Nebraska

Het gebeurt niet vaak dat je op twee weken tijd twee verschillende films te zien krijgt die de respectievelijk de slechtste en de beste tendensen van de Amerikaanse cinema tonen. Enerzijds cinema waarbij elke oprechtheid ontbreekt, en dan weer cinema die je volledig inpakt met een doelbewuste identiteit. In die eerste categorie had je recent American Hustle. Dat kan je klasseren als Amerikaanse cinema die volledig verdrinkt in zijn drang om te entertainen via expositie en Hollywoodiaanse conventies; zo erg dat de film voelt als één grote façade, waarbij de regisseur volledig zijn ziel verkoopt om te voldoen aan bepaalde standaarden (en om Oscars binnen te rijven). Aan de andere kant van de medaille krijg je dan films als Alexander Payne’s Nebraska. Of dat nu Oscarnominaties krijgt of niet, Payne blijft zijn eigenzinnige zelf en levert een drama af met niets dan goede bedoelingen. Nebraska is geen exuberant verdovingsmiddel voor de bioscoopganger, maar een volbloed Amerikaanse ballade over een tedere vaderzoonrelatie, geheel met eigen smoel.

Payne houdt het simpel met Nebraska. De film opent met Woody Grant (Bruce Dern) die schuifelend langs de autostrade zich een weg baant naar God weet waar. Woody wordt tegengehouden door een politieagent en later op het bureau opgehaald door zijn zoon David (Will Forte). Blijkt dat Woody op weg was naar Lincoln, Nebraska om een bedrag van één miljoen dollar op te halen dat hij volgens een dubieus foldertje zou gewonnen hebben. David beseft onmiddellijk dat het niets meer dan oplichterij is, maar zijn koppige en mentaal wat afwezige vader houdt voet bij stuk om richting Nebraska te trekken. David plooit en besluit om er samen met zijn vader op uit te trekken en om Woody’s fantasie in leven te houden. Wat volgt is een road trip gevuld met hebberige familieleden, onbetrouwbare figuren uit Woody’s verleden en een groeiende band tussen vader en zoon.

Dat alles speelt zich af in de noordelijke staten Montana en Nebraska. Payne wil met zijn verhaal vooral een authentiek beeld schetsen van de gemiddelde Amerikaan en diens bestaan, waarmee hij zich mijlenver distantieert van de fantasiebeelden over het Amerikaanse leven die soms uit Hollywood tevoorschijn komen. Locaties bestaan dan ook uit niets meer dan kleine stadjes, krakkemikkige huisjes, typische bars en kilometerslange autobanen. Een geografisch onderdeel van de Verenigde Staten waar men van dag tot dag leeft en gemeenschapsgevoel nog van groot belang is. De mensen hier hebben geen kleurrijk leven, wat sterk in de verf wordt gezet door Payne’s keuze om de film geheel in zwart-wit te draaien. Het is even zoeken waarom dat nu juist van toepassing is en wat er de meerwaarde van is, maar naargelang de film vordert versterkt het wel de authenticiteit van het verhaal en van de wereld waarin het zich afspeelt. Zonder de tastbaarheid van de setting te verbreken, geeft het de film ook een licht poëtisch karakter.

Payne vindt zeker het warm water niet opnieuw uit met Nebraska, maar legt zoveel tederheid en sympathie aan de dag voor zijn verhaal en personages, dat het onmogelijk is om niet verleid te worden door de avonturen van Woody en zijn zoon. Nebraska kent ook een heerlijke komische noot die zich op geen enkel moment opdringt. De humor zit in kleine momenten, in de vaak goed getroffen dialogen van scenarist Bob Nelson. Giechelen deden we tijdens de scène waarin de moeder van Dave, gespeeld door June Squibb (die voor de gelegenheid een Oscarnominatie kreeg), op een kerkhof begint uit te wijden over hoe kerels die nu in hun graf liggen haar het hof probeerden te maken tijdens haar jongere jaren. Die monoloog wordt mooi afgewerkt met Squibb die haar rok omhoogtrekt voor het graf van één van die mannen om te tonen wat ze gemist hebben. Subtiele humor dus die Nebraska een aangename luchtigheid verleent, die mooi stand houdt naast de dramatische verwikkelingen. Nebraska is een tragikomedie, maar laat nooit het komische toe om het drama de kop in te drukken, of vice versa.

De hoofdacteurs beheersen deze film, en dan zeker Bruce Dern. Dern is nooit uitgegroeid tot een leading man en heeft zijn carrière opgebouwd uit degelijke bijrollen. Maar het is blijkbaar nooit te laat, want Woody zou wel eens de rol van zijn leven kunnen zijn. Dern zet de man neer als iemand die getekend lijkt door een lang leven en fysiek lijdt onder jarenlange arbeid en alcoholmisbruik. Geen onsympathiek man, maar een oude en afwezige persoonlijkheid die constant verward lijkt rond te dwalen, waar hij zich ook bevindt. Will Forte is dan weer de bezorgde zoon die zijn groot hart toont door mee te gaan in de fantasie van zijn vader – een mooie geste, maar ook doordrongen van wrangheid: hij doet het op zijn minst gedeeltelijk omdat hij er van uitgaat dat zijn vader niet zo lang meer heeft. June Squibb fungeert dan weer als de vrouwelijke krachtbron van de film, die eens goed met de ogen rolt als ze het plan van haar man en zoon te horen krijgt en ook niet op haar mondje gevallen is. Hoewel Bruce Dern de film draagt, valt de aanwezigheid van Squibb onmogelijk te negeren. “I never knew the son of a bitch even wanted to be a millionaire! He should have thought about that years ago and worked for it!”

Nebraska ontwikkelt zich tot een milde, licht melancholische, maar toch hartverwarmende Amerikaanse evergreen, versterkt door een krachtig gebruik van locaties. Geen tranentrekker, maar een subtiele emotionele film die nooit te opdringerig is. Niet in zijn narratieve aanpak, niet in zijn humor en zeker niet in het brengen van emoties. De opzet van Nebraska mag dan wel wat oppervlakkig en doorzichtig zijn (de road trip als metafoor voor de emotionele reis, zeg ik u!), maar de uitvoering tilt alles naar een hoger niveau. Genietbare en oprechte Amerikaanse cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in