Clockers

Na zijn Belangrijke Biopic ‘Malcolm X’ brak er een periode van
gematigdheid aan voor grote mond Spike Lee. Het ei was gelegd en de
angry black man had even rust gevonden. Hij had nog altijd
iets te zeggen over de rassenverhoudingen in Amerika (Spike Lee zal
altijd iets te zeggen hebben over racisme), maar hij moest
het heel even niet meer zo nodig uitschreeuwen vanop zijn torenhoge
preekstoel. Enfin, tot hij het redelijk affreuze ‘Bamboozled’
maakte. Na een nostalgische tussenstop met het
semi-autobiografische ‘Crooklyn’ verwachtte iedereen opnieuw een
fulminerende ‘fight the power!’-preek, maar Spike verraste met
‘Clockers’, een volwassen kruisbestuiving tussen meeslepende
milieuschets en spannend moorddrama. En dat allemaal met Seal op de
soundtrack zonder ook maar één keer melig te worden. Straf!

Brooklyn, New York. Strike (Mekhi Phifer) is een jonge
crackdealer die werkt voor drugsbaron Rodney Little (een intense
Delroy Lindo). Wanneer een rivaliserende dealer wordt
neergeschoten, bekent Strikes broer Victor (Isaiah Washington), een
voorbeeldige vader zonder noemenswaardig strafblad, de moord. Voor
de politie lijkt de zaak klaar om in de kast te schuiven, maar
inspecteur Rocco (Harvey Keitel) voelt aan zijn eksterogen dat het
plaatje niet klopt. Hij bijt zich vast in de zaak en is vastberaden
om voor één keer de zoveelste random moord in Brooklyn op
te lossen zoals het hoort. Waarom? Omdat het the right
thing
is.

‘Clockers’, gebaseerd op de gelijknamige roman van Richard
Price, kan je nog het best zien als een nakomer van de harde
gangsterdrama’s van de vroege jaren negentig (‘Boyz in the Hood’ en
‘Menace II Society’) én als voorloper van geniale misdaadserie met
sociologische insteek ‘The Wire’. Een serie waar co-scenarist
Richard Price, niet geheel toevallig, ook een paar scenario’s voor
neerpende. Met de genreconventies van een moordthriller als kapstok
(ergens zit er wel een rechttoe-rechtaan whodunnit in
‘Clockers’ verborgen) haalt Spike Lee zijn typische stokpaardjes
van stal. Etnische spanningen, de moeilijkheden voor de zwarte
jeugd en hun toevlucht in de criminaliteit, het gemeenschapsgevoel
van de subculturen, en dat allemaal verbonden door dat ene thema
dat hij eigenlijk een beetje vergeten was bij ‘Do the Right Thing’:
drugs… druuuugs! Het resultaat is een cynische (de dialogen van
de flikken bij de crime scene, hard!), maar eerlijke blik
op de onfortuinlijke levenskeuzes van de jonge zwarte bevolking in
de achterbuurten van Brooklyn. Wat zou je graag worden, jongeman?
Overvaller, drugsdealer, gangster, flik, drugsverslaafde of
McDonaldsbediende? Spike only speaks the truth, yo.

Waar je bij ‘Do the Right Thing’ (een ijzersterke film, daar
niet van) toch vooral het gevoel hebt dat Spike Lee twee uur lang
aan het preken is, laat hij bij ‘Clockers’ het materiaal veel meer
ademen. Er is een boodschap en er is een moraal, maar het moet
allemaal niet zo drammerig en zelfbewust verkondigd worden. Af en
toe passeert er een nadrukkelijke ‘waar gaat deze film eigenlijk
écht over?-scène, maar die zitten ingebed in een
meeslepend verhaal, waardoor ze minder opvallen. Let maar eens op
de ondervragingsscène met Rocco en de jonge Tyrone, die Strike als
een mentor en surrogaatvader ziet. In die ene scène legt Spike Lee
bijna letterlijk de thematiek en de issues van de film
uit. Harvey Keitel doorbreekt zelfs de vierde muur om de kijker
Ferris Bueller-gewijs aan te spreken. Ligt het er wat dik op? Een
beetje. Werkt het? Absoluut.

Ook de personages overstijgen hun rol van ironische stereotypen
om de vooroordelen en clichés aan te klagen. Strike (de slechte!)
en zijn broer (de goeie!) staan duidelijk symbool voor de twee
uitersten waarin een jonge zwarte uit zo’n buurt kan terechtkomen,
maar ze worden voldoende genuanceerd uitgewerkt en bewijzen dat
zwart en wit dikke zever is en dat we allemaal in de grijze brij
vertoeven. Enfin, erin verdrinken past misschien beter. Niet dat
alle nevenpersonages een even volwaardige ontwikkeling meekrijgen,
maar ze houden wel steek en ze worden daarenboven voortreffelijk
vertolkt door een sterke cast.

Want ook al worstelt Spike Lee af en toe om het thrilleraspect
netjes in the haken op de milieuschets, dan zijn er nog de acteurs
om het allemaal een niveau hoger te tillen. Een debuterende Mekhi
Phifer (hij mocht later de doktersjas aantrekken in ‘ER’) is
verrassend goed als de kleine dealer met de maagzweer en ook Delroy
Lindo en Isaiah Washington gebruiken hun beperkte screentime
optimaal om hun personages tot leven te wekken. Enkel Harvey Keitel
zit een beetje in het sukkelhoekje omdat Spike Lee het verhaal
vanuit het standpunt van Strike laat ontwikkelen. Hierdoor krijgt
wannabe hoofdpersonage Rocco niet genoeg diepgang mee om
helemaal mee te zijn met zijn queeste naar de waarheid. Het
scheelde trouwens niet veel of Martin Scorsese had ‘Clockers’
gemaakt, met Robert De Niro in de rol van detective Rocco. Scorsese
bleef echter wel in de buurt als producer van Lee’s
interpretatie.

‘Clockers’ lijkt van ver op een ietwat minder intense joint van
Spike Lee. De boodschap wordt minder furieus uitgeschreeuwd en ook
visueel houdt de regisseur zich opvallend in. De oververzadigde
kleuren zijn er nog steeds, maar worden met mate en vooral bij de
flashbacks gebruikt. Ook de showy beeldtaal en gejaagde
montage wordt veel minder toegepast. En als er dan toch eens een
bravoureshot wordt bovengehaald, dan is het in functie van het
verhaal (de scène met het fietsje!). Bij iemand anders zou het
ongetwijfeld een zwakte zijn, maar door net iets subtieler om te
gaan met de vaste dada’s, zowel visueel als thematisch, bewijst
Spike Lee dat hij niet per se hoeft te schreeuwen om zijn boodschap
over te brengen. We hebben je gehoord, Spike. Iets meer tussen de
regels, maar loud and clear.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in