natuurlijk niet: Japanners in
Hollywoodfilms spreken uitsluitend in haikus en blijven zelfs na
een gigantische zege altijd mistroostig.

‘Pearl Harbor’ is één lange reclamespot voor het leger, en deed mij
wat dat betreft vaak denken aan het al even afstotelijke ‘Top
Gun’… En op amusantere momenten aan de parodie daarop: ‘Hot
Shots’. Tijdens de scènes waarin de aanval langzaam maar zeker
duidelijk wordt, zie je nogal veel mannen aan radarschermpjes
zitten; ik moest onvermijdelijk denken aan de scène in ‘Hot Shots’
waarin iemand op zo’n schermpje niest en zegt: “Oh mijn God, ze
zijn ineens met tientallen en ze gaan langzaam naar het zuiden!”
Gelachen, jongens… Tja, je moet toch iets doen als de film op
niks lijkt?

Kort gezegd: ‘Pearl Harbor’ is de grootste catastrofe die ons
vanuit de VS heeft bereikt sinds George Bush, jr. Ik stel voor dat
we producent Jerry Bruckheimer, scenarist Randall Wallace (die nota
bene ooit ‘Braveheart’ schreef!) en vooral regisseur Michael Bay
een proces aandoen wegens chronische wansmaak. Laat dat trio nooit
meer in de buurt van een camera komen, zeker niet als je beseft dat
dit onding 135 miljoen dollar heeft gekost. Wie weet hoeveel mooie
films hadden mensen die wél bekwaam zijn hiermee kunnen
maken?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + negen =