About A Boy



100 min. / UK-USA

Hugh Grant, de populairste hoerenloper van Engeland
en Amerika, is er één die schijnbaar in zijn filmrollen minder
risico’s durft te nemen dan in zijn limousine. De man fladdert van
de éne romantische komedie naar de andere, waarbij hij steeds
gebruik maakt van hetzelfde knuffelbare imago: de stotterende,
onbeholpen Brit.

Het feit dat hij ditmaal, voor ‘About A Boy’, eens een keer geen
moeite heeft om uit zijn woorden te komen, heeft ertoe geleid dat
heel wat mensen deze film een uitzondering binnen het
twijfelachtige oeuvre van Grant zijn gaan noemen. Iets dat mij
persoonlijk met verstomming slaat, aangezien dit tenslotte niets
meer of minder is dan een zoveelste melige tragikomedie, waarin een
smeerlap van een man verandert in een doetje dat inziet dat het
familieleven eigenlijk het échte geluk biedt. Laat iemand
alstublieft de slijmpolitie bellen.

Grant speelt Will, een 38-jarige man die nog niets heeft gedaan met
zijn leven. Zijn vader schreef ooit de kerstklassieker ‘Santa’s
Super Sleigh’, en Will leeft nog steeds van de royalties van dat
nummer. (Zij: “Dus elke keer dat kerstzangers dat liedje komen
zingen, moeten ze je eigenlijk 10 procent royalties betalen?” Hij:
“Ja, maar je krijgt die kleine etters niet zomaar te
pakken.”)

Will beschouwt zichzelf als een eiland; iemand die niemand anders
nodig heeft om gelukkig te zijn. Zijn huis is een enorme speelkamer
voor volwassenen, waarin apparatuur (enorme tv, dvd-speler, hifi
enz…) de aanwezigheid van mensen heeft vervangen. Wanneer een
vrouw hem te dicht benadert, zet hij het op een lopen. Kortom: my
kinda guy!

Na een kortstondige affaire met een alleenstaande moeder,
realiseert Will zich dat er heel wat oppervlakkige seks te rapen
valt onder deze wanhopige bevolkingsgroep, en hij sluit zich aan
bij een zelfhulpgroep voor één-ouder-gezinnen. Hij verzint een
tweejarig zoontje voor zichzelf, en neemt enthousiast deel aan
groepsknuffels om één van de aanwezige moeders, Suzie, in bed te
krijgen.

Via Suzie ontmoet Will Fiona (Toni Collette, van ‘The Sixth Sense’), een depressieve
vrouw die op haar eentje probeert haar twaalfjarige zoontje Marcus
op te voeden. Marcus zelf heeft het ook niet al te makkelijk – zijn
moeder stuurt hem naar school gekleed als een halve hippie en een
hele idioot, waardoor de jongens hem uitlachen en de meisjes hem
niet eens lang genoeg bekijken om dat te doen. Nadat zijn moeder
een zelfmoordpoging onderneemt, gaat Marcus op zoek naar
vriendschap bij Will.

U wint geen prijs als u kunt raden of Will tegen het einde van de
film geleerd zal hebben dat hij geen eiland op zichzelf is, en of
hij een diepe vriendschap met Marcus zal sluiten. Het enige punt
waarop deze zoetzemerige romkom nog enigszins verrast, is door Will
niet in een geforceerde liefdesrelatie te proppen met Fiona. In
plaats daarvan proppen ze hem in een geforceerde liefdesrelatie met
Rachel (Rachel Weisz), een personage dat in feite niets met de rest
van de film te maken heeft. ‘About A Boy’ probeert dan wel
alternatief uit de hoek te komen door van de hoofdpersonen losers
te maken, maar ze mogen nog eerder doodvallen dan dat de knappe
held van het verhaal het aanlegt met een vrouw als Toni Collette,
die er niet uitziet alsof ze net van de cover van een tijdschrift
komt gelopen. Een aantrekkelijke tweede love interest was dus
gewenst.

Aanvankelijk valt er zowaar nog te lachen met ‘About A Boy’ – Grant
zet een tamelijk aanvaardbare rotzak neer, die naar zijn would
be-petekind kijkt, en bij zichzelf denkt: “De antichrist!” Niet
zoveel later zien we Marcus een door zijn moeder gebakken brood
naar een stel eenden in een vijver gooien – één van de slachtoffers
overleeft de klap niet. Kijk, dààr kan ik dus mee lachen.

Maar dan, na een dik half uur, wordt het duidelijk dat dit de film
is waarin Grant zijn leven zal beteren, en de lol is er al snel af.
Waarom moeten gewetenloze personages in komedies zich eigenlijk
altijd bekeren? Ze zijn leuk zoals ze zijn, gewoon zo laten!

Zoals het is, worden de grappen steeds flauwer, tot het niet eens
meer duidelijk is of bepaalde situaties nu al dan niet geestig
bedoeld zijn. Er was maar één moment in de tweede helft van de
film, waarop ik echt hardop heb gelachen, en dat was dan nog met
het enige rotslechte, doortrapte personage in het hele verhaal: het
zo goed als psychopatische zoontje van Rachel Weisz, een kind dat
wel eens best een tweede Charles Manson zou kunnen worden, zoals
hij zich hier gedraagt. Ik wou hem meteen adopteren.

‘About A Boy ‘werd geschreven en geregisseerd door Paul en Chris
Weitz, ook de verantwoordelijken voor de desastreuze ‘American
Pie’-films. “Maar deze is veel volwassener”, horen we de
goedgelovigen al roepen, “gemaakt voor een heel ander publiek.”
Welnee. Dit is gewoon de film die de ‘American Pie’-meute gaat zien
wanneer ze zichzelf willen wijsmaken iets “diepzinnigs” te gaan
kijken, omdat het op z’n minst een film met een thema en een
boodschap is. Dat dat thema en die boodschap eigenlijk niets te
betekenen hebben, moet je hen niet vertellen.

Buiten het feit dat het allemaal volstrekt voorspelbaar is en
hersenverlammend middelmatig, had ik ook zo m’n twijfels bij wat
‘About A Boy’ ons nu eigenlijk probeert te verkopen: draag
sportschoenen en loop rond met een discman, en je zult aanvaard
worden bij je leeftijdsgenoten? Kijk samen naar een quiz op tv en
een magische vader/zoon-connectie zal wel ontstaan? Een suïcidale
vrouw heeft geen therapie nodig, maar gewoon een schop onder haar
reet om beter met haar kind te communiceren? Zelden heb ik een film
naar zoveel gemakkelijke antwoorden weten reiken als ‘About A
Boy’.

De film eindigt met een onwaarschijnlijk stroperige (en vals
gezongen) versie van de hit ‘Killing Me Softly’. Dat is precies wat
‘About A Boy’ met mij deed. Alleen niet zo softly.

http://www.about-a-boy.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − tien =