Nobody

Met het relatieve succes van het extreme experiment in ‘point of view’ dat Hardcore Henry was op zijn palmares, is het duidelijk dat regisseur Ilya Naishuller niet van plan is uit een ander vaatje te gaan tappen voor zijn nieuwste prent. Nobody lijkt op veel momenten op een verre neef van die illustere voorganger en speelt verder gretig leentjebuur bij de John Wick franchise en zelfs bij Joker. Veel originaliteit of creativiteit valt er dus zeker niet te rapen in dit onwaarschijnlijk saaie en vervelende actiespektakel.

Zowat het enige element dat wel enigszins werkt in Nobody, is de aanwezigheid van hoofdrolspeler (en co-producer) Bob Odenkirk, die een heel klein beetje van het charisma verbonden aan zijn personages uit Better Call Saul en Breaking Bad, met zich mee lijkt te hebben gebracht naar de set van Nobody. Odenkirk speelt een brave huisvader die een gewelddadig verleden blijkt te hebben dat – uiteraard – weer de kop opsteekt op een onverwacht moment.

De film opent met een futloze montage waarin we zien hoe saai het geordende leventje van de protagonist wel is (elke dag is identiek, op het missen van de vuilnisophaling na) en die beeldenreeks is meteen tekenend voor de hele prent: telkens er een beetje opwinding in het geheel dreigt te komen, schakelt Naishuller over op een montage, geknipt op een muzikale ‘evergreens’ die een soort ‘hoogtepunten uit de scène’ brengt. Het is een bijzonder luie manier van film maken wanneer de regisseur schijnbaar beslist dat de eigenlijke momenten tonen niet meer belangrijk is en alles kan afgehandeld worden in verkorte montages. Dat dat gebeurt bij dramatische wendingen valt voor dit soort film nog enigszins te verwachten, maar Naishuller vindt blijkbaar ook de actie niet goed genoeg om die volledig te laten ontplooien. De weinige gewelduitbarstingen die we wel helemaal te zien krijgen, zijn helaas schabouwelijk in elkaar gezet, waardoor het niet echt duidelijk is of het weglaten ervan nu ook echt zo’n groot verlies is.

De plot over een geschifte Russische gangster die via verschillende lagen acolieten moet worden uitgeschakeld, is niet veel zaaks, maar dat hoeft normaalgezien geen probleem te zijn in een film die hoofdzakelijk bedoeld is om barokke en absurde actie te brengen. Net als in Hardcore Henry, voelt de actie evenwel als iets uit een ‘videogame’ met verschillende ‘levels’ die allemaal meer van hetzelfde brengen. Enige variant is dat aan het eind Christopher Lloyd mee mag opdraven om als kranige bejaarde mee het gespuis een lesje te leren. Ondanks het hoge ritme en een bescheiden looptijd van 92 minuten, is dat niet genoeg om ook maar een beetje de aandacht vast te houden.

Iemand die mee aan de genese stond van dit (nou ja) script, moet gedacht hebben: ‘die John Wick films met Keanu Reeves brengen een aardig centje op, zou het niet geestig zijn moesten we dat overdoen met Bob Odenkirk in de hoofdrol?’. Dat moet genoeg geleken hebben op papier, in realiteit is het resultaat niet om aan te zien.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =